De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de nakoming van een vaststellingsovereenkomst over de verdeling van een nalatenschap.
Partijen zijn broer en zussen.
Zij hebben een geschil over de (wijze van) verdeling van de aan hen in gezamenlijke eigendom toebehorende monumentale, aan de Bergse Plas gelegen woning met grond (hierna: de woning).
De woning is al lang in de familie en partijen zijn hier opgegroeid.
Gedaagde 1 bewoont al geruime tijd de woning (eerst samen met de ouders van partijen, daarna met de moeder van partijen en nu alleen) en wenst deze, gesteund door gedaagde 2, toegedeeld te krijgen, daarbij uitgaande van een economische waarde van 1.2 miljoen euro.
Eiseres wenst een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst te krijgen.
Op 8 mei 2023 hebben partijen over de wijze van toedeling/verdeling (verkoop) van de woning afspraken gemaakt die zijn neergelegd in een vaststellingsovereenkomst.
Over en weer verwijten partijen elkaar nu dat zij de in de vaststellingsovereenkomst neergelegde afspraken niet (correct) nakomen.
Er bestaat wantrouwen tussen partijen.
Partijen stellen over en weer dat dit wantrouwen ongefundeerd is.
Partijen verkeren in een impasse.
De voorzieningenrechter neemt beslissingen om die impasse te doorbreken.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Kort geding. Verdelingsgeschil tussen de erfgenamen over woning. Nakoming van vaststellingsovereenkomst. Waarde en taxatie van woning. Doorbreking van impasse.
De rechter oordeelt als volgt.
Tussen partijen staat vast dat zij op 8 mei 2023 afspraken hebben gemaakt over de voorwaarden en de wijze van verdeling van de woning en dat die afspraken zijn vastgelegd in een proces-verbaal.
Tussen partijen is niet in geschil dat de overeengekomen afspraken moeten worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW.
Gesteld noch gebleken is dat de vaststellingsovereenkomst in juridische zin is aangetast of aantastbaar is, waarbij mede de in die overeenkomst opgenomen afspraak in aanmerking is genomen.
Uitgangspunt is dus dat de afspraken tussen partijen bindend zijn en dienen te worden nagekomen.
Het geschil tussen partijen spitst zich in feite toe op de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst.
Volgens eiseres hebben gedaagden aan het eerste deel van de gemaakte afspraken in de vaststellingsovereenkomst niet voldaan.
Gedaagde 1 heeft nagelaten de daarvoor benodigde actie te ondernemen, waardoor hij niet in staat is geweest (tijdig) aan te geven of hij de woning wil en kan kopen/toegedeeld kan krijgen, terwijl van een bindende taxatie ook geen sprake is.
Fase 1 van de overeenkomst, die erop gericht was om gedaagde 1 in staat te stellen de woning indien mogelijk over te nemen, is daarmee voorbij.
Daarmee is fase 2 aan de orde – de verkoop van de woning in de vrije markt – waarbij eiseres een zo hoog mogelijke verkoopwaarde nastreeft.
Gedaagden zijn daartegenover van mening dat het juist eiseres is die zich niet aan de afspraken houdt.
In strijd met de afspraken verstoort eiseres het taxatieproces en zoekt zij, zonder medeweten van gedaagden, contact met de V, de taxerend en andere makelaars om daarmee in de visie van gedaagden de waardering te beïnvloeden.
Naar de mening van gedaagden hebben zij zelf juist wel voldaan aan de vaststellingsovereenkomst: er ligt een geldige en bindende taxatie van makelaar B die neerkomt op een economische waarde van de woning van 1.2 miljoen euro.
Aan de hand van deze waardering wil en kan gedaagde 1 de woning toegedeeld krijgen, aldus gedaagden.
Dat makelaar B die taxatie niet heeft neergelegd in een rapport doet hier volgens gedaagden niet aan af.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
Aannemelijk is dat de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst in werkelijkheid niet in lijn met de daarin opgenomen afspraken is gegaan.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in elk geval niet voldaan aan de afspraak onder 3.
Van een deugdelijk afgeronde taxatie is immers geen sprake.
Er is geen rapport en makelaar B heeft de opdracht teruggegeven.
Dat de vermeende economische waarde (in de lijn) van 1.2 miljoen euro in een telefoongesprek met C aan gedaagden, en (eerst) ook aan eiseres, mondeling is meegedeeld is te weinig om van een bindende waardering te spreken.
Dat volgt alleen al uit het feit dat voor de financierende bank een daadwerkelijk taxatierapport nodig is (dat er niet is).
Bovendien discussiëren partijen over de uitgangspunten en gronden van de telefonisch meegedeelde waardering.
In die zin kan de voorzieningenrechter eiseres volgen dat deze stap in fase 1 niet is afgerond.
Onjuist is dus het standpunt van gedaagden dat de woning bindend is getaxeerd.
Dit brengt mee dat partijen nog niet zo ver kunnen worden geacht te zijn dat de woning tegen die vermeende waarde door gedaagde 1 kan worden overgenomen.
Ook is onjuist dat fase 1 al voorbij is omdat het door toedoen van gedaagden niet tot een taxatie is gekomen.
Aannemelijk is dat er het nodige is mis gegaan in de uitvoering van de afspraken die bedoeld waren om tot een taxatie te komen.
Anders is niet verklaarbaar waarom opvolgende taxateurs hun opdracht hebben teruggegeven.
De voorzieningenrechter kan niet uitsluiten dat handelen van eiseres daar mede debet aan is geweest.
Gedaagden hebben onderbouwd aangevoerd dat zij contact is blijven onderhouden met de makelaar C, die zich ervoor inspant om de woning op de vrije markt te koop aan te bieden.
Of dit allemaal waar is, kan in dit kort geding niet worden vastgesteld.
Dit betoog brengt wel mee dat er onvoldoende grond bestaat om aan te nemen dat gedaagden niet langer aanspraak kunnen maken op het ordelijk doorlopen van fase 1 van de vaststellingsovereenkomst.
Los daarvan is het de voorzieningenrechter ook gebleken dat partijen niet in staat zijn zelfstandig uit de tussen hen bestaande impasse te komen.
Zij geven elkaar over en weer de schuld van het tijdsverloop in deze kwestie, van het verkeerd aflopen van de opdracht aan (o.a.) makelaar B en het niet verder komen met de toe-/verdeling van de woning.
Zowel eiseres als gedaagden laten hun eigen gelijk en het gebrek aan vertrouwen in de ander niet varen.
Tegelijk willen alle partijen vooruit.
Daarom zal de voorzieningenrechter een voorziening treffen die past bij het bindende karakter van de afspraken in de vaststellingsovereenkomst en de noodzakelijk te betrachten voortgang in deze zaak.
In het licht van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de afspraken in de vaststellingsovereenkomst, gelet op hun bindende karakter, dienen te worden gehandhaafd.
De voorzieningenrechter zal in dat licht gedaagden veroordelen om op straffe van een beperkte en gemaximeerde dwangsom binnen de in het dictum genoemde termijn een keuze te maken voor één van de twee door V gesuggereerde makelaars genoemd in het petitum van de dagvaarding (makelaar C en makelaar D), waarna de taxatieopdracht overeenkomstig de vaststellingsovