Het Gerechtshof Den Haag heeft op 8 september 2020 uitspraak gedaan over de vraag of sprake was van een zuivere of van een beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap.
Partijen zijn zusters van elkaar.
De moeder van partijen (hierna: erflaatster) is in 2018 overleden.
De echtgenoot van erflaatster, tevens vader van partijen, met wie erflaatster in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd, is voor-overleden in 2005.
De uiterste wilsbeschikking van 2 mei 1991 van de vader hield – samengevat – een ouderlijke boedelverdeling in, waarbij alle goederen en rechten uit de nalatenschap werden toegedeeld aan erflaatster.
Aan partijen werd toegedeeld een vordering in contanten ten laste van erflaatster ten bedrage van het ieder van hen in het saldo van de nalatenschap van de vader toekomende netto erfdeel.
Uit dien hoofde hebben partijen een vordering op erflaatster, die door haar overlijden opeisbaar is geworden.
In geschil is of geïntimeerde als enige erfgename de nalatenschap van erflaatster beneficiair dan wel zuiver heeft aanvaard, zodat zij in dat laatste geval verplicht is de schulden van de nalatenschap ten laste van haar gehele vermogen, derhalve het door haar geërfde vermogen en haar overige vermogen te voldoen.
Erfrecht. Zuivere of beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap? Ouderlijke boedelverdeling. Beschikken als heer en meester? Bewijs.
De rechter oordeelt als volgt.
De vraag die thans beantwoord moet worden is of geïntimeerde de nalatenschap van erflaatster beneficiair dan wel zuiver heeft aanvaard, teneinde te kunnen vaststellen op welke wijze de nalatenschap van erflaatster dient te worden afgewikkeld, en om de vorderingen te kunnen beoordelen.
De rechtbank heeft geoordeeld dat geïntimeerde de nalatenschap van erflaatster onder het voorrecht van boedelbeschrijving heeft aanvaard.
Appellanten zijn het daar niet mee eens.
Zij stellen zich op het standpunt dat geïntimeerde zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam heeft gedragen door een groenleren sta-op-fauteuil (hierna: de fauteuil) uit de nalatenschap van erflaatster via www.marktplaats.nl (hierna: Marktplaats) te verkopen en andere goederen, zoals een antieke tafelklok, een Perzisch tapijt en een vitrinekast op Marktplaats te koop aan te bieden.
Volgens appellanten heeft geïntimeerde deze handelingen niet in haar hoedanigheid van executeur uitgevoerd aangezien, – kort weergegeven -:
– zij over de nalatenschap heeft beschikt door goederen van de nalatenschap te verkopen zonder dat dat nodig was om schulden van de nalatenschap te voldoen;
– zij heeft verzuimd direct na het overlijden van erflaatster een boedelbeschrijving op te maken en de schuldeisers aan te schrijven;
– er, gelet op het recht van beraad (artikel 4:185 lid 1 BW), geen enkele noodzaak was tot onmiddellijke verkoop van goederen uit de nalatenschap over te gaan;
– zij eerst een verklaring van beneficiaire aanvaarding heeft uitgebracht nadat zij (op 4 juni 2018) werd geconfronteerd met de aanspraken van appellanten.
Appellanten bieden ten slotte aan door middel van getuigen te bewijzen dat de fauteuil door of namens erflaatster is gekocht dan wel aan haar cadeau is gegeven.
Geïntimeerde voert verweer als volgt:
– de fauteuil heeft nooit tot het vermogen van erflaatster behoord.
Deze is door geïntimeerde gekocht via Marktplaats en gefinancierd met eigen geld en is ook aan geïntimeerde geleverd. De stoel heeft lange tijd bij geïntimeerde thuis gestaan ten behoeve van erflaatster als zij daar op bezoek kwam. Daarna heeft geïntimeerde de fauteuil aan erflaatster in bruikleen gegeven. Appellanten zijn hiervan niet op de hoogte omdat zij jarenlang geen contact met erflaatster hebben gehad. Indien de fauteuil wel tot de nalatenschap behoorde, was geïntimeerde als executeur bevoegd tot de verkoop van daarvan. De stelling dat een executeur eerst zaken te gelde mag maken nadat een boedelbeschrijving is opgemaakt, vindt geen steun in het recht;
– het tapijt, de klok, de vitrinekast zijn niet verkocht en zijn met de overige inboedelzaken opgeslagen in de woning van geïntimeerde. Geïntimeerde heeft deze zaken enkel op Marktplaats gezet om de waarde te bepalen zonder taxatiekosten te hoeven maken.
