De Rechtbank Rotterdam heeft op 1 juni 2022 uitspraak gedaan over onrechtmatige overboekingen van bankrekening van erflaatster door een erfgenaam.
In 2018 is overleden mevrouw C (hierna: erflaatster).
Erflaatster was de moeder van A en B.
Erflaatster heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt, zodat A en B volgens het versterferfrecht haar erfgenamen zijn.
Het gaat in deze zaak om de verdeling van de nalatenschap van erflaatster, in welke nalatenschap A en B ieder voor een gelijk deel gerechtigd zijn.
Partijen hebben geen overstemming over de wijze van verdeling.
In dat geval kan de rechter de wijze van verdeling vaststellen (artikel 3:185 lid 1 BW).
Een deelgenoot verbeurt zijn aandeel in de goederen van de gemeenschap die hij opzettelijk verzwijgt, zoek gemaakt heeft of verborgen gehouden heeft.
Deze sanctie zoals neergelegd in art. 3:194 lid 2 BW geldt ook als nog geen verdeling heeft plaatsgevonden.
Tot de onverdeelde nalatenschap behoren een inboedel, scooter, fiets en een DELA-tegoed met een totale waarde van € 1.182,92.
Daarnaast stelt de bewindvoerder dat de nalatenschap een vordering heeft op B, omdat door B uit de nalatenschap een bedrag van in totaal € 28.988,87 onrechtmatig is onttrokken.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Deelgenoot heeft onrechtmatige overboekingen en uitgaven van bankrekening verricht en daarover bij de verdeling van de nalatenschap gezwegen. Verbeurdverklaring.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank stelt vast dat na het overlijden van erflaatster door B gebruik is gemaakt van de bankrekening van erflaatster.
Uit de door de bewindvoerder overgelegde bankafschriften blijkt dat B van deze bankrekening geld naar zichzelf heeft overgemaakt en dat er met de bankrekening van erflaatster allerlei privé-uitgaven zijn gedaan.
Een overzicht van alle overboekingen en uitgaven is door de bewindvoerder overgelegd als productie.
De bewindvoerder doet een beroep op artikel 3:194 lid 2 BW.
Hij stelt dat door de hiervoor bedoelde onrechtmatige overboekingen en uitgaven de nalatenschap een vordering op B heeft gekregen.
B heeft deze vordering opzettelijk verzwegen en daarmee zijn aandeel in deze vordering op hem verbeurd.
Omdat B op een gegeven moment wel melding heeft gemaakt van het bedrag van € 6.300,57, stelt de bewindvoerder dat B in totaal een vordering op hem van € 22.688,30 heeft verwegen en verborgen heeft willen houden.
B betwist dat hij de overboekingen en uitgaven zoals vermeld in het overzicht opzettelijk heeft verzwegen.
B voert aan dat hij geen kennis heeft van het afwikkelen van een nalatenschap en dat hij geen opzet heeft gehad om A financieel te benadelen.
Dit standpunt van B overtuigt niet.
B heeft na het overlijden van erflaatster een nieuwe pinpas in gebruik genomen.
Met die pinpas heeft B allerlei betalingen verricht.
Hij heeft onder meer geld uitgegeven aan boodschappen, voetbal, restaurants en schoenenwinkels.
B wist dat dit geld van erflaatster was en wist dat hij dit met zijn broer moest delen.
B heeft er echter voor gekozen om maar een deel van de nalatenschap te melden en te delen, zijnde het bedrag van € 6.300,57, terwijl hij wist dat er meer geld te verdelen was.
Zelfs nadat de bewindvoerder herhaaldelijk om openheid van zaken vroeg hield B de onrechtmatige overboekingen en uitgaven verborgen.
Dat B uiteindelijk heeft meegewerkt aan het afgeven van de bankafschriften betekent niet dat hij geen opzet had.
Zijn mail van 9 juni 2021 kan niet anders uitgelegd worden dan dat hij op dat moment opzettelijk verzwijgt dat het saldo van de bankrekening van erflaatster ten tijde van haar overlijden aanzienlijk hoger was dan € 6.300,57 en dat hij na haar overlijden vanaf die bankrekening onrechtmatige overboekingen en uitgaven heeft gedaan, waardoor de nalatenschap een vordering op hem heeft gekregen.
B stelt dat een beroep op artikel 3:194 lid 2 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Daartoe voert B naar de rechtbank begrijpt aan dat de vorige bewindvoerder bepaalde gegevens omtrent de bankrekeningen zou hebben ontvangen.
Verder zou B telefonisch contact hebben opgenomen met de vorige bewindvoerder om de nalatenschap te bespreken, maar deze bewindvoerder heeft nooit teruggebeld.
B heeft bovendien alle stukken overgelegd die van hem werden gevraagd en steeds zijn medewerking verleend.
De rechtbank stelt vast dat voorgaande omstandigheden het opzettelijk verzwijgen van de gedane overboekingen en uitgaven niet anders maakt.
Feit blijft dat B niet op enig moment melding heeft gemaakt van de onrechtmatige overboekingen en uitgaven die hij na het overlijden van erflaatster van haar bankrekening heeft gedaan.
Dit bekent dat vast komt te staan dat B een bedrag van € 22.688,30 onrechtmatig aan de nalatenschap heeft onttrokken.
Door hierover te zwijgen, heeft hij dit bedrag verbeurd.
Omdat B zijn aandeel in het hiervoor vermelde bedrag van € 22.688,30 heeft verbeurd, behoort dit bedrag niet langer tot de nalatenschap.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over onttrekking van gelden of goederen uit de nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.