Van onze advocaat verdeling erfenis. De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 7 maart 2018 uitspraak gedaan over de erfopvolging, de verdeling van grond en de processueel ondeelbare rechtsverhouding binnen een nalatenschap.
Een deel van de vorderingen van de man ziet op de verdeling (door verkoop en vervolgens verdeling van de opbrengst) van het stuk grond dat deels tot de nalatenschap van de moeder van de vrouw behoort.
Dat betekent dat sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding, waarbij het noodzakelijk is dat een beslissing daarover voor alle daarbij betrokken partijen hetzelfde zal luiden. Dat betekent dat de rechter een beslissing over die verdeling slechts kan geven in een geding waarin allen die bij die rechtsverhouding zijn betrokken, partij zijn, zodat de rechterlijke beslissing hen allen bindt.
De man legt het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. Een onverdeeld aandeel in het stuk grond valt binnen de ontbonden huwelijkse goederengemeenschap van partijen.
Erfopvolging. Verdeling van grond. Processueel ondeelbare rechtsverhouding.
De rechtbank overweegt als volgt.
De eerste vraag die beantwoord moet worden is wie eigenaren zijn van het stuk grond. Tussen partijen is niet in geschil dat zowel de man als de vrouw ieder voor één derde deel eigenaar zijn. Onduidelijk is wie eigenaar is van het één derde deel van de grond dat aan de moeder toebehoorde.
Uit het door de vrouw overgelegde testament van de moeder volgt dat op de uitleg van het testament, de erfopvolging en de afwikkeling van de nalatenschap Nederlands recht van toepassing is verklaard.
De rechtbank stelt vast dat in het testament onder meer staat dat een aantal zaken aan de vrouw worden gelegateerd, onder de inbreng van de waarde daarvan in de nalatenschap.
Er is geen erfstelling opgenomen in het testament, zodat de vraag wie erfgenamen zijn dient te worden beantwoord volgens de regels van het wettelijk erfrecht. Volgens Nederlands recht zijn dat, gelet op het bepaalde in artikel 4:10 BW, als eerste de echtgenoot (die er kennelijk niet is) en de kinderen van de overledene. Vervolgens de ouders, de broers en zusters van de overledene en daarna de grootouders en de overgrootouders. Afstammelingen van deze personen worden bij plaatsvervulling erfgenaam.
De vrouw heeft aangevoerd dat zij, haar broer en haar zus de nalatenschap van de moeder hebben verworpen.
Ingevolge het bepaalde in artikel 4:190 BW jo artikel 4:191 lid 1 BW kan een nalatenschap worden verworpen door het afleggen van een daartoe strekkende verklaring ter griffie van de rechtbank van het sterfhuis.
Uit de door de vrouw overgelegde stukken blijkt het volgende:
Op 6 februari 2012 heeft de vrouw een “Erbausschlagung” afgelegd bij het Amtsgericht Heinsberg (Duitsland). Zij verklaart daarbij de nalatenschap van haar moeder te weigeren. Zij verklaart voorts de nalatenschap eveneens voor de minderjarige kinderen te weigeren. Voorts verklaart zij de nalatenschap te weigeren namens de (minderjarige kinderen te verwerpen, alsmede dat de vader van deze kinderen een vergelijkbare verklaring zal afleggen.
Op 2 maart 2012 heeft de vader, eveneens ten overstaan van het Amtsgericht Heinsberg, in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen, verklaart dat de moeder de grootmoeder is van zijn kinderen en dat hij namens zijn kinderen de erfenis verwerpt.
Op 3 februari 2012 hebben de broer en zus van de vrouw een zogeheten “Erbausschlagung-erkläring” afgelegd bij het Amtsgericht Heinsberg (Duitsland). Zij verklaren dat zij de nalatenschap in ieder geval willen verwerpen en gaan er, gelet op hun verklaring, van uit dat omdat de moeder al langer dan 5 jaar in Duitsland woont en ook de Duitse nationaliteit heeft, ook Duits recht van toepassing is.
Zij verklaren de nalatenschap ook te willen weigeren als Nederlands recht van toepassing zou zijn.
