Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over de toedeling van auteursrechten met een emotionele waarde.
Deze zaak gaat over de verdeling van de nalatenschap van de erflater, de vader van appellante en geïntimeerde, die op 15 juli 2016 is overleden.
Appellante en geïntimeerde zijn de enige erfgenamen van vader.
Appellante heeft bij de rechtbank een procedure aanhangig gemaakt over de verdeling van de nalatenschap, omdat de zussen daar zelf niet uit kwamen.
De rechtbank heeft de wijze van verdeling gelast.
In hoger beroep is uitsluitend nog aan de orde de verdeling van de auteursrechten: vader was dichter en heeft enkele dichtbundels gepubliceerd.
De auteursrechten zijn door de rechtbank toegedeeld aan geïntimeerde.
Appellante vordert toedeling van de auteursrechten aan haar, kort gezegd omdat de literaire nalatenschap van haar vader voor haar van onschatbare emotionele waarde is en omdat zij prima in staat is om de rechten naar behoren te beheren.
Ook geïntimeerde hecht emotionele betekenis aan de auteursrechten en stelt zich op het standpunt dat het beheer niet aan appellante kan worden toevertrouwd, en wel aan haar, zodat ze aan geïntimeerde moeten worden toegedeeld
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Onenigheid tussen erfgenamen. Toedeling. Auteursrechten. Emotionele waarde. Beheer. Belangenafweging. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Partijen hebben geen volledige overeenstemming kunnen bereiken over de wijze van verdeling van de nalatenschap.
In dat geval kan de rechter de (wijze van) verdeling van de gemeenschap op de voet van artikel 3:185 lid 1 BW vaststellen.
Daarbij dient, zoals in dat artikel is bepaald, naar billijkheid rekening te worden gehouden met de belangen van partijen en het algemeen belang.
De rechter die de (wijze van) verdeling vaststelt, geniet een mate van vrijheid en is niet gebonden aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd en hij behoeft niet expliciet in te gaan op hetgeen partijen aanvoeren (HR 17 april 1998, HR:1998:ZC2631).
Voor zowel appellante als geïntimeerde heeft de literaire nalatenschap van erflater een grote emotionele betekenis en waarde.
Dat hebben zij beiden goed aan het hof uitgelegd en dat blijkt ook wel uit het feit dat zij er ondanks de geringe geldelijke waarde over voort procederen.
Ook hechten zij er beiden aan dat de literaire nalatenschap in stand blijft, dat deze goed wordt beheerd en niet verkwanseld wordt.
Dat belang is gemeenschappelijk en delen zij dus.
Tijdens de zitting bij het hof is echter ook duidelijk geworden dat beide zussen een diepgeworteld en langslepend familieconflict met elkaar hebben, met als gevolg dat zij al vele jaren geen contact meer met elkaar hebben.
Geïntimeerde heeft aangegeven onder meer vanwege die slechte relatie er geen heil in te zien om met appellante afspraken te moeten maken over beslissingen die over de literaire nalatenschap moeten worden genomen, zoals eventuele hernieuwde publicatie van gedichten(bundels) en andere voorkomende zaken.
Ook heeft de uitgever aangegeven dat de auteursrechten niet kunnen worden verdeeld en dat de uitgever slechts met één contactpersoon wil werken.
Appellante heeft niet betwist dat de relatie tussen partijen ernstig verstoord is.
Omdat voor het maken van afspraken twee partijen nodig zijn die daartoe bereidwillig zijn en niet voldoende gemotiveerd is weersproken dat opsplitsing van de auteursrechten niet mogelijk is, acht ook het hof toedeling van de auteursrechten aan beiden gezamenlijk, of binnen een andere constructie waarbij zij beiden rechthebbende blijven, dan wel verdeling bij helfte, niet aangewezen.
Daarmee is nog niet de vraag beantwoord wat er met de auteursrechten moet gebeuren.
Beide zussen hebben ieder voor zich valide lijkende redenen aangedragen waarom de auteursrechten aan de betreffende partij dient te worden toebedeeld tegen een waarde van € 99,70.
Het hof herhaalt dat zij beiden om emotionele redenen en belangen, die niet goed zijn af te wegen, aanspraak maken en dat zij beiden wensen dat de literaire nalatenschap goed wordt beheerd en behouden blijft.
Zowel appellante als geïntimeerde meent tot dat laatste in staat en bereid te zijn.
Het hof ziet in hetgeen appellante en geïntimeerde over en weer hebben aangevoerd en in de stukken aanknopingspunten voor het oordeel dat de literaire nalatenschap van erflater bij geïntimeerde in ieder geval in goede handen is, zodat de auteursrechten aan haar worden toegedeeld.
Vanaf het moment kort na het overlijden van erflater heeft geïntimeerde, nadat zij er mee werd geconfronteerd dat er nog niets was geregeld, de afwikkeling ter hand genomen en is zij zaken gaan regelen, zoals de uitvaart, het leeghalen van de kamer van erflater en de vereffening van de nalatenschap en is zij de administratie gaan beheren.
Gebleken is dat dit aan haar kon worden toevertrouwd en dat zij de belangen van appellante daarbij ook in acht heeft genomen.
Appellante heeft wel aangevoerd dat zij ook in de startblokken stond om zaken te regelen, maar dat is niet van de grond gekomen.
Om welke reden dan ook ging het aan de kant van appellante blijkbaar niet altijd makkelijk om alles goed geregeld te krijgen.
Ook is voldoende komen vast te staan dat geïntimeerde met name in het begin herhaaldelijk heeft getracht om met appellante in contact te komen om af te stemmen en af te wikkelen, maar dat dit niet is gelukt.
Ook om die reden is er op verzoek van geïntimeerde een vereffenaar aangesteld, voor wie het eveneens lastig bleek om met appellante in contact te komen.
Daar komt bij dat de gang van zaken rondom de ‘stichting’, die kort na het overlijden van erflater probeerde via sociale media geld in te zamelen en gedichten te verkopen, minst genomen vragen oproept.
Uit de door geïntimeerde overgelegde Whatsapp-berichten blijkt dat de persoon die de pagina op Facebook had aangemaakt in opdracht of met medeweten van appellante handelde.
Dat ontkent appellante weliswaar, maar in ieder geval is duidelijk dat dit zich in haar kring heeft voorgedaan.
Dit alles maakt dat het hof begrip kan opbrengen voor de zorgen van geïntimeerde.
Het hof zegt niet dat appellante het beheer niet zou kunnen voeren, maar is van oordeel dat dit bij geïntimeerde zeker in goede handen is.
Dat heeft appellante ook niet betwist.
Daarmee is de bescherming en het behoud van de literaire nalatenschap voor beide zussen gewaarborgd.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.