De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een nalatenschap zuiver of beneficiair was aanvaard.
Bij testament van 27 oktober 2014 heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt.
Gedaagde legt aan haar vorderingen ten grondslag dat eiser daden van zuivere aanvaarding had verricht voordat zij de verklaring van beneficiaire aanvaarding aflegde ter griffie.
De vriend van eiser verkocht namelijk al zaken uit de nalatenschap van erflater, zoals drie paarden en 54 hooibalen.
Eiser heeft tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd inhoudende dat ze geen daden van zuivere aanvaarding heeft verricht.
Eiser heeft in opdracht van gedaagde de paardentrailer en de paarden verkocht.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Aanvaarding van een nalatenschap. Zuivere of beneficiaire aanvaarding? Afgelegde verklaring van beneficiaire aanvaarding nietig? Stelplicht en bewijslast.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 4:192 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) aanvaardt een erfgenaam – die nog geen keuze heeft uitgebracht – een nalatenschap zuiver wanneer hij zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, doordat hij overeenkomsten aangaat strekkende tot vervreemding of bezwaring van goederen van de nalatenschap of deze op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers onttrekt.
Tijdens de mondelinge heeft eiser erkend dat zij de tot de nalatenschap behorende paardentrailer en paarden heeft verkocht, maar bovendien aangevoerd dat deze verkoop in opdracht van gedaagde is gebeurd.
Gedaagde betwist echter dat zij deze toestemming heeft gegeven.
Gelet op het bevrijdende verweer aan de zijde van eiser draagt zij de bewijslast voor het feit dat zij de goederen in opdracht van gedaagde zou hebben verkocht.
Aangezien eiser haar standpunt niet nader heeft onderbouwd, geldt dat daarmee is komen vast te staan dat eiser weliswaar de voornoemde goederen heeft verkocht, maar niet dat dit in opdracht van gedaagde is gebeurd.
Gelet op het voorgaande is komen vast te staan dat eiser – alvorens zij de verklaring tot beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap van erflater heeft afgelegd – de nalatenschap van erflater reeds zuiver had aanvaard door zich als zodanig te hebben gedragen.
Hiermee zal de vordering worden toegewezen.
De latere verklaring tot beneficiaire aanvaarding, zoals ingeschreven in het boedelregister op 11 april 2022, is nietig, aangezien artikel 4:190 lid 4 BW bepaalt dat een eenmaal gedane keuze onherroepelijk is en terugwerkt tot het ogenblik van openvallen van de nalatenschap.
De vordering zal worden toegewezen.
Voor de vordering tot doorhaling in het boedelregister van de inschrijving van de verklaring tot beneficiaire aanvaarding bestaat geen wettelijke grondslag, waardoor deze vordering zal worden afgewezen.
Voor zover deze vorderingen door gedaagde in haar hoedanigheid van executeur zijn ingesteld, worden deze afgewezen wegens gebrek aan belang.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.