De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vaststelling van het loon van een executeur.
De executeur verzoekt te bepalen dat het loon van de executeur vastgesteld dient te worden conform de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling (hierna: Recofa-richtlijnen), alsmede te bepalen dat de executeur periodiek, te weten maandelijks, declaraties wegens zijn taak als executeur in beide nalatenschappen, ten laste van de nalatenschappen in rekening mag brengen.
De executeur onderbouwt zijn verzoek als volgt.
Aangezien het de bedoeling was dat de executele binnen het ‘eigen’ gezin werd opgepakt, hebben erflaters bepaald dat de executeurs geen recht op loon toekomt.
Het in stand laten van de testamentaire bepaling over het loon van de executeur doet geen recht aan de onderhavige situatie.
Het gaat immers om twee complexe en grote nalatenschappen die moeten worden afgewikkeld.
De noodzakelijke werkzaamheden die de executeur dient uit te voeren, gaan verder dan ‘het eenvoudig gereed maken van de boedel voor verdeling’.
De executeur meent dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid de ongewijzigde instandhouding van de testamentaire bepalingen dat de executeur voor zijn werkzaamheden geen loon ontvangt, onredelijk zijn.
Erfrecht. Executele. Vaststelling van het loon van de executeur. Beloning. Onvoorziene omstandigheden. Testament. Redelijkheid en billijkheid. Recofa-richtlijnen.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 4:144 lid 3 jo. 4:159 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kantonrechter op grond van onvoorziene omstandigheden de beloning van de executeur anders regelen dan in het testament of de wet is bepaald.Voor het begrip ‘onvoorziene omstandigheid’ dient aansluiting te worden gezocht bij artikel 6:258 BW.
Van belang is van welke omstandigheden erflaatster en erflater bij het instellen van de executele zijn uitgegaan en of zij – al dan niet stilzwijgend – met het optreden van onvoorziene omstandigheden rekening hebben gehouden (Parl. Gesch. Boek 4, p. 2098).
De kantonrechter is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake van onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW, daaruit bestaande dat verwerende partijen ontslagen zijn uit hun functie van executeur en dat een onafhankelijk, professionele executeur is benoemd om te komen tot afwikkeling van de nalatenschappen.
Naar het oordeel van de kantonrechter mag onder die omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de testamentaire bepaling dat de executeur voor zijn werkzaamheden geen loon ontvangt, niet worden verwacht.
Verwerende partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij zich kunnen vinden in het oordeel dat de executeur loon toekomt voor het verrichten van werkzaamheden.
Zij verzetten zich evenwel tegen de hoogte van het loon van de executeur.
Verwerende partijen stellen zich daarbij op het standpunt dat de Recofa-richtlijnen niet van toepassing zijn op werkzaamheden verricht door een executeur en bovendien dat andere kantoren een lager uurtarief vragen.
De kantonrechter acht het standpunt van verwerende partijen dat andere kantoren een lager uurtarief hanteren dan de executeur doet, niet opportuun, omdat die kantoren (althans hun medewerkers) niet tot executeur in de nalatenschappen van erflaatster en erflater zijn benoemd.
Hoewel verwerende partijen van mening zijn dat de Recofa-richtlijnen niet op de beloning van de executeur van toepassing zijn, is het alternatief dat de executeur zijn (hogere) kantoortarief onverkort in rekening mag brengen.
De kantonrechter is daarom van oordeel dat het verzoek van de executeur aan te sluiten bij de Recofa-richtlijnen, zoals vaste rechtspraak overigens ook gebruikelijk is, redelijk is.
De kantonrechter overweegt bovendien dat in artikel 6.4. onder g. van de Recofa-richtlijnen is voorgeschreven dat de executeur zijn werkzaamheden, met inachtneming van de moeilijkheidsgraad ervan, zodanig over hemzelf, zijn kantoorgenoten en medewerkers dient te verdelen dat deze werkzaamheden tegen het laagst mogelijke uurtarief worden verricht.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter bepalen dat de executeur zijn werkzaamheden zal verrichten tegen een tarief overeenkomstig de Recofa-richtlijnen.
Het standpunt van verwerende partijen dat de executeur teveel tijd, althans zijn tijd niet efficiënt, besteedt aan de afwikkeling van de nalatenschappen, behoeft geen bespreking aangezien dat buiten het kader van deze procedure valt en in een procedure over geschillen naar aanleiding van de rekening en verantwoording van de executeur aan de orde kan worden gesteld.
Aangezien geen verweer is gevoerd tegen het verzoek van de executeur om zijn werkzaamheden maandelijks te mogen declareren, zal de kantonrechter ook dit onderdeel van het verzoek toewijzen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.