Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 22 maart 2022 uitspraak gedaan over de verwijzing naar het toepasselijke recht in de Erfrechtverordening.

De rechtbank heeft overwogen dat de hoofdregel, neergelegd in artikel 21 van de Verordening (EU) nr. 650/2012 van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring (hierna: Erfrechtverordening of kortweg: verordening), waarin is bepaald dat het recht van het land waar de erflater op het tijdstip van zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats had van toepassing is op de erfopvolging van de erflater buiten toepassing kan blijven.

Erfrecht. Internationaal privaatrecht. Erfrechtverordening. Verwijzing. Toepasselijk recht. Laatste gewone verblijfplaats. Nauwe en duurzame band.

De rechter oordeelt als volgt.

Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 21 lid 1 Erfrechtverordening is de laatste gewone verblijfplaats van de erflater in beginsel bepalend voor het toepasselijke erfrecht op de erfopvolging.

Blijkens de considerans van de verordening (23) moet om de gewone verblijfplaats van de erflater te kunnen vaststellen, worden gekeken naar alle aspecten die het leven van de erflater in de jaren voor zijn overlijden en op het moment van overlijden hebben gekenmerkt, en daarbij alle relevante feitelijke elementen in beschouwing worden genomen, in het bijzonder de duur en de regelmatigheid van de aanwezigheid van de erflater in de betrokken staat en de omstandigheden en redenen voor het verblijf.

De aldus vastgestelde gewone verblijfplaats moet, uit het oogpunt van de specifieke doelstellingen van de verordening duiden op een nauwe en duurzame band met de betrokken staat.

Daarnaast is ook nummer 24 van de considerans van belang.

In sommige gevallen kan het bepalen van de gewone verblijfplaats van de overledene een complexe zaak blijken.

Dit kan het geval zijn indien de erflater om professionele of economische redenen, en soms voor een langere tijd, in een andere lidstaat is gaan wonen en werken, maar een nauwe en duurzame band met zijn land van oorsprong heeft behouden.

In een dergelijk geval zou, afhankelijk van alle omstandigheden, kunnen worden geoordeeld dat de erflater zijn gewone verblijfplaats nog in zijn land van oorsprong had, waar zich het centrum van zijn belangen voor zijn gezins- en sociaal leven bevond.

Andere complexe gevallen kunnen zich voordoen als de erflater afwisselend in verschillende lidstaten heeft gewoond of van staat naar staat is gereisd zonder zich voor langere tijd in één ervan te vestigen.

Indien de erflater onderdaan van een van deze staten was of in een van deze staten al zijn voornaamste goederen had, zou zijn nationaliteit of de plaats waar deze goederen zich bevinden bijzonder kunnen meewegen bij de algehele beoordeling van alle feitelijke omstandigheden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de Erfrechtverordening, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.