Van onze advocaat verdeling erfenis. De Rechtbank Noord-Holland heeft op 26 januari 2017 uitspraak gedaan over een verzoek op grond van artikel 4:194a BW om alsnog beneficiair de erfenis te mogen aanvaarden.
De eerste vraag is of gedaagde de nalatenschap van erflater zuiver heeft aanvaard.
Anders dan de advocaat van gedaagde stelt, moet uit het handelen van gedaagde, bezien in het licht van artikel 4:192 lid 1 BW, worden aangenomen dat gedaagde zich als heer en meester over de nalatenschap heeft gedragen, vergelijkbaar met de positie van bezitter in het algemene vermogensrecht.
Zo heeft gedaagde de begrafeniskosten voor zijn rekening genomen en heeft hij besloten, al dan niet op aandringen van de bank, het saldo van de bankrekening van erflater naar zichzelf doen overmaken en het goud van erflater te verkopen.
Deze handelingen gaan verder dan beheerhandelingen. Gedaagden wordt daarom geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard. Deze keuze is onherroepelijk, zo blijkt uit artikel 4:190 lid 4 BW. De beneficiaire aanvaarding daarna heeft daarom geen effect. Gedaagden is met zijn privévermogen aansprakelijk voor de vordering van eiser.
De conclusie is daarom dat eiser als schuldeiser van de nalatenschap van moet worden gekwalificeerd, gedaagde geacht wordt de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard en de akte van beneficiaire aanvaarding van 19 augustus 2016 geen effect sorteert en dat gedaagden met zijn privévermogen aansprakelijk is voor de vordering van eiser.
De nalatenschap is zuiver aanvaard. Het gevolg hiervan is dat gedaagde de schulden der nalatenschap dient te voldoen. Indien er in de nalatenschap onvoldoende baten zijn, dient gedaagde de schulden uit eigen vermogen te voldoen.
Alsnog beneficiair mogen aanvaarden?
Het verzoek van gedaagde is gegrond op artikel 4:194a BW.
In artikel 4: 194a, eerste lid, BW staat:
Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden.
Dat artikel is in werking getreden op 1 september 2016, derhalve nadat gedaagde de nalatenschap had aanvaard en nadat de vordering van eiser gedaagde bekend is geworden. Dat was immers al in 2015. Bij de invoering van artikel 4:194a BW is geen overgangsbepaling gevoegd.
Bezien in het licht van de totstandkoming van dit artikel, moet ervan uit worden gegaan dat deze regeling geen werking heeft voor schulden die al voor inwerkingtreding van de wet bekend zijn geworden. Gedaagde komt derhalve geen beroep toe op dit artikel. Het verzoek wordt afgewezen.
Heeft u vragen over de aanvaarding of verwerping van een erfenis, de beneficiaire aanvaarding van een erfenis of over de mogelijkheid om een erfenis alsnog beneficiair te mogen aanvaarden, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfrecht op 020-3980150.