Van onze advocaat verdeling erfenis. Onlangs heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan over de verdeling van aandelen in een besloten vennootschap (BV) in een erfenis.

Partijen zijn broers en zussen en zijn ieder voor een vierde deel gerechtigd in de nalatenschap van hun moeder. De vader van partijen was kort daarvoor overleden. De nalatenschap van de vader van partijen is geheel verdeeld en afgewikkeld. Ook de nalatenschap van de moeder van partijen is geheel verdeeld met uitzondering van een twaalftal aandelen in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

De BV is op 13 juni 1975 opgericht door de ouders van partijen. Bij de oprichting zijn van het maatschappelijk kapitaal, groot f 100.000,- en verdeeld in honderd aandelen, elk groot f 1.000,-, geplaatst en volgestort 20 aandelen, genummerd 1 tot en met 20. Nadien heeft geen uitgifte van aandelen plaatsgehad. Thans zijn C, waarvan verweerder enig aandeelhouder en bestuurder is, en D, waarvan verweerder enige aandeelhouder en bestuurder is, ieder gerechtigd tot 4 aandelen. De overige 12 geplaatste aandelen behoren als vermeld tot de nalatenschap van de moeder van partijen.

De verweerders zijn sedert 1991 werkzaam in de onderneming van de vennootschap en zijn op dit moment beiden bestuurder van de vennootschap. Partijen hebben over de verdeling van de aandelen geen overeenstemming bereikt. De rechtbank heeft in het bestreden vonnis, voor zover hier nog van belang, de vordering van aan ieder van partijen drie aandelen in de vennootschap toegedeeld. De advocaat van verzoekster komt in dit hoger beroep op tegen deze toedeling. De grieven beogen de verdeling van de aandelen in volle omvang aan de orde te stellen.

Anders dan verzoekster kennelijk meent heeft verdeling van de twaalf aandelen die behoren tot de nalatenschap van de moeder van partijen plaatsgehad. Aan elk van de deelgenoten in die nalatenschap zijn telkens drie aandelen toegedeeld. Ten aanzien van die aandelen is geen sprake meer van enige onverdeeldheid. Dat ieder van de deelgenoten ten gevolge van die verdeling gerechtigd is tot drie aandelen in de vennootschap en dat de deelgenoten samen de vergadering van aandeelhouders in de vennootschap vormen, maakt dat niet anders.

Bij de beoordeling van de overige grieven stelt het hof het volgende voorop. De rechter die, in een geval waarin de deelgenoten geen overeenstemming over de verdeling van een gemeenschap kunnen bereiken, de verdeling daarvan op de voet van artikel 3:185 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) vaststelt, dient daarbij, zoals in dat artikel is bepaald, naar billijkheid rekening te houden met de belangen van partijen en het algemeen belang. Voorts is de rechter die de verdeling vaststelt bij de vaststelling van de verdeling niet gebonden aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd en behoeft hij niet expliciet in te gaan op hetgeen partijen hadden aangevoerd.

Het hof overweegt dat verzoekster uitdrukkelijk geen toedeling van aandelen aan zichzelf verlangt en toedeling van alle twaalf aandelen aan de overige drie deelgenoten vordert tegen vergoeding aan haar van de overwaarde. Verweerders verlangen nog steeds verdeling van de aandelen als door hen in eerste aanleg in reconventie gevorderd en als door de rechtbank vastgesteld. Zij willen uitdrukkelijk niet de toedeling zoals gevorderd door verzoekster. Zij voeren aan dat zij niet in staat zijn de ten gevolge van deze verdeling door hen te vergoeden overbedeling te betalen.

Het hof constateert op grond van de stellingen van partijen dat zowel verzoekster als verweerders de mogelijkheid van verkoop van alle aandelen in de vennootschap aan een derde als een reële mogelijkheid beschouwen. In die verkoop zijn dan kennelijk niet alleen de twaalf aandelen die tot de nalatenschap behoren, maar ook de andere acht aandelen begrepen. Het hof overweegt dat verzoekster belang heeft bij een verdeling waarbij niet een of meer van de aandelen aan haar worden toegedeeld en zij in plaats van aandelen geld krijgt, dat verweerders belang hebben bij een verdeling waarbij zij geen overwaarde hoeven te vergoeden aan verzoekster en dat in de continuïteit van de onderneming van de vennootschap waarin naar blijkt uit de jaarstukken die zijn overgelegd naast de broers in elk geval nog andere personen in dienst zijn, een algemeen belang is gelegen.

Gelet op al deze belangen en daarmee naar billijkheid rekening houdend is het hof van oordeel dat verdeling van de netto-opbrengst van de aandelen na verkoop daarvan aan een derde als wijze van verdeling het meest in aanmerking komt. De grieven van verzoekster falen derhalve voor zover deze strekken tot een keuze voor de door haar gevorderde verdeling. Artikel 3:185 lid 2 onder c BW schrijft voor dat die verkoop op een door de rechter bepaalde wijze dient te geschieden. Om een verrassingsbeslissing op dat punt te voorkomen, zal het hof een comparitie van partijen gelasten om met hen de wijze van verkoop te bespreken en zal ieder verder oordeel aanhouden.

Heeft u vragen over de verdeling van een erfenis, de verdeling van aandelen in een vennootschap of over de verdeling van een erfenis door de rechter, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.