Van onze advocaat verdeling erfenis. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 24 juli 2018 uitspraak gedaan over een verzoek tot de verdeling van de saldi op de en/of bankrekeningen die erflaatster tijdens haar leven had met iemand met wie zij langdurig een affectieve relatie had.
Appellanten hebben aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat met betrekking tot de saldi op de bankrekeningen sprake is van een beperkte gemeenschap waarin geïntimeerde en erflaatster ieder voor de helft deelgenoot waren.
Als erfgenamen van erflaatster zijn zij in de rechten getreden van erflaatster en zij wensen verdeling van de gemeenschap.
De rechtbank heeft het standpunt van appellanten dat met betrekking tot de saldi op de bankrekeningen sprake zou zijn van een beperkte gemeenschap, verworpen.
Appellanten zijn het met die beslissing van de rechtbank niet eens; zij bestrijden die beslissing met hun eerste twee grieven.
Verdeling van de saldi op de en/of bankrekeningen die erflaatster tijdens haar leven had met iemand met wie zij langdurig een affectieve relatie had?
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank heeft bij de beoordeling van de vorderingen van appellanten als uitgangspunt gehanteerd dat de tenaamstelling van een bankrekening slechts van belang is voor de relatie tussen de tenaamgestelde(n) en de bank en – indien de rekening ten name van meerdere personen is gesteld – geen uitsluitsel geeft over de rechten en plichten van de tenaamgestelden onderling met betrekking tot het saldo van de bankrekening.
Tegen dit uitgangspunt is niet gegriefd. Terecht, want het uitgangspunt van de rechtbank is juist (vergelijk onder meer: Hof Den Bosch 6 juli 2010, GHSHE:2010:BN1351).
Van een beperkte gemeenschap met betrekking tot het saldo op een en/of bankrekening kan sprake zijn indien die rekening is gevoed met gelden van de beide tenaamgestelden of met gelden die gemeenschappelijk eigendom van beide tenaamgestelden zijn.
Stelplicht en bewijslast op dit punt liggen bij degene die zich hierop beroept, in dit geval appellanten.
Dat de beide hier aan de orde zijnde bankrekeningen zijn gevoed met gelden van zowel geïntimeerde als erflaatster dan wel met gelden die gemeenschappelijk eigendom van hen waren, is naar het oordeel van het hof onvoldoende door appellanten onderbouwd.
Niet betwist is immers dat een van de betaalrekeningen werd gevoed met inkomsten aan de zijde van geïntimeerde, te weten: zijn AOW-uitkering, zijn pensioenuitkering van de onderneming en inkomsten uit de verhuur van zijn bedrijfspand.
Erflaatster had eigen inkomsten, die werden gestort op haar eigen bankrekening.
Evenmin is betwist dat de en/of spaarrekening (uitsluitend) werd gevoed met overboekingen vanaf de en/of betaalrekening.
Weliswaar werden door erflaatster ook incidenteel bedragen gestort op de en/of betaalrekening, maar geïntimeerde heeft hieromtrent verklaard, onder verwijzing naar bankafschriften die zijn verklaring ondersteunen, dat het hierbij gaat om terugbetaling dan wel vergoeding van door hem (mede) ten behoeve van erflaatster betaalde kosten. Zo heeft erflaatster in de maand maart van de jaren 2007, 2008 en 2009 (telkens) van haar rekening bij de bank een bedrag van € 1.800,- op de en/of betaalrekening bij de bank gestort, zijnde (telkens) de helft van de kosten van hun gezamenlijke vakantie. Voorts stortte erflaatster op 30 april 2014 vanaf haar betaalrekening bij de bank een bedrag van € 875,- op de en/of betaalrekening bij de bank omdat geïntimeerde de betaling van haar nieuwe TV had “voorgeschoten”.
Deze stellingen zijn door appellanten niet weersproken, zodat het hof uitgaat van de juistheid hiervan.
Appellanten hebben ook nog bankafschriften van de betaalrekening van erflaatster bij de bank in het geding gebracht. Uit die bankafschriften blijkt dat erflaatster van haar rekening bij de bank een factuur van de dierenarts met betrekking tot de poes van geïntimeerde heeft betaald. Ook heeft ze een gezamenlijk etentje betaald en (een deel van) de kosten van een gezamenlijk vakantie naar Kroatië.
Naar het oordeel van het hof valt niet in te zien dat deze betalingen tot de conclusie zouden kunnen leiden dat de saldi op de rekeningen bij de bank als gemeenschappelijke eigendom moeten worden aangemerkt.
