De Rechtbank Noord-Holland heeft op 4 mei 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording bestond vanwege het gebruik van een bankvolmacht.

Eiseres is de (schoon)moeder van gedaagde.

Zij heeft (samen met haar inmiddels overleden echtgenoot) bankvolmachten aan gedaagde gegeven.

Volgens eiseres hebben gedaagden misbruik van die volmachten gemaakt, door daarmee zonder toestemming privé-uitgaven te doen.

Eiseres vordert betaling van een bedrag van in totaal € 21.926,35 en legt daaraan ten grondslag dat gedaagden dit op onrechtmatige wijze aan de bankrekeningen hebben onttrokken.

Gedaagden betwisten op zichzelf niet dat zij een groot deel van het gevorderde bedrag ten behoeve van zichzelf hebben besteed, maar stellen zich op het standpunt dat dit is gebeurd binnen de bevoegdheden die zij als gevolmachtigden hebben gekregen, en dat zij daarover geen rekening en verantwoording hoeven af te leggen.

Erfrecht. Misbruik van bankvolmacht? Pinpasopnames. Verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording? Maatstaf. Toetsing. Uitgavenpatroon.

De rechter oordeelt als volgt.

Volgens vaste rechtspraak kan een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een tegenover de ander verplicht is om zich over de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden.

Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of het ongeschreven recht (Hoge Raad, 2 december 1994, NJ 1995/548; Hoge Raad, 8 december 1995, NJ 1996/274; Hoge Raad, 13 mei 2005, HR:2005:AS4167; Hoge Raad, 9 mei 2014, HR:2014:1089).

Het enkele feit dat een volmacht is verleend, brengt niet mee dat de gevolmachtigde rekening en verantwoording moet afleggen aan de volmachtgever.

Of het doen van rekening en verantwoording verplicht is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zoals de aanleiding voor het financiële beheer, de verhouding tussen volmachtgever en gevolmachtigde, het gebruik in familierelaties, de mate waarin de gevolmachtigde zelfstandig kon handelen, de mate waarin de volmachtgever de handelingen van de gevolmachtigde kon overzien en voor zijn belangen kon opkomen en de aard en de inhoud van de handelingen (Gerechtshof Amsterdam, 13 februari 2018, GHAMS:2018:470).

Gedaagde en opposant zijn de zoon en schoondochter van eiseres.

Vast staat dat gedaagde en opposant jarenlang nauw contact hebben gehad met eiseres en vader, en in allerlei opzichten voor hen hebben gezorgd.

In verband met hun toenemende zorgbehoefte zijn eiseres en vader in december 2018 verhuisd, omdat ook gedaagde en opposant daar wonen.

De andere zoon woont in het buitenland.

Met hem hadden vader en eiseres minder contact, en de relatie van gedaagde met zijn broer is al lange tijd verstoord.

In april 2018 heeft vader aan opposant bankvolmachten verstrekt.

Dit hield verband met het feit dat bij vader een ernstige ziekte (kanker) was geconstateerd, waaraan hij op 30 maart 2019 is overleden.

Volgens gedaagde en opposant is met de volmachten een situatie geformaliseerd die feitelijk al bestond.

Dit is door eiseres niet gemotiveerd weersproken.

Over de periode vóór oktober 2018 heeft eiseres geen Raboafschriften overgelegd.

De vordering van eiseres heeft betrekking op de periode van 13 oktober 2018 tot en met 18 september 2019.

Partijen zijn het erover eens dat gedaagde en opposant in deze periode beiden over een algemene bankvolmacht van eiseres (en vader) beschikten.

Eiseres splitst de periode uit in die vóór en na het overlijden van vader.

In die laatste periode was eiseres bijna twee maanden opgenomen in een hospice.

Eiseres heeft het vermoeden dat gedaagde en opposant dachten dat ook zij op korte termijn zou overlijden, en volgens eiseres hebben gedaagde en opposant deze situatie misbruikt.

Anders dan eiseres aanvoert, zijn de betalingen, overschrijvingen en kasopnames ten gunste van gedaagde en/of opposant niet met name gedaan in de periode dat zij was opgenomen.

Uit de overgelegde afschriften van de ABN AMRO rekening blijkt dat ook in de periode van 3 november 2018 tot april 2019 overschrijvingen naar de bankrekening van gedaagde zijn gedaan, voor een bedrag van in totaal € 1.227,00 (tegenover overschrijvingen met een totaalbedrag van € 2.007,65 in de periode van april tot en met september 2019).

Uitgaande van het door eiseres zelf opgestelde overzicht van de Raborekening zijn ook in de periode van zes maanden voor het overlijden van vader continue betalingen ten gunste van gedaagde en/of opposant gedaan, variërend van aankopen bij supermarkten, drogisterijen, warenhuizen, dierenwinkels, tankstations, restaurants en coffeeshop, tot betalingen aan een advocatenkantoor en de belastingdienst.

Ook zijn volgens dit overzicht van eiseres in de periode voor het overlijden van vader kasopnames door gedaagde en/of opposant gedaan met een totaalbedrag van € 4.920,00 (tegenover kasopnames van in totaal € 3.000,00 in de periode na het overlijden).

De stelling van eiseres dat het bij het verlenen van de volmachten de bedoeling was dat daarvan alleen ten nutte van vader en eiseres gebruik zou worden gemaakt, vindt geen steun in de stukken.

Bovendien is het enkele feit dat gedaagde en opposant de volmachten c.q. bankpassen ten gunste van zichzelf hebben gebruikt, onvoldoende om een verplichting tot terugbetaling of tot het doen van rekening en verantwoording tegenover eiseres aan te nemen.