De broer van de vrouw heeft in diezelfde akte verklaard de nalatenschap ook voor zijn minderjarige kinderen te verwerpen, zowel voor het geval dat Duits recht van toepassing is, als voor het geval dat Nederlands recht van toepassing is.
De echtgenote van de broer van de vrouw heeft op 21 februari 2012 een vergelijkbare verklaring afgelegd voor wat betreft de verwerping namens de minderjarige kinderen.
In de akte van 3 februari 2012 staat verder dat ten gevolge van de verwerping door de zus (kennelijk meerderjarige) kinderen thans tot de nalatenschap zijn geroepen.
De rechtbank stelt voorts vast dat de vrouw in haar verklaring van 6 februari 2012 verklaart dat zij, anders dan in de conclusie van antwoord staat, naast haar broer en zus (die kennelijk een halfbroer en halfzus zijn) ook nog een halfzus heeft. Halfzus woont, uitgaande van de verklaring van de vrouw, in Australië. Door de vrouw is geen Erbausschlagung-erkläring van haar zus overgelegd.
Door de vrouw is ook nog, zonder dit stuk nader toe te lichten, een Besluit van het Amtsgericht Heinsberg van 9 augustus 2012 overgelegd, waarin staat dat een “Nachlassplegschaft” voor de onbekende erfgenamen is uitgeroepen. De rechtbank begrijpt dat advocaat M uit Düsseldorf tot Nachlasspfleger (executeur-testamentair) benoemd is, omdat sprake is van een nalatenschap die afgewikkeld moet worden terwijl de erfgenamen onbekend zijn.
Ter zitting is namens de vrouw verklaard dat de nalatenschap van de moeder, voor zover het de in Duitsland aanwezige bezittingen betreft, in Duitsland door de Duitse overheid is afgewikkeld. Met het in Nederland gelegen stuk grond is echter niets gedaan, zo stelt de vrouw. De vrouw heeft kennelijk nog bemoeienis gehad met de verkoop van aan de moeder toebehorende paarden, al dan niet in overleg met de Duitse overheid of de Nachlasspfleger.
Wat hier allemaal ook van zij, uitgaande van het toepasselijke Nederlandse erfrecht kan aangenomen worden dat er, ook als de verwerpingen van de nalatenschap van de moeder door de vrouw, haar broer en haar zus (voor zichzelf en voor hun minderjarige kinderen) rechtsgeldig zijn, nog erfgenamen zijn die aanspraak zouden kunnen maken op het voorheen aan de moeder toebehorende aandeel in het onverdeelde stuk grond. Aannemelijk is dat zus erfgenaam is en wellicht ook de meerderjarige kinderen van zus. Mocht later blijken dat ook zij de nalatenschap rechtsgeldig hebben verworpen, dan kan niet worden uitgesloten dat er nog andere familieleden zijn die erfgenaam zijn.
In het midden kan dan ook blijven of de vrouw al dan niet door het verkopen van de paarden, die tot de nalatenschap van de moeder behoren, heeft gehandeld in strijd met de regels voor het verwerpen van nalatenschappen.
Het is in ieder geval duidelijk dat niet slechts de man en de vrouw eigenaar zijn van het stuk grond, maar ook de vooralsnog onbekende erfgenamen van de moeder. Een deel van de vorderingen van de man ziet op de verdeling (door verkoop en vervolgens verdeling van de opbrengst) van het stuk grond dat deels tot de nalatenschap van de moeder behoort.
Dat betekent dat sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding, waarbij het noodzakelijk is dat een beslissing daarover voor alle daarbij betrokken partijen hetzelfde zal luiden. Dat betekent dat de rechter een beslissing over die verdeling slechts kan geven in een geding waarin allen die bij die rechtsverhouding zijn betrokken, partij zijn, zodat de rechterlijke beslissing hen allen bindt.
De stellingen van partijen leiden niet tot duidelijkheid met betrekking tot de identiteit van de erfgenamen. Om die reden ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak ambtshalve aan te houden om de man in de gelegenheid te stellen de betreffende erfgenamen op te roepen en in de procedure te betrekken.
Dit betekent dat de vorderingen van de man, voor zover deze zien op de verkoop van het stuk grond moeten worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de erfopvolging, over een processueel ondeelbare rechtsverhouding in het erfrecht of de waardering van onroerend goed in een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.