Van een beperkte gemeenschap met betrekking tot het saldo op een en/of bankrekening kan ook sprake zijn op grond van een daartoe strekkende afspraak tussen de tenaamgestelden.
Een dergelijke afspraak kan uitdrukkelijk zijn gemaakt, dan wel stilzwijgend, namelijk blijkend uit – door de eisende partij te stellen en zo nodig te bewijzen – feiten en omstandigheden.
Voor zover appellanten bedoeld hebben te stellen dat door geïntimeerde en erflaatster uitdrukkelijk de afspraak is gemaakt dat de saldi op de twee bankrekeningen gemeenschappelijk eigendom zouden zijn, overweegt het hof dat die stelling door geïntimeerde is betwist en door appellanten ontoereikend is onderbouwd.
De enkele (door geïntimeerde betwiste) stelling van appellanten dat geïntimeerde in het openbaar kenbaar zou hebben gemaakt dat de saldi bestemd waren voor de gezamenlijke oudedag, kan niet als een toereikende onderbouwing worden aangemerkt.
Appellanten stellen zich (voorts) op het standpunt, zo begrijpt het hof, dat uit de feiten en omstandigheden in deze zaak kan worden afgeleid dat er in ieder geval sprake was van een stilzwijgende afspraak tussen geïntimeerde en erflaatster dat de saldi op de twee bankrekeningen gemeenschappelijk eigendom zouden zijn.
Zij voeren ter onderbouwing aan dat erflaatster het volledige huishouden van geïntimeerde verzorgde: ze deed zijn boodschappen, kookte voor hen samen, deed zijn administratie en werkte in het garagebedrijf van geïntimeerde.
Geïntimeerde heeft hieromtrent aangevoerd dat van een gemeenschappelijke huishouding van geïntimeerde en erflaatster geen sprake was: ze hadden weliswaar een affectieve relatie maar ze hadden ieder hun eigen woning, hun eigen huishouden, hun eigen bankrekening(en) en hun eigen bron van inkomsten.
De bankrekeningen van geïntimeerde waren weliswaar mede op naam gezet van erflaatster, maar de reden hiervoor was slechts dat geïntimeerde dyslectisch is en moeite heeft met lezen en schrijven. Om die reden verzorgde erflaatster voor hem zijn administratie. Erflaatster werkte inderdaad, naast haar eigen baan, ook in zijn bedrijf, maar die werkzaamheden waren volgens geïntimeerde beperkt; het ging om “hand en spandiensten”.
Naar het oordeel van het hof kunnen de door appellanten aangevoerde feiten en omstandigheden – mede in het licht van hetgeen geïntimeerde hieromtrent heeft aangevoerd – niet leiden tot de conclusie dat sprake was van een stilzwijgende afspraak tussen geïntimeerde en erflaatster dat de saldi op de twee bankrekeningen gemeenschappelijk eigendom zouden zijn. Die stelling van appellanten kan dan ook niet worden aanvaard.
Appellanten hebben (in hun toelichting op hun tweede grief) nog aangevoerd dat geïntimeerde zich kosten heeft bespaard doordat erflaatster werkzaamheden ten behoeve van zijn huishouden en zijn bedrijf heeft verricht.
Geïntimeerde heeft hieromtrent aangevoerd dat het gebruikelijk is dat mensen die een affectieve relatie hebben over en weer hand- en spandiensten voor elkaar verrichten. Zo heeft geïntimeerde in de loop van hun relatie steeds een auto voor erflaatster gekocht (behalve haar laatste auto die door erflaatster zelf was gekocht) en steeds haar auto’s onderhouden.
Hoe dan ook is er volgens geïntimeerde geen grond voor een financiële aanspraak aan de zijde van appellanten.
Het hof overweegt hieromtrent dat niet duidelijk is wat appellanten met de voormelde stelling beogen. Voor zover door hen bedoeld is te stellen dat de door erflaatster verrichte werkzaamheden leiden tot de gemeenschappelijke eigendom van de saldi op de bankrekeningen, kan dat standpunt niet worden aanvaard.
Voor zover appellanten bedoeld hebben dat er sprake is van een vergoedingsrecht jegens geïntimeerde in verband met de door erflaatster verrichte werkzaamheden kan die stelling evenmin worden aanvaard: niet alleen ontbreekt een concretisering van die stelling maar bovendien is er op deze grondslag niets door hen gevorderd.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de verdeling van de nalatenschap door de rechter of over de vraag of een gezamenlijke of en/of rekening in een nalatenschap valt, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.