De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag aan wie van de erfgenamen een boerderij moest worden toegedeeld.

Partijen, eisers en gedaagden, zijn zussen en broer.

Hun vader is in 2013 overleden.

Hun moeder was enig erfgenaam krachtens het testament van vader.

Moeder is in 2018 overleden.

Partijen zijn de erfgenamen en hebben de nalatenschap allen zuiver aanvaard.

De nalatenschap is nog onverdeeld.

Tot de nalatenschap van moeder behoort een boerderij, waar partijen zijn opgegroeid.

Deze bestaat uit een woning met aanhorigheden, zoals stallen en schuren (0.43.50 ha) en landbouwgrond (8.66.35 ha), met een totale oppervlakte van 9.09.85 ha.

Partijen wensen tot verdeling van de boerderij over te gaan.

Zij twisten echter over de vraag aan wie de boerderij moet worden toegedeeld en welke waarde tot uitgangspunt bij de verdeling moet worden genomen.

Eisers willen dat de boerderij aan hen wordt toegedeeld, gedaagden stellen zich op het standpunt dat de boerderij door hen moet worden overgenomen.

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Onroerend goed. Toedeling van een woning. Belangenafweging. Bedrijfsopvolging. Betrokkenheid. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Voorop gesteld zij dat met ‘de boerderij’ het in geding zijnde integrale complex aan onroerende zaken wordt bedoeld, aldus de woning met aanhorigheden, zoals stallen en schuren (0.43.50 ha) en de landbouwgrond (8.66.35 ha), met een totale oppervlakte van 9.09.85 ha.

Allereerst zal de rechtbank beoordelen of de boerderij aan één der partijen dient te worden toegedeeld.

Die vraag zal de rechtbank aanstond bevestigend beantwoorden.

Immers, verkoop en levering van de boerderij aan een derde partij, waarna de opbrengst van de verkoop gelijkelijk onder de erfgenamen wordt verdeeld, is niet aan de orde, nu partijen elk een substantieel belang hebben bij toedeling van de boerderij aan één van hen, hetgeen volgt uit de hierna volgende overwegingen, alsmede in aanmerking genomen dat het kennelijk de uitdrukkelijke wens was van vader en moeder dat de boerderij in de familie blijft.

Eisers hebben bij dagvaarding gesteld dat de boerderij aan hen moet worden toegedeeld.

Daartoe hebben zij aangevoerd dat eiseres en haar echtgenoot een landbouwbedrijf exploiteren en de landbouwgronden van de boerderij aan die exploitatie wensen toe te voegen.

Voorts hebben zij gesteld dat eiseres de volledige eigendom van de woning met aanhorigheden wil overnemen om deze met haar gezin te gaan bewonen en zakelijk te gaan exploiteren.

Gedaagden hebben op hun beurt gesteld dat de boerderij aan hen moet worden toegedeeld.

Bij conclusie van antwoord hebben zij gesteld dat moeder na het overlijden van vader het agrarisch bedrijf heeft voortgezet in de vorm van een eenmanszaak, maar dat de feitelijke werkzaamheden door gedaagde werden uitgevoerd.

Ook toen vader nog leefde, was gedaagde werkzaam in het bedrijf, al vanaf zijn jeugd.

Gedaagde zat op de landbouwschool, volgde diverse cursussen en behaalt jaarlijks de benodigde spuitlicenties voor de landbouwwerkzaamheden.

Na het overlijden van moeder is gedaagde doorgegaan met het agrarisch bedrijf, mede om te voorkomen dat de landbouwgrond “bleef liggen” en schade zou oplopen, en draagt hij thans nog steeds zorg voor het bemesten, het inzaaien en het oogsten van de gewassen.

Gedaagde wenst het agrarisch bedrijf van zijn ouders dan ook voort te zetten, reden waarom hij de landbouwgrond aan hem toebedeeld wil zien.

Gedaagde verzorgde als boekhouder samen met haar vader de bedrijfsadministratie.

Na diens overlijden deed zij dat alleen, omdat moeder dienaangaande onvoldoende kennis van zaken had.

Daarnaast heeft gedaagde niet alleen de woning steeds onderhouden door deze regelmatig schoon te maken – ook na het overlijden van moeder – maar ook de bloemen en groentetuin.

Gedaagde zou graag de woning willen hebben om erin te wonen.

Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van 31 mei 2023 hebben gedaagden in hun standpunt gepersisteerd.

Bij de hierna door de rechtbank te maken belangenafweging slaat deze door in het voordeel van gedaagden.

Wat de doorslag geeft is dat gedaagde vanaf zijn jeugd betrokken is geweest bij het uitoefenen van het landbouwbedrijf, eerst aan de zijde van zijn vader en vervolgens, toen deze was overleden, alleen, zulks ter ondersteuning van het uitbaten van de eenmanszaak door zijn moeder.

Gedaagde heeft er, zo heeft hij de rechtbank ter zitting weten te overtuigen, zijn hele leven op ingericht.

En ook nu nog draagt hij zorg voor de landbouwgrond, mede om te voorkomen dat deze schade oploopt.

De rechtbank verwijst in dit kader naar de door gedaagden overgelegde producties.

Tevens dient in aanmerking te worden genomen dat gedaagde het bedrijf van vader en moeder wenst voort te zetten, in welk verband het van belang is dat, om in aanmerking te komen voor de BOF/BOR (bedrijfsopvolgingsregeling/bedrijfsopvolgingsfaciliteit), alle landbouwgronden worden toegedeeld aan degene die het agrarisch bedrijf voortzet.

Tegenover deze langdurige, professionele en nog steeds actuele betrokkenheid van gedaagden bij de boerderij, hun actieve rol in de bedrijfsvoering en de door gedaagden genomen verantwoordelijkheid in deze, hebben eisers onvoldoende gesteld.

Uiteraard is hun wens als erfgenamen om de boerderij aan hen toebedeeld te zien in beginsel even legitiem als die van gedaagden en dient aan eisers te worden toegegeven dat hun belang ook een substantieel gewicht heeft, maar zowel in de dagvaarding als ter zitting hebben zij vooral uiting gegeven aan hun wens om de boerderij te verwerven door te stellen wat hun toekomstplannen zijn met de boerderij, meer ‘op afstand’ derhalve dan in directe en actieve, actuele betrokkenheid, toekomstplannen die thans niet of moeilijk te toetsen of te beoordelen zijn.

Echter, anders dan voor gedaagden, voor wie de boerderij, het daarbij behorende bedrijf en de daarmee gemoeide werkzaamheden en andere beslommeringen deel van hun leven is en is geweest, zodat deze als van bijzondere waarde voor hen moet worden gekwalificeerd, zou er voor eisers in dat opzicht niet veel veranderen indien zij de boerderij niet krijgen.

In het licht van dit alles is de rechtbank van oordeel dat de boerderij aan gedaagden zal worden toegedeeld.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.