De Rechtbank Amsterdam heeft op 26 juli 2023 uitspraak gedaan over de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekwam bij een vordering tot verdeling van een gemeenschappelijke woning in Zwitserland.

Eiser en gedaagde zijn broer en zus en kinderen van de erflater.

Overige gedaagde is de zoon van de tweede echtgenote van erflater en daarmee de stiefbroer van eiser en gedaagde.

Erflater heeft in zijn testament van 7 december 2010 bepaald dat eiser, gedaagden, ieder voor een gelijk deel, erfgenaam zijn.

Erfrecht. Internationaal erfrecht. IPR. Vordering tot verdeling van een gemeenschappelijke woning in Zwitserland. Rechtsmacht. Rv. Laatste gewone verblijfplaats van erflater. BW Boek 10.

De rechter oordeelt als volgt.

Aangezien eiser in Spanje woont en gedaagden in Nederland en het appartement in kwestie is gelegen in Zwitserland, heeft de zaak een internationaal karakter en dient de rechtbank eerst ambtshalve te beoordelen of zij bevoegd is kennis te nemen van het geschil van partijen.

Gedaagden wonen in de Europese Unie en de vordering in de hoofdzaak betreft een burgerlijke of handelszaak die is ingesteld na 10 januari 2015.

Dit betekent dat de vraag of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft, beantwoord wordt aan de hand van Brussel I-bis.

De Nederlandse rechter is in beginsel op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I-bis bevoegd van de vordering kennis te nemen, omdat gedaagden in Nederland wonen.

De vraag is of dit anders is omdat het appartement in Zwitserland is gelegen.

Daarvoor geldt het volgende.

Aangezien erflater op 9 september 2011 is overleden – en daarmee op een eerdere datum dan 17 augustus 2015 – kan geen rechtsmacht worden ontleend aan de EEV (Erfrechtverordening) en moet worden teruggevallen op de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Artikel 6 sub g Rv legt de rechtsmacht in zaken betreffende nalatenschappen bij de Nederlandse rechter indien de erflater zijn laatste woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland had.

Omdat erflater laatstelijk woonde in A, is ook op deze grond de Nederlandse rechter bevoegd om van het geschil kennis te nemen.

Op grond van artikel 10:149 van het BW wordt de wijze waarop de verdeling van de nalatenschap tot stand wordt gebracht beheerst door het Nederlands recht indien erflater zijn laatste gewone verblijfplaats in Nederland had, tenzij de deelgenoten gezamenlijk het recht van een ander land aanwijzen.

Niet is gebleken dat partijen het recht van een ander land hebben aangewezen, zodat het Nederlandse recht moet worden toegepast.

Dat komt ook overeen met de rechtskeuze die erflater zelf in zijn testament van 7 december 2010 heeft gemaakt.

Bij de toepassing van het Nederlandse recht moet conform artikel 10:149 BW overigens wel rekening worden gehouden met de eisen van het goederenrecht van de plaats van ligging van de activa, te weten Zwitserland.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.