Van onze advocaat verdeling erfenis. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 22 augustus 2018 uitspraak gedaan over het opmaken van een boedelbeschrijving. Degene die goederen van de nalatenschap vóór de boedelbeschrijving in zijn macht had, is gehouden mee te werken aan de boedelbeschrijving als bedoeld in artikel 674 Rv, ook al is hij geen erfgenaam of legataris in die nalatenschap.
Verzoekster herhaalt in hoger beroep haar verzoek in eerste aanleg verweerder op straffe van een dwangsom te bevelen alle informatie te verstrekken die nodig is ter bepaling van de omvang van en de aanspraken van de minderjarige op de nalatenschap van de erflater zoals omschreven in de bestreden beschikking.
Dit onder meer door het verstrekken van financiële gegevens en de afgifte van de fotoalbums met privéfoto’s, de laptop en de inboedel. Verzoekster stelt zich in hoger beroep wederom op het standpunt dat verweerder mogelijk meer zaken uit de woning van erflater heeft meegenomen dan hij nadien bij de door hem aangezochte notaris heeft opgegeven.
Verweerder betwist gemotiveerd dat hij meer uit de woning van erflater zou hebben meegenomen dan de zaken die hij nadien aan notaris heeft afgegeven en die daarvan proces-verbaal heeft opgemaakt.
Degene die goederen van de nalatenschap vóór de boedelbeschrijving in zijn macht had, is gehouden mee te werken aan de boedelbeschrijving als bedoeld in artikel 674 Rv, ook al is hij geen erfgenaam of legataris in die nalatenschap.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof verstaat het onder A. geformuleerde verzoek van de verzoekster voor zover dit ziet op het overleggen van financiële gegevens aldus dat dit ziet op het verkrijgen van informatie in het kader van het door verzoekster onder B. verzochte bevel tot boedelbeschrijving.
Voormelde verzoeken zijn verzoeken in de zin van artikel 672 Rv en volgende die in deze procedure terecht zijn ingeleid bij verzoekschrift.
Artikel 672 lid 3 Rv bepaalt dat het bevel tot boedelbeschrijving wordt gegeven, indien de verzoeker zijn recht en belang summierlijk aannemelijk heeft gemaakt.
Hoewel de rechter hierbij een discretionaire bevoegdheid heeft, wordt het verzoek in beginsel slechts afgewezen wanneer het evident een chicaneus karakter heeft.
Als wettelijk vertegenwoordigster van de erfgenaam-vereffenaar heeft verzoekster het recht de boedelbeschrijving te verlangen (artikel 672 juncto artikel 660 Rv).
Het hof is van oordeel dat ook van degene die na het overlijden van een erflater en vóór het opmaken van een boedelbeschrijving nalatenschapsgoederen in zijn macht had, medewerking aan het opmaken van een boedelbeschrijving kan worden verlangd alsmede het afleggen van de eed of belofte in de handen van de notaris, als bedoeld in artikel 674 lid 7 Rv.
Dat verweerder na het overlijden van erflater nalatenschapsgoederen in zijn macht heeft gehad, staat vast en blijkt ook uit de feiten dat hij na diens overlijden bedragen van de bankrekening van erflater heeft overgeboekt en dat hij goederen van erflater aan (destijds kandidaat-)notaris heeft afgegeven.
Nu verzoekster duidelijkheid wenst omtrent de omvang van de nalatenschap en de advocaat van verweerder ter terechtzitting heeft verklaard dat een boedelbeschrijving reeds voorhanden is en dat verweerder er niet op uit is geld aan de minderjarige te onthouden, ziet het hof – mede in acht genomen hetgeen is overwogen – geen bezwaren een boedelbeschrijving te bevelen als door verzoekster verzocht, welke beschrijving dient te omvatten vermelding van de eed dan wel belofte, door verweerder af te leggen in de handen van de notaris.
Daarbij gaat het hof op grond van het ter zitting verhandelde ervan uit dat verweerder deze rechterlijke beslissing niet naast zich neer zal leggen.
Het opleggen van de door verzoekster verzochte dwangsom acht het hof derhalve niet nodig. Het desbetreffende verzoek zal worden afgewezen.
Verweerder heeft voorts, zo is het hof gebleken uit de ingebrachte stukken en het ter zitting besprokene, niet het beheer over de nalatenschap gevoerd vanaf het moment van het overlijden van erflater tot heden en is dan ook niet gehouden ter zake rekening en verantwoording af te leggen. Het daartoe strekkende verzoek van verzoekster zal eveneens worden afgewezen.
Het verzoek van verzoekster om afgifte van de fotoalbums met privéfoto’s, de laptop en de inboedel betreft voorts een vordering met het oog op revindicatie die bij dagvaarding dient te worden ingeleid.
Het hof zal de zaak naar de rol van de civiele dagvaardingszaken verwijzen. Aangezien inmiddels een beroepschrift, een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep en een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep zijn ingediend en een inhoudelijke mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, zal het hof de zaak op de rol plaatsen voor beraad partijen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme, over de taken en bevoegdheden van een executeur, over de informatieverplichting van de erfgenamen of over het opmaken van een boedelbeschrijving, belt u dan gerust met onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.