Van onze advocaat verdeling erfenis. De Rechtbank Limburg heeft op 7 februari 2019 uitspraak gedaan over de vereffening en afwikkeling van een erfenis en daarbij een aanwijzing gegeven op grond van artikel 4:210 BW. Informatieverstrekking. Boedelbeschrijving. Vereffening

Erflater is overleden en de vereffenaar is op 3 november 2010 door de rechtbank benoemd. Vereffenaar dient te vereffenen ex 4:202 e.v. BW.

In 2010 is een voorlopige boedelbeschrijving overgelegd.

Na 8,5 jaar legt de vereffenaar een boedelbeschrijving per 31-12-2018 over.

Gelet op de complexiteit van de nalatenschap die mede tot benoeming van verzoeker tot vereffenaar heeft geleid draagt de kantonrechter als toezichthouder pas bijna 8,5 jaar na het overlijden van de erflater summier kennis van het verloop van de vereffening. Ambtshalve aanwijzing.

Ambtshalve aanwijzing 4:210 BW. Informatieverstrekking. Boedelbeschrijving. Vereffening

De rechter oordeelt als volgt.

Uit het verzoekschrift en de bijlagen volgt dat erflater is overleden en dat hij bij testament over zijn uiterste wil heeft beschikt en erfgenaam, met onbekende woon- of verblijfplaats, tot enig erfgenaam heeft benoemd.

Verder volgt dat erfgenaam voornoemd de nalatenschap op 22 september 2010 beneficiair heeft aanvaard en dat verzoeker bij beschikking van deze rechtbank van 3 november 2010 tot vereffenaar is benoemd.

Beide laatstgenoemde feiten leiden er toe dat de nalatenschap diende te worden vereffend overeenkomstig het bepaalde in art. 4:202 e.v. BW.

Bij het verzoekschrift tot het benoemen van verzoeker tot vereffenaar is een voorlopige boedelbeschrijving overgelegd.

Na de benoeming van verzoeker was het de wettelijke taak van verzoeker in zijn hoedanigheid van vereffenaar om, zoals in art. 4:211 lid 3 BW is bepaald, een boedelbeschrijving op te maken en ter inzage neer te leggen.

Deze ter inzagelegging had bij de griffie van deze rechtbank dienen te geschieden temeer nu verzoeker heeft gesteld dat er geen boedelnotaris is aangewezen en benoemd.

Verzoeker heeft eerst bij het vermelde verzoekschrift een boedelbeschrijving overgelegd die kennelijk “per 31-12-2018” geldt.

Verder heeft verzoeker, buiten een verzoek van 5 oktober 2017, vanaf zijn benoeming tot en met heden geen bericht over het verloop van de vereffening meegedeeld.

Gelet op de complexiteit van de nalatenschap die mede tot benoeming van verzoeker tot vereffenaar heeft geleid draagt de kantonrechter als toezichthouder pas bijna 8,5 jaar na het overlijden van de erflater summier kennis van het verloop van de vereffening.

Met inachtneming van de belangen van de schuldeisers van deze nalatenschap heeft de kantonrechter, voordat hij een weloverwogen beslissing op het verzoek kan nemen, behoefte aan:

  1. een boedelbeschrijving per datum van het overlijden van de erflater, voorzien van bescheiden die deze beschrijving onderbouwen;
  2. een inzichtelijk verslag van het verloop van de vereffening vanaf 3 november 2010 tot en met heden, en, ter zake de inhoud van de boedelbeschrijving per 31-12-2018 antwoord op de vragen:
  3. waar bestonden de vervoersmiddelen en de inboedel van de nalatenschap uit en wat is er met deze zaken gebeurd ?
  4. wat is het verloop van de saldi van de bankrekeningen vanaf het overlijden van de erflater ?
  5. a. waar heeft de koopprijs van € 181.512,09 betrekking op (vordering) ?
  6. waar heeft de (hypothecaire) lening van B van € 181.512,09 (schulden) en de rente en kosten wegens geleende gelden van € 22.164,09 aan, kennelijk [naam 1] , betrekking op ?
  7. waar ziet de schuld van € 255.520,00 op ?
  8. waar ziet de schuld van € 90.756,04 aan op ?
  9. wat is de hoogte van de vordering van de erflater op X B.V. ?

De kantonrechter geeft verzoeker hierbij de aanwijzing om de op voormelde vragen betrekking hebbende bescheiden aan te leveren.

Verder dient verzoeker:

a. de nota’s ter zake de uitvaart van in totaal € 10.569,90 en alle nota’s aan notariskosten van in totaal € 15.887,7.

b. de gepubliceerde jaarrekening en balans van B B.V. en de uittreksels van de Kamer van Koophandel vanaf de oprichting van de B.V. en de stukken van de vereffening van de B B.V.

c. een afschrift van de aangifte erfbelasting

d. een afschrift van de verklaring van erfrecht

aan te leveren en, met inachtneming van de inhoud van het testament en de boedelbeschrijving gemotiveerd en met bescheiden gestaafd te onderbouwen:

-hoe “TWEE” “Punt 2” (testament) is afgewikkeld en hoe zich dat verhoudt ten opzichte van de privé inboedel die op nihil is gesteld en de schuld aan K van € 90.765,04 ?

-of de vorderingen als vermeld in “Punt 5” sub a t/m c zijn geïnd, en, indien dat het geval is, per wanneer en op welke bankrekeningen die vorderingen zijn bijgeschreven ?

-hoe “Punt 5” sub d zich verhoudt tot de schulden (welke ?) van € 181.512,09 en € 255.520,00 ?

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De kantonrechter stelt verzoeker in de gelegenheid binnen twee maanden na heden de gestelde vragen te beantwoorden en de verlangde bescheiden aan te leveren.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de informatieverstrekking over een erfenis, de plicht tot het opmaken van een boedelbeschrijving of over het geven van een aanwijzing door de rechter in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.