De Rechtbank Limburg heeft op 18 mei 2022 uitspraak gedaan over een machtiging om alsnog beneficiair te mogen aanvaarden vanwege een onbekende schuld van de nalatenschap.
Verzoeker vraagt machtiging van de kantonrechter om de nalatenschap van de erflaatster beneficiair te mogen aanvaarden.
Na het overlijden van de erflaatster heeft hij haar nalatenschap zuiver aanvaard omdat de erflaatster hem altijd heeft gezegd dat er geen schulden waren en omdat hij de hele administratie van de erflaatster had uitgezocht en hem ook daaruit bleek dat de erflaatster geen schulden had.
De accountant van zowel de erflaatster als van verzoeker heeft vanaf 2018 de aangiften inkomstenbelasting van de erflaatster en verzoeker verzorgd en ook uit de aangiften van de erflaatster bleek dat er geen schulden waren.
De nalatenschap bestond uit een banksaldo en een lening aan hem in verband met de aankoop van het huis van de erflaatster in 2018 en hij was er van overtuigd dat er geen schulden waren.
Dat beeld veranderde toen hij op 16 september 2021 de brief van de notaris ontving waaruit bleek dat zijn tante haar vordering uit de nalatenschap van zijn opa in de nalatenschap van zijn oma opeist.
Na navraag door accountant bij de notaris bleek dat het in oktober 1991 ging om een bedrag van hfl 305.644,33 dat, vermeerderd met enkelvoudige rente van 5% nu is opgelopen tot een bedrag van € 355.406,91 dat zowel de tante van verzoeker als de vader van verzoeker ieder uit die nalatenschap van hun vader nog in de nalatenschap van hun moeder te vorderen hebben.
Die schulden waren niet in de administratie van de erflaatster terug te vinden.
Aangezien tante van verzoeker haar vordering opeist zal de nalatenschap negatief zijn en dreigt hij alles, inclusief zijn huis, kwijt te raken.
Hij zal uiteraard zijn eigen inbrengverplichtingen aan de boedel betalen, en vervolgens de schulden van de nalatenschap voor zover mogelijk uit de boedel voldoen, aldus verzoeker.
Erfrecht. Machtiging om alsnog beneficiair te mogen aanvaarden. Onbekende schulden? Behoorde de verzoeker de vordering voortvloeiend uit het testament van grootvader te kennen?
De rechter oordeelt als volgt.
Verzoeker heeft op 25 augustus 2021 de onderwerpelijke nalatenschap zuiver aanvaard en is op 13 september 2021 bekend geworden met de vordering van (in elk geval) de tante.
De kantonrechter stelt voorop dat verzoeker het onderhavige verzoek, dat ter griffie van deze rechtbank op 11 oktober 2021 is ontvangen, tijdig heeft ingediend zodat hij daarin kan worden ontvangen.
De kantonrechter stelt vast dat de tante van verzoeker schuldeiser is van de nalatenschap van de erflaatster en in de onderwerpelijke procedure niet als verweerster maar als belanghebbende heeft te gelden.
De kantonrechter stelt voorts vast dat in de akte van erfrecht van 25 augustus 2021 enkel is vermeld dat erflaatster niet hertrouwde weduwe is van erflater.
Uit deze akte kan niet worden afgeleid dat de notaris verzoeker heeft ingelicht over de vorderingen die tante en vader van verzoeker in de nalatenschap van erflaatster zouden kunnen opeisen.
Bij de mondelinge behandeling heeft verzoeker, onder aanvulling van feiten en omstandigheden door verklaringen van hemzelf, zijn vader en de accountant van de erflaatster, de vermoedens en de verweren van tante als vermeld gemotiveerd onderbouwd weerlegd.
De tante van verzoeker heeft niet gesteld dat zij verzoeker voor 25 augustus 2021 op het bestaan van het testament van erflater en haar daaruit voortvloeiende vorderingsrecht op de nalatenschap van de erflaatster heeft gewezen.
Ook de accountant van erflaatster wist niets van enig vorderingsrecht van de kinderen van erflater jegens de nalatenschap van erflaatster.
Uit de brief van het notariskantoor van 31 december 2021 aan de vader van verzoeker blijkt dat deze notaris op verzoek van de tante haar heeft “geïnformeerd over de rechten in de nalatenschap van haar moeder” naar aanleiding waarvan informatie is opgevraagd om het kindsdeel uit de nalatenschap van de erflater te berekenen.
Uit de bij de mondelinge behandeling ter inzage gegeven kopie van de aangifte erfbelasting na het overlijden van de erflater volgt dat erflaatster, als langstlevende, de erfbelasting van de nalatenschap van de erflater ruim 30 jaar geleden heeft betaald.
Nu ook de vader van verzoeker heeft verklaard dat hij er tot voor kort geen weet van had dat ook hij een aanzienlijke vordering op de nalatenschap van de erflaatster heeft, lag het op de weg van tante om deze gemotiveerde stellingen van verzoeker te weerleggen, wat zij heeft nagelaten.
Met inachtneming van de door verzoeker geschetste omstandigheden, inhoudend dat hij erflater, zijn grootvader, nooit heeft gekend, hij niet door zijn grootmoeder of tante was ingelicht over het testament van erflater en de daaruit voortvloeiende vorderingsrechten op de nalatenschap van erflaatster, hij in de administratie van zijn grootmoeder geen gegevens met betrekking tot de vorderingsrechten van haar kinderen heeft aangetroffen en hij zich heeft laten bijstaan door de accountant van de erflaatster die van dergelijke vorderingsrechten ook niet op de hoogte was, staat in voldoende mate vast dat verzoeker de (toen nog niet opeisbare) vorderingsrechten van zijn vader en tante niet kende of behoorde te kennen toen hij op 25 augustus 2021 de nalatenschap van de erflaatster zuiver aanvaardde.
De vorderingen van zijn vader en tante kunnen dan ook worden aangemerkt als onverwachte schulden.
Nu de nalatenschap nog niet is vereffend en verdeeld, doet zich een situatie voor als bedoeld in art. 4:194a lid 1 BW.
Aan het bepaalde in voormeld artikel is voldaan en het verzoek kan worden ingewilligd.
De kantonrechter wijst verzoeker op het bepaalde in art 4:191 BW.
De kantonrechter houdt verzoeker verder voor dat hij, op het moment dat hij de nalatenschap beneficiair aanvaardt, van rechtswege vereffenaar van de nalatenschap is en deze overeenkomstig het bepaalde in art. 4:202 e.v. BW dient te vereffenen.
In dat kader geeft de kantonrechter verzoeker de aanwijzingen dat hij de kantonrechter binnen twee maanden na heden een boedelbeschrijving met bijlagen van de onderhavige nalatenschap, ingericht volgens het model dat op www.rechtspraak.nl staat, en informatie over de verrichte vereffeningswerkzaamheden van deze nalatenschap dient aan te leveren.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.