Bij de verdeling van een nalatenschap speelt de waarde van de woning vaak een grote rol. Zeker als de woning wordt toebedeeld aan één van de erfgenamen is de waarde van de woning belangrijk. Vaak wordt bij de verdeling van de nalatenschap voor de waarde verwezen naar artikel 4: 6 BW, te weten het moment van overlijden, maar als er ruimte tijd zit tussen het overlijden en en het verdelen van de erfenis, is dat onjuist. Voor de waarde van de woning bij de verdeling van een nalatenschap moet echt het moment van verdelen als waardemoment genomen worden. Laat onze advocaat u helpen bij een goede waarde van de woning.
In de uitspraak van het Gerechtshof Den Bosch van 28 januari 2014 komt dit ook naar voren en ook de vraag of bij de waardebepaling rekening moet worden gehouden met het recht van gebruik en bewoning van de langstlevende. Omdat de langstlevende de woning had verlaten, hoeft hier geen rekening mee te worden gehouden bij de waardebepaling. Het Hof kijkt daarbij naar de uitschrijving uit de basisadministratie:
“Gelet op deze uitschrijving en mede gelet op het bepaalde in artikel 1:11 lid 2 BW moet ervan worden uitgegaan, dit bij gebrek aan toereikend tegenbewijs dan wel een aanbod daartoe, dat mevrouw [houder gebruiksrecht] de onderhavige onroerende zaak niet meer bewoont sinds december 2007.
Naar het oordeel van het hof brengt dit mee dat het gebruiksrecht van mevrouw [houder gebruiksrecht] als vervallen moet worden beschouwd zodat voor de waardering van de onroerende zaak uitgegaan moet worden van de marktwaarde in vrije en onverhuurde staat.”
Bel onze advocaat erfenis verdelen als u vragen heeft: 020-3980150 of stel hier via het formulier vrijblijvend uw vraag.