Geïntimeerde biedt bewijs aan ter zake de eigendom van de fauteuil en de aanwezigheid van de overige inboedelzaken in haar woning.
Het hof overweegt als volgt.
De vraag of geïntimeerde de nalatenschap zuiver heeft aanvaard moet worden beantwoord met inachtneming van artikel 4:192 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) (nieuw) zoals dat geldt na 1 september 2016, nu de gedragingen van geïntimeerde die volgens appellanten tot zuivere aanvaarding hebben geleid na deze datum hebben plaatsgevonden.
Het criterium om te spreken van een zuivere aanvaarding houdt dan in dat van een zuivere aanvaarding alleen sprake is als een erfgenaam beschikkingshandelingen verricht door goederen van de nalatenschap te verkopen, bezwaren of op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers te onttrekken.
Het gaat aldus om beschikkingshandelingen die zo ingrijpend zijn dat de erfgenaam daarmee ‘als heer en meester’ beschikt over de nalatenschap.
Het hof is van oordeel dat geïntimeerde geen beschikkingshandelingen heeft verricht die zo ingrijpend zijn dat zij als erfgenaam daarmee ‘als heer en meester’ heeft beschikt over de nalatenschap en waardoor schuldeisers zijn benadeeld.
Het hof overweegt daartoe als volgt.
Op appellanten rust de bewijslast dat de door geïntimeerde verkochte fauteuil tot de nalatenschap van erflaatster behoorde.
Hun beroep op het bewijsvermoeden van artikel 3:109 BW komt appellanten niet toe.
Zij maken als schuldeisers van de nalatenschap immers geen deel uit van de rechtsverhouding tussen geïntimeerde en erflaatster.
Appellanten stellen, zo begrijpt het hof uit de grieven en het desbetreffende bewijsaanbod, dat erflaatster dan wel geïntimeerde namens erflaatster de stoel heeft gekocht, dat de koopprijs uit het vermogen van erflaatster is betaald, dan wel dat de stoel aan erflaatster is geschonken.
Echter, dit zijn enkel vermoedens van appellanten.
Zij hebben daartoe, tegenover de gemotiveerde betwisting door geïntimeerde, onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld.
Nu appellanten niet hebben voldaan aan hun stelplicht, komt het hof aan bewijslevering niet toe.
Dit alles brengt mee dat ervan moet worden uitgegaan dat de fauteuil tot het vermogen van geïntimeerde behoorde en geen deel uitmaakt van de nalatenschap van erflaatster.
De verkoop van die fauteuil kan geïntimeerde derhalve niet worden tegengeworpen.
Ten aanzien van het (tijdelijk) te koop aanbieden van enkele andere inboedelzaken overweegt het hof als volgt.
Niet in geschil is dat de genoemde inboedelzaken, andere dan de hiervoor besproken fauteuil, nog altijd aanwezig zijn en door geïntimeerde zijn opgeslagen.
Deze goederen zijn niet verkocht, bezwaard of op andere wijze aan verhaal van schuldeisers onttrokken.
Het enkele op Marktplaats aanbieden van deze zaken, zonder dat daarop deze goederen aan (een) derde(n) zijn overgedragen, is onvoldoende om te oordelen dat geïntimeerde daardoor als heer en meester heeft beschikt over de nalatenschap.
Aan het bewijsaanbod van geïntimeerde ter zake komt het hof daarom niet toe.
Hetgeen partijen over en weer ten aanzien van de inboedelzaken verder naar voren hebben gebracht behoeft geen verdere bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Gelet op het vorenstaande staat vast dat geïntimeerde de nalatenschap van erflaatster beneficiair heeft aanvaard.
Zij is derhalve niet verplicht de schulden van de nalatenschap ten laste van haar overige vermogen (privé) te voldoen (artikel 4:184 lid 2 BW).
Van de uitzonderingen op die hoofdregel als omschreven in art.4:184 lid 2 is niet gebleken.
De grief faalt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over zuivere of beneficiaire aanvaarding, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.