Daarbij is het volgende van belang.

Al in april 2018 heeft vader volmachten aan opposant verleend voor de en/of rekeningen.

Niet is gesteld of gebleken dat vader niet in staat was zijn wil te bepalen ten tijde van de volmachtsverlening en bij gebruikmaking daarvan.

Integendeel, tussen partijen is niet in geschil dat vader tot kort voor zijn overlijden zelf goed inzicht had in de bankzaken, en gebruik maakte van internetbankieren.

Dat vader wetenschap had van alle transacties die plaatsvonden op de bankrekeningen is door eiseres  niet weersproken.

Volgens gedaagde en opposant was eiseres er altijd bij als bankzaken werden besproken, en was ook zij scherp op de inkomsten en uitgaven.

Dit vindt steun in het feit dat vader in zijn testament van 14 december 2018 eiseres heeft benoemd tot executeur / afwikkelingsbewindvoerder.

Vast staat dat gedaagde en opposant regelmatig de bankpassen van zowel eiseres als vader meekregen om aankopen te doen, en dat opposant in september 2018 een eigen bankpas kreeg, op basis van de door eiseres verleende schriftelijke bankvolmacht.

Dat eiseres niet in staat was haar wil te bepalen is niet gesteld of gebleken.

Verder staat vast dat gedurende de hele periode waarop de vordering ziet papieren bankafschriften werden ontvangen op het adres waar eiseres en vader tot 28 maart 2019 zelfstandig woonden, en eiseres sinds 7 juni 2019 alleen woont.

Gedaagde en/of opposant zijn in de periode tot het overlijden van vader nooit ter verantwoording geroepen door vader en/of eiseres over de veelheid aan uitgaven die zij ten behoeve van zichzelf hebben gedaan.

Dit is in lijn met hun stelling dat deze in alle openheid, met instemming en medeweten van vader en eiseres zijn gedaan.

Volgens gedaagde en opposant hebben vader en eiseres toen zij in A kwamen wonen gezegd: ‘Ons geld is jullie geld, we hebben één huishouden’.

Vader kan hierover door zijn overlijden niet meer verklaren.

In elk geval waren de mutaties op de bankrekeningen duidelijk inzichtelijk op de bankafschriften en via internetbankieren.

Voor zover eiseres betwist dat zij tot het moment van haar opname op 28 maart 2019 op de hoogte was van de wijze waarop gedaagde en opposant gebruik maakten van de volmachten, dan komt dat onder de gegeven omstandigheden voor haar rekening en risico.

Eiseres kan worden gevolgd in haar stelling dat zij gedurende haar verblijf in het hospice enige tijd minder of geen controle heeft kunnen uitoefenen op de financiële gang van zaken.

Maar zoals hiervoor is overwogen, blijkt uit de overzichten van eiseres dat sprake is van een situatie waarin het bestaande uitgavenpatroon is voortgezet na het overlijden van vader.

Een uitgavenpatroon waarmee eiseres bekend en akkoord mag worden verondersteld.

Daarbij is ook van belang de toelichting van gedaagde op de achtergrond van het verblijf van eiseres in het hospice.

Volgens gedaagde is eiseres op 28 maart 2019 in huis gevallen, waarbij zij haar (eerder gebroken) heup heeft bezeerd. Eiseres is toen met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht, en vader naar een hospice (een verblijfhuis voor terminale patiënten). Later die dag is ook eiseres vanuit het ziekenhuis overgebracht naar het hospice, zodat zij daar samen met haar terminale echtgenoot verzorgd kon worden. Twee dagen later overleed vader. Hoewel het hospice volgens de huisarts niet de juiste plek was voor eiseres, mocht zij daar verder herstellen totdat zij op verwijzing van de botspecialist naar het revalidatiecentrum ging, aldus gedaagde.

Deze gang van zaken is door eiseres niet weersproken, en nuanceert zowel haar suggestie dat gedaagde en opposant handelden vanuit de gedachte dat zij op korte termijn zou komen te overlijden, als de mate waarin het voor haar (on)mogelijk was om ook in die periode voor haar belangen op te komen.

Pas op of omstreeks 18 september 2019, nadat de andere zoon weer in beeld is gekomen, heeft eiseres aanleiding gezien de volmacht in te trekken en gedaagde en opposant ter verantwoording te roepen.

Gedaagde en opposant hebben (onverplicht) een toelichting gegeven op grotere uitgaven die zij hebben gedaan.

Zo verklaart opposant dat de betaling van € 510,50 voor een Van der Valk hotel op 15 april 2019, drie kasopnamen eind april 2019 met een totaalbedrag van € 1.100,00 en andere uitgaven in die periode verband hielden met het bezoek van haar zus en zwager.

Vader was er al voor zijn overlijden mee akkoord dat zij op zijn kosten zouden komen. Hij wilde hen graag ontmoeten, maar is kort daarvoor helaas overleden, en heeft gezegd: ‘Geef ze een goede tijd in Nederland’, aldus opposant ter zitting.

Dit is door eiseres onvoldoende gemotiveerd weersproken.

Alles overziende is de kantonrechter van oordeel dat gedaagde en opposant niet verplicht zijn om (nader) rekening en verantwoording af te leggen aan eiseres, en dat niet kan worden aangenomen dat gedaagde en opposant hebben gehandeld in strijd met de aan hen verleende volmachten.

Van onrechtmatig handelen is geen sprake.

Er zijn ook onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat gedaagde en opposant misbruik hebben gemaakt van de omstandigheid dat eiseres in het hospice verbleef.

Dit betekent dat gedaagde en opposant niet verplicht zijn om schadevergoeding aan eiseres te betalen, zodat deze vordering wordt afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.