Van onze advocaat verdeling erfenis. De Rechtbank Gelderland heeft op 2 augustus 2017 uitspraak gedaan over de vraag of vanwege een spoedeisend belang afgeweken kan worden van het uitgangspunt dat bij een beneficiaire aanvaarding pas kan worden verdeeld nadat de vereffening van de nalatenschap is voltooid.
De advocaat van eiseres vordert, bij wege van voorlopige voorziening, dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis partijen veroordeelt onmiddellijk alle benodigde medewerking te verlenen aan de partiële verdeling van de nalatenschap.
De advocaat van eiseres legt aan deze vordering de navolgende stellingen ten grondslag. De erfgenamen hebben belang bij een spoedige partiële verdeling, waarbij aan ieder der deelgenoten wordt toegedeeld die zaken waarover partijen het eens zijn en waarbij ook het liquide vermogen alvast betaalbaar wordt gesteld. De woning is al twee jaar onbewoond. Partijen zijn het erover eens dat de woning verkocht moet worden, maar zijn het niet eens over de wijze waarop. Eiseres wil de verkoop volledig uit handen geven aan een makelaar. Gedaagde wil zich intensief met het verkooptraject bemoeien. Hij wil geen toestemming geven voor partiële verdeling als niet de door hem gewenste verkoopwijze wordt gevolgd. Hierdoor gebeurt er niets. Dit moet doorbroken worden.
Vader is opgenomen in een verpleeginrichting en heeft een spoedeisend belang bij het ter beschikking stellen van de aan hem toe te delen roerende zaken. Er zijn geen redenen om niet alvast aan iedere deelgenoot toe te delen die zaken waarover partijen het eens zijn. Het afwachten van de einduitspraak in de hoofdzaak duurt te lang. Bij toewijzing van de voorlopige voorzieningen wordt niet op ontoelaatbare wijze vooruitgelopen op de hoofdzaak.
De advocaat van gedaagde concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering, althans tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 20.000,00. Hij voert het navolgende verweer.
Primair geldt dat de nalatenschap nog niet (partieel) verdeeld kan worden, omdat op grond van artikel 4:222 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in verbinding met artikel 3:178 BW eerst de vereffening voltooid behoort te worden.
Subsidiair geldt dat de erfgenamen en vereffenaars gelet op artikel 4:215 lid 4 BW in verbinding met artikel 3:68 BW een (partiële) verdeling niet op eigen houtje kunnen bewerkstelligen, omdat dit zou leiden tot ongeoorloofde Selbsteintritt. Een geldige partiële verdeling is daarom slechts mogelijk met toestemming van de kantonrechter.
Verder ontbreken de gewichtige redenen die op grond van artikel 3:179 lid 1 BW nodig zijn voor een gedeeltelijke verdeling. Er is geen enkele reden waarom de uitkomst van de procedure in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht. Meer subsidiair kan een partiële verdeling pas aan de orde zijn als de woning te koop staat. Pas dan kan worden beoordeeld wat een redelijk bedrag is dat reeds aan de erfgenamen kan worden uitgekeerd.
Partiële verdeling van de inboedelgoederen kan plaatsvinden, althans voor zover het de goederen van vader betreft, nu in het verzorgingstehuis geen persoonlijke spullen aanwezig zijn.
Voorlopige voorziening gedurende het geding
Op grond van artikel 223 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding, mits deze vordering samenhangt met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de bodemprocedure kan worden gegeven. Er moet bovendien sprake zijn van een zodanig (spoedeisend) belang bij toewijzing van de vordering dat van de eisende partij niet gevergd kan worden dat zij de afloop van de bodemzaak afwacht.
Spoedeisend belang : afwijken van uitgangspunt dat bij beneficiaire aanvaarding pas kan worden verdeeld nadat vereffening nalatenschap is voltooid?
Het geschil tussen partijen heeft betrekking op de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van eiseres en gedaagde, tevens echtgenote van vader (moeder). Moeder is overleden op 23 september 2015. Op grond van de door moeder gemaakte uiterste wilsbeschikking zijn eiseres, gedaagde en vader erfgenamen in de nalatenschap van moeder, ieder voor één derde gedeelte.
Tot de nalatenschap van moeder behoort de onverdeelde helft van de woning die in eigendom was van vader en moeder. Partijen zijn het erover eens dat de woning verkocht dient te worden. Omdat zij het niet eens kunnen worden over de wijze waarop, is dit nog niet gebeurd. Gedaagde voert bovendien verweer tegen de door eiseres opgevoerde waarde van de woning, daarbij stellend dat pas wanneer de woning te koop staat duidelijk is wat de te verwachten verkoopopbrengst is, welke kosten nog gemaakt moeten worden voor het verkoop-klaar maken van de woning en welke eigenaarslasten nog voldaan zullen moeten worden.
Aangenomen moet worden dat partijen het voor het overige eens zijn over de omvang, waardering en verdeling van de nalatenschap, nu gedaagde de juistheid van de door eiseres overgelegde ‘staat van inventarisatie, berekening en verdeling inzake de nalatenschap van erflaatster niet gemotiveerd heeft betwist. Volgens deze staat vertoont de nalatenschap in het geval geabstraheerd wordt van de WOZ-waarde van de onverdeelde helft in de woning een positief saldo van € 359.411,62.
Met de in dit incident bij wege van voorlopige voorziening gevorderde partiële verdeling van de nalatenschap wenst eiseres te bewerkstelligen dat, vooruitlopend op de in de hoofdzaak gevorderde wijze van verdeling, de nalatenschap van moeder met uitzondering van de onverdeelde helft van de woning (gewaardeerd op de WOZ-waarde) reeds thans wordt verdeeld. Het gaat om uitbetaling van het beschikbare liquide vermogen en toedeling van de roerende zaken aan de erfgenamen.
Eiseres heeft evenwel onvoldoende onderbouwd dat zij een (spoedeisend) belang heeft bij uitbetaling van (het volgens de staat aan haar toekomend) liquide vermogen. De enkele omstandigheid dat de staat reeds in januari 2017 door de notaris op papier is gezet en het feit dat gedaagde en vader kennelijk geen inhoudelijke bezwaren tegen de daarin opgenomen verdeling hebben, is onvoldoende om aan te nemen dat van haar niet kan worden gevergd de uitkomst van de bodemprocedure af te wachten. Ook de algemene stelling dat een gemiddelde civiele procedure tot de comparitie na antwoord al gauw zes maanden duurt en een einduitspraak daarna nog maanden kan duren kan haar spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening niet voldoende onderbouwen.
Het voorgaande geldt evenzeer voor de door eiseres reeds thans gevorderde verdeling van de roerende zaken, zulks echter met uitzondering van de roerende zaken die volgens de staat aan vader dienen te worden toebedeeld. Gedaagde heeft erkend dat vader in het verzorgingshuis verstoken is van allerlei persoonlijke bezittingen en noemt het zelfs een schrijnende situatie.
Voor dit deel van de vordering is het (spoedeisend) belang bij een voorlopige voorziening voldoende aannemelijk geworden. Gelet op dit (spoedeisend) belang bestaat aanleiding af te wijken van het wettelijk uitgangspunt dat in geval van beneficiaire aanvaarding de vereffening van de nalatenschap behoort te worden voltooid alvorens overgegaan kan worden tot verdeling van de nalatenschap. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat bij toewijzing van deze vordering niet gevreesd hoeft te worden voor benadeling van schuldeisers (Hoge Raad 19 mei 2017, HR:939).
Het voorgaande betekent dat de vordering van eiseres slechts zal worden toegewezen voor zover die vordering betrekking heeft op de volgens de door eiseres overgelegde staat aan vader toekomende inboedelgoederen. De vordering zal voor het overige worden afgewezen.
Nu partijen in een familierelatie tot elkaar staan en het geschil omtrent de nalatenschap van moeder uit deze familierelatie voortvloeit, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Wilt u vragen over de verdeling van een erfenis, een beneficiaire aanvaarding van een erfenis of over een voorlopige voorziening tijdens een erfrechtprocedure, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.