De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of er een rechtmatig belang bestond voor de afgifte van – of inzage in – bankafschriften van erflaatster.

Eiser en gedaagde zijn broers.

Hun moeder, de erflaatster, is op 26 juni 2020 overleden.

Erflaatster heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt zodat eiser en gedaagde haar enige erfgenamen zijn, ieder voor de helft.

Zij hebben de nalatenschap op 17 september 2020 beneficiair aanvaard en zijn gezamenlijk vereffenaar.

Eiser vordert – samengevat – gedaagde te bevelen, op straffe van een dwangsom, aan hem te overhandigen het schriftelijk bewijs in origineel of door een notaris gewaarmerkt afschrift daarvan waaruit onomstotelijk blijkt dat gedaagde aan erflaatster een bedrag van € 1,1 miljoen heeft geschonken.

Eiser stelt daartoe het volgende.

Hij heeft belang bij zijn vordering, zodat kan worden vastgesteld of gedaagde het door hem genoemde bedrag van € 1,1 miljoen aan erflaatster heeft geschonken.

Gedaagde stelt dat dit uit zijn administratie blijkt.

Als dat het geval is, wil eiser aannemen dat het Zwitserse vermogen van erflaatster inderdaad door gedaagde aan haar is overgemaakt en kan hij met gedaagde de nalatenschap afwikkelen.

Indien gedaagde dat bedrag niet aan erflaatster heeft geschonken, dan is er op onrechtmatige wijze € 422.726,00 uit het vermogen van erflaatster weggesluisd, zodat dat bedrag in de boedel moet worden ingebracht.

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Schenking? Onttrekking van gelden uit nalatenschap? Bewijs. Afgifte of inzage in bankafschriften. Rechtmatig belang. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

De vordering van eiser is gebaseerd op artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Dit artikel verbindt vier voorwaarden aan de toewijsbaarheid van een dergelijke vordering:

1) degene die de vordering instelt moet op dat moment een rechtmatig belang hebben,

2) het moet gaan om bepaalde bescheiden,

3) aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of zijn rechtsvoorganger partij is en

4) degene van wie de bescheiden worden gevraagd moet deze te zijner beschikking of onder zijn berusting hebben.

Is aan deze voorwaarden voldaan, dan bestaat niettemin geen gehoudenheid tot overlegging van bescheiden, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan of indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

Ter zitting is (pas) duidelijk geworden dat het eiser gaat om een afschrift van één transactie waarbij gedaagde € 1,1 miljoen aan erflaatster zou hebben overgemaakt.

Ter onderbouwing van deze stelling verwijst hij naar de e-mail van gedaagde.

In die e-mail schrijft gedaagde echter helemaal niet dat hij met één transactie € 1,1 miljoen aan erflaatster heeft overgemaakt.

Er staat slechts dat hij minimaal € 1,1 miljoen aan erflaatster heeft overgemaakt.

Of dat door middel van één of meerdere overboekingen is gebeurd, kan simpelweg niet uit die e-mail worden opgemaakt.

Gedaagde heeft ter zitting desgevraagd ontkend dat hij via één transactie € 1,1 miljoen aan erflaatster heeft overgemaakt, maar dat het gaat om een totaalbedrag dat hij via meerdere transacties aan erflaatster heeft overgemaakt.

Nu voorshands dus onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van één transactie van € 1,1 miljoen, is dit op zichzelf al voldoende grond om de vordering van eiser af te wijzen.

Hij vraagt immers overlegging van een stuk dat niet bestaat.

Daar komt bij dat eiser het rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv niet aannemelijk heeft gemaakt.

Daarvoor is het volgende redengevend.

Het gaat eiser er uiteindelijk om dat hij bewijs wil zien dat gedaagde (grote sommen) geld aan erflaatster heeft overgemaakt.

Pas als gedaagde daarvan bewijs heeft geleverd, wil eiser aannemen dat het Zwitserse vermogen van erflaatster inderdaad afkomstig was van gedaagde.

De openbaar aanklager in Zwitserland heeft de overboeking van € 422.276,00 van de Zwitserse rekening van erflaatster via twee Panamese vennootschappen naar de rekening van bedrijf A onderzocht.

De uitkomst van dat onderzoek, waarvoor de openbaar aanklager stukken bij de betreffende banken heeft opgevraagd, was dat erflaatster de overboeking zelf heeft verricht dan wel goedgekeurd, deze naar Zwitsers recht rechtsgeldig was, en het Zwitserse vermogen van erflaatster afkomstig was van gedaagde.

Dit laatste is van doorslaggevend belang.

Voorshands is daarmee voldoende aannemelijk dat erflaatster niet haar eigen vermogen heeft weggeschonken, maar dat het een terugbetaling is van vermogen dat zij van gedaagde heeft verkregen.

Een eventuele vordering van eiser vanwege benadeling door bovenmatige giften van erflaatster aan gedaagde lijkt dan ook weinig kans van slagen te hebben.

Tot slot beschikt eiser over een volmacht om naar eigen inzicht bij banken alle afschriften van alle bankrekeningen van erflaatster op te vragen.

Deze volmacht is niet beperkt tot Nederlandse banken.

Met deze volmacht kan eiser zelf nagaan of gedaagde inderdaad maandelijks betalingen heeft verricht aan erflaatster.

Overigens wordt de uitleg van gedaagde waarom hij deze betalingen aan erflaatster heeft gedaan plausibel geacht.

Gedaagde heeft verklaard dat erflaatster van een gering inkomen moest rondkomen en zij nauwelijks in staat was de huur te betalen.

Dit was de reden dat gedaagde als medehuurder op de huurovereenkomst staat vermeld.

Gedaagde is een bekend zakenman en beschikt over een aanzienlijk vermogen.

Dat hij maandelijks een bedrag op de rekening van erflaatster stortte, zodat zij plezierig kon leven, komt daarom aannemelijk voor.

Tot slot bevindt de nalatenschap zich in de fase van vereffening, dat wil zeggen het beheren van de goederen van de nalatenschap en het voldoen van de schulden van de nalatenschap.

Eiser heeft ook niet toegelicht welke vordering hij in een eventuele bodemprocedure zou willen instellen.

De conclusie is dat eiser onvoldoende rechtmatig belang heeft bij toewijzing van de gevraagde voorzieningen.

Zijn vordering zal daarom worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.