Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 3 mei 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een notaris onzorgvuldig was geweest bij de afgifte verklaring van erfrecht gezien het feit dat de ruimschoots toereikend-verklaring door de executeur onterecht was afgelegd.
Erflater is overleden en heeft in zijn testament zijn echtgenote tot executeur benoemd.
De nalatenschap is door alle erfgenamen beneficiair aanvaard.
De notaris heeft een verklaring van erfrecht afgegeven, waarin onder meer is opgenomen dat de executeur een zogenoemde ruimschoots toereikend-verklaring heeft afgelegd.
Hierdoor hoefde de wettelijke vereffeningsprocedure niet te worden gevolgd en mocht de executeur als enige de goederen van de nalatenschap beheren en erover beschikken.
Diverse rechtshandelingen van de executeur hebben – uiteindelijk – geleid tot het ontslag van de executeur en de benoeming van klager als vereffenaar.
Klager verwijt de notaris dat hij onvoldoende heeft voldaan aan zijn onderzoeks- en zorgplicht ten opzichte van derden bij het opstellen en afgeven van de verklaring van erfrecht, omdat hij onder meer de juistheid van de door de executeur overgelegde ruimschoots toereikend-verklaring niet, althans onvoldoende, heeft getoetst.
Erfrecht. Klacht tegen Notaris. Zorgvuldigheid bij afgifte verklaring van erfrecht door notaris. Executeur. Ruimschoots toereikend-verklaring door executeur terecht afgelegd?
De rechter oordeelt als volgt.
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager gegrond verklaard.
De notaris had meer onderzoek moeten doen, omdat hij de nodige twijfels had.
De kamer heeft afgezien van het opleggen van een maatregel.
De notaris voert in hoger beroep aan dat hij summier, maar wel voldoende onderzoek heeft gedaan naar de waarde van de goederen en de omvang van de schulden in de nalatenschap van erflater alvorens de verklaring van erfrecht af te geven.
Dit blijkt volgens hem onder meer uit het volgende:
- tijdens de eerste bespreking met de executeur op 21 april 2017 is een inventaris gemaakt van de activa en passiva. Ook is toen gesproken over de hoge advocaatkosten;
- de kandidaat-notaris heeft zowel in september 2017 als in maart 2018 de boedelbeschrijving kritisch bekeken en becommentarieerd;
- tijdens het telefoongesprek op 24 januari 2018 tussen de kandidaat-notaris en de advocaat van de executeur heeft de advocaat bevestigd dat een rechtszaak (bodemprocedure) tegen de erfgenamen was begonnen over het al dan niet vrijgeven van het DNA, maar ook verklaard dat geen sprake was van vorderingen tot schadevergoeding en dat op dat moment verder nog niets bekend was.
De notaris voert aan dat hij niet weet wat hij verder had moeten onderzoeken.
Er was volgens hem geen reden te vermoeden dat de informatie in de boedelbeschrijving met bijbehorende ruimschoots voldoende-verklaring onjuist of onvolledig was.
De door klager bedoelde financiële aanspraken bestonden ultimo 2018 nog niet.
De notaris had nader onderzoek moeten doen
Het hof sluit zich allereerst aan bij het oordeel van de kamer over de ontvankelijkheid van klager (de klacht is tijdig ingediend en klager heeft een indirect belang nu hij vereffenaar is in de nalatenschap van erflater en hij deze nalatenschap vertegenwoordigt en de belangen behartigt van alle schuldeisers).
Met de kamer is het hof voorts van oordeel dat de notaris ten minste summier onderzoek had moeten doen naar de waarde van de goederen en de omvang van de schulden alvorens de verklaring van erfrecht af te geven met daarin de ruimschoots voldoende-verklaring.
Ook is het hof met de kamer van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat de notaris voldoende onderzoek heeft verricht.
Er waren diverse aanwijzingen die gerede twijfel bij de notaris hadden moeten wekken en op grond waarvan hij nader onderzoek had moeten doen:
-in het door de notaris zelf opgestelde testament is de uitdrukkelijke wens van erflater opgenomen dat op zijn stoffelijk overschot geen DNA-onderzoek mocht worden verricht; dat is opvallend en ongebruikelijk;
-de notaris wist dat er (ten minste) een lopende rechtszaak was; dit blijkt uit de omstandigheid dat over de advocaatkosten is gesproken tijdens de bespreking van 21 april 2017;
-in de brief van 28 april 2017 van de kandidaat-notaris wordt rekening gehouden met nog meer schulden uit mogelijke rechtszaken die zouden kunnen volgen;
-op 24 januari 2018 is er contact geweest tussen de kandidaat-notaris en de advocaat van de executeur over een aanhangige rechtszaak tegen de executeur.
Hoe ver het vereiste nadere onderzoek in dit geval had moeten reiken kan in het midden blijven.
Weliswaar heeft de kandidaat-notaris een groot deel van het dossier behandeld, maar de notaris heeft zelf de verklaring van erfrecht afgegeven.
Daarvoor is hij zelf verantwoordelijk.
Hij was ook aanwezig bij de eerste bespreking met de executeur op 21 april 2017.
Bovendien mocht van hem worden verwacht dat hij zich voldoende in het dossier zou verdiepen om een verantwoorde verklaring van erfrecht te kunnen afgeven.
De kamer heeft de klacht dus terecht gegrond verklaard.
Anders dan de kamer is het hof van oordeel dat aan de notaris hiervoor een maatregel moet worden opgelegd.
De notaris heeft de kernwaarde van zorgvuldigheid in het notariaat geschonden.
Gelet hierop is de maatregel van berisping passend en geboden en kan niet worden volstaan met een waarschuwing.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de zorgplicht van de notaris, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.