De Rechtbank Rotterdam heeft op 3 november 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een erfgenaam, na inzage van de bankrekeningen van de erflater, ook recht had op inzage van andere gegevens omtrent de bankrekeningen, zoals een volmachtsverlening.
Op 26 december 2019 is overleden de erflater.
A en B zijn de dochters en erfgenamen van erflater.
In zijn testament heeft erflater de heer C, de echtgenoot van B, tot executeur benoemd.
Indien hij deze benoeming zou weigeren heeft erflater B tot executeur benoemd.
Beiden hebben de executeursbenoeming geweigerd.
A en B hebben op respectievelijk 16 april 2020 en 22 april 2020 de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard, zodat deze moet worden vereffend en zij beiden vereffenaars zijn.
Erfrecht. Recht op informatie. Inzage van bankafschriften. Heeft de erfgenaam ook recht op inzage van de andere gegevens omtrent de bankrekening? Verklaring van erfrecht. Vereffening. Zuivere en beneficiaire aanvaarding.
De rechter oordeelt als volgt.
B heeft in deze procedure de gevorderde bankafschriften aan A verstrekt.
Volgens A zijn dit niet alle bankafschriften.
Zij heeft ter zitting echter niet kunnen concretiseren welke bankafschriften zij nog mist.
Nu A de gevorderde bankafschriften reeds in haar bezit heeft, heeft zij geen belang meer bij toewijzing van haar vordering.
Gelet hierop kan in het midden blijven of partijen voorafgaand aan de mondelinge behandeling reeds overeenstemming hadden bereikt over een royement van deze procedure, zoals door B is aangevoerd.
Een verzoek om de procedure door te halen heeft de rechtbank bovendien niet van partijen ontvangen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft A gesteld dat zij naast de bankafschriften ook graag andere dingen wil inzien met betrekking tot de bankrekening van erflater (zoals wie er gemachtigd waren tot de bankrekening) en dat zij daarom haar vordering handhaaft dat B moet worden veroordeeld om medewerking te verlenen het ING-formulier te ondertekenen.
De rechtbank ziet niet in waarom A niet zelf met behulp van de verklaring van erfrecht de door haar gewenste informatie kan opvragen bij de ING Bank.
A heeft gesteld dat dit niet mogelijk is, maar heeft deze stelling niet onderbouwd.
Bovendien heeft B reeds eerder verklaard dat zij, indien de reeds opgestelde verklaring van erfrecht van 2 december 2020 daartoe niet voldoende is, haar medewerking wil verlenen aan het (laten) opstellen van een verklaring van erfrecht waarin wel staat dat de enige twee erfgenamen zowel gezamenlijk als ieder voor zich bevoegd zijn alle voor de boedel noodzakelijk informatie bij financiële instellingen zo ook bij de fiscus op te vragen.
A heeft niet onderbouwd waarom een dergelijke verklaring van erfrecht niet afdoende is om de door haar gewenste informatie op te vragen.
Al het andere wat A tijdens de mondelinge behandeling heeft gevorderd komt evenmin voor toewijzing in aanmerking, omdat zij dit niet heeft gevorderd in het petitum van de dagvaarding en evenmin haar eis heeft gewijzigd.
Geheel ten overvloede merkt de rechtbank nog wel op dat A niet kan worden gevolgd in haar standpunt dat C en B executeurs zijn in de nalatenschap van erflater, omdat uit de overgelegde verklaring van erfrecht blijkt dat zij allebei het executeurschap hebben geweigerd.
Voor zover A heeft gesteld dat B daden van aanvaarding heeft verricht voordat zij de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, heeft dit geen gevolgen voor de afwikkeling van de nalatenschap.
Ook als slechts één erfgenaam een nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, moet op grond van artikel 4:195 BW de nalatenschap vereffend worden.
Als vast zou komen te staan – wat nu nog niet het geval is – dat B de nalatenschap van erflater zuiver heeft aanvaard, dan moet de nalatenschap vanwege de beneficiaire aanvaarding door A toch vereffend worden.
Het eventueel zuiver aanvaarden heeft wel gevolgen voor eventuele schuldeisers van de nalatenschap, omdat die een erfgenaam die zuiver aanvaard heeft in privé kunnen aanspreken en dit in beginsel niet kan bij een erfgenaam die beneficiair heeft aanvaard.
Ook het benoemen van een vereffenaar kan niet in deze procedure plaatsvinden.
Omdat echter de nota van de begrafenisonderneming reeds is betaald door B en niet gesteld of gebleken is dat er nog andere schuldeisers zijn, lijkt het benoemen van een vereffenaar niet de meest aangewezen weg.
Wel zouden partijen hulp kunnen zoeken bij een onafhankelijke derde om tot het verdelen van de nalatenschap over te gaan.
Wat A voor het overige heeft aangevoerd, ook met betrekking tot het overtreden van diverse artikelen van het wetboek van Strafrecht, gaat deze procedure te buiten.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het recht op informatie in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.