De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 december 2020 uitspraak gedaan over de vraag of tegen een aanwijzing aan de vereffenaar ex artikel 4:210 lid 1 BW een hogere voorziening openstond.
Appellant is een zoon en erfgenaam van de erflater, die de nalatenschap van de erflater beneficiair heeft aanvaard.
Bij beschikking van de rechtbank, waarin de vereffenaar is benoemd, is een rechter-commissaris in de nalatenschap van de erflater benoemd.
Op 22 februari 2018 heeft de rechter-commissaris een aantal aanwijzingen aan de vereffenaar gegeven.
Erfrecht. Procesrecht. Staat hoger beroep open tegen een aanwijzing aan de vereffenaar, gegeven door een rechter-commissaris?
De rechter oordeelt als volgt.
Artikel 676b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat van beschikkingen van de rechter-commissaris ingevolge afdeling 3 van titel 6 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank is toegelaten, tenzij het beschikkingen betreft waartegen (indien zij door de kantonrechter waren gegeven) geen hogere voorziening is toegelaten.
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door de rechter-commissaris gegeven aanwijzing ex artikel 4:210 lid 1 BW.
De aanwijzing betreft naar het oordeel van de rechtbank geen beschikking in de zin van artikel 358 lid 1 en 676b Rv, nu de aanwijzing geen blijk geeft van een beslissing in een verzoekschriftprocedure.
Blijkens de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter (hierna: de handleiding) van de Expertgroep Erfrecht van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel, Kanton en Toezicht staat tegen aanwijzingen ex artikel 4:210 lid 1 BW geen hogere voorziening open (p. 121 van de handleiding e.v.).
De handleiding bepaalt hierover: “Het al dan niet geven van een aanwijzing betreft een discretionaire bevoegdheid van de kantonrechter, waar geen hoger beroep tegen open staat.”
Waar in de handleiding taken en bevoegdheden zijn beschreven van de kantonrechter dient daar in voorkomende gevallen de rechter-commissaris voor in de plaats te worden gelezen (p. 12 van de handleiding).
De handleiding geldt als uitgangspunt voor rechtbanken en hiervan kan slechts in bijzondere omstandigheden worden afgeweken.
Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van appellant in zijn beroep.
De rechtbank ziet in onderhavig geval geen reden af te wijken van de handleiding, nu appellant geen bijzondere omstandigheden stelt die hiervoor aanleiding geven.
Dat de aanwijzing van 4 november 2020 niet kan worden aangemerkt als beschikking waartegen hoger beroep openstaat, blijkt temeer uit de omstandigheid dat het ontbreken van deze appelmogelijkheid appellant ook niet schaadt in zijn belangen, nu (i) hij niet (rechtstreeks) is betrokken bij de aanwijzing en (ii) de vereffenaar ex artikel 358 Rv ook zonder de aanwijzing bevoegd is appel in te stellen tegen de beschikking van 28 oktober 2020.
Weliswaar vraagt appellant om een principieel oordeel over de vraag of de rechter-commissaris tegen een beschikking van de rechtbank mag ingaan, maar gezien het voorgaande heeft hij daarbij onvoldoende belang, zodat dit geen afwijking van de handleiding rechtvaardigt.
De slotsom is daarom dat appellant niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beroep tegen de aanwijzing.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het procesrecht in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.