Van onze advocaat verdeling erfenis. De Rechtbank Gelderland heeft op 12 september 2018 uitspraak gedaan over een verdeling van een in Nederland opengevallen erfenis.

Eiseres heeft – samengevat – het volgende aan haar vorderingen ten grondslag gelegd. De in 1858 door haar vader geschreven en in bruikleen aan de Ringsynagoge Zutphen gegeven Thorarol is thans in het bezit van De Stedendriehoek.

Haar moeder heeft bij vererving de eigendom van de Thorarol verworven en die op haar beurt weer geschonken aan haar dochter, eiseres. Conform Joods erfrecht had moeder als enig erfgenaam te gelden en heeft zij de Thorarol rechtsgeldig kunnen schenken aan haar dochter, eiseres.

Eiseres wil dat de Thorarol een familie erfgoed blijft, en wenst bovendien dat de Thorarol in regulier gebruik blijft, hetgeen nu niet het geval is. Zij is als enige rechthebbende gerechtigd de overeenkomst van bruikleen op te zeggen en afgifte van de Thorarol te vorderen. Dit teneinde de Thorarol in gebruik te geven aan een synagoge die wel op reguliere basis diensten draait.

Internationaal erfrecht. Verdeling nalatenschap. Nederlands erfrecht van toepassing?

De rechter oordeelt als volgt.

Vooropgesteld dient te worden dat het goed waar het in dit geschil om draait, namelijk de door haar vader geschreven en in bruikleen afgegeven Thorarol, deel uitmaakt van een in Nederland opengevallen nalatenschap, waardoor het Nederlands erfrecht van toepassing is.

Artikel 4:1 BW bepaalt dat erfopvolging plaats heeft bij versterf of krachtens uiterste wilsbeschikking.

Van de erfopvolging bij versterf kan worden afgeweken bij een uiterste wilsbeschikking die een erfstelling of een onterving inhoudt.

De stelling van eiseres dat de regels van vererving conform het Joodse recht, Halakha, van toepassing zijn, vindt dus geen grondslag in het recht.

Enkel bij wijze van een wettig opgemaakte uiterste wilsbeschikking, kan van de in boek 4 BW neergelegde regels van erfopvolging worden afgeweken.

Het ontbreken van een dergelijke uiterste wilsbeschikking is tussen partijen niet in geschil.

Er dient dus van uit te worden gegaan dat de regels van erfopvolging bij versterf conform boek 4, titel 2 BW van toepassing zijn op de nalatenschap.

Ingevolge artikel 4:10 lid 1 onder a BW roept de wet als erfgenamen uit eigen hoofde tot een nalatenschap de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot van de erflater tezamen met diens kinderen.

Artikel 4:11 lid 1 BW bepaalt dat degenen die tezamen uit eigen hoofde tot een nalatenschap worden geroepen, voor gelijke delen erven.

Dit betekent dat niet alleen de vader van moeder, grootvader van eiseres, als erfgenaam te gelden had, maar ook zijn overige in leven zijnde broers en zusters.

Eiseres heeft niet weersproken dat ook in ieder geval C als afstammeling te gelden heeft. De stelling van eiseres dat haar moeder als enig erfgenaam van te gelden had en daarom bevoegd was het eigendom van de Thorarol aan haar te schenken, houdt gezien het voorgaande geen stand.

Eiseres heeft zich voorts nog op het standpunt gesteld dat de nalatenschap van reeds in 1913 is verdeeld en de Thorarol bij die gelegenheid aan haar grootvader werd toebedeeld.

De door eiseres aangevoerde feiten en omstandigheden zijn onvoldoende om aan te nemen dat reeds in 1913 (in juridische zin) verdeling van de nalatenschap van heeft plaatsgevonden.

De blote stellingen dat de bruikleenovereenkomst in bezit zou zijn geweest van de zoon en dat die overeenkomst nog voor het overlijden van broer in het notulenboek van de Ringsynagoge Zutphen werd bevestigd, kunnen de conclusie dat verdeling van de nalatenschap reeds heeft plaatsgevonden niet dragen.

Nu eiseres ter onderbouwing van de gestelde verdeling onvoldoende heeft aangevoerd, zal aan een bewijsopdracht niet toe worden gekomen.

Op grond van al het voorgaande luidt de conclusie dat eiseres in ieder geval niet als enige rechthebbende op de Thorarol kan worden aangemerkt, indien vast zou komen te staan dat zij wel afstammeling is.

Ingevolge artikel 3:172 BW is iedere deelgenoot bevoegd tot het instellen van rechtsvorderingen en indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap.

Echter, de door eiseres ingestelde vorderingen ter verkrijging van een verklaring voor recht en afgifte van de Thorarol aan haar, zijn door haar niet ingesteld ten behoeve van de nalatenschap, maar ten behoeve van eiseres zelf.

Hiertoe is eiseres echter wettelijk niet bevoegd. Nog daargelaten dat de rechtbank – zonder zich daarbij uit te laten over de herkomst van de zich onder De Stedendriehoek bevindende Thorarol(len) en de afstamming van eiseres – begrip kan opbrengen voor het door eiseres nagestreefde doel, namelijk het gebruik van de door haar grootvader geschreven Thorarol conform de Joodse religie te waarborgen, terwijl door De Stedendriehoek, die inmiddels langer dan 100 jaar in het bezit zou zijn van de Thorarol en dit begrijpelijkerwijs wil voortzetten, is erkend dat de door haar verzorgde diensten in de afgelopen jaren teruggelopen zijn tot 4 à 5 keer per jaar, komen de eerste twee vorderingen van eiseres niet voor toewijzing in aanmerking.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het internationale erfrecht, over rechtsmacht of het toepasselijke recht bij het afwikkelen van een internationale erfenis, of over het procederen over een erfenis na de Brexit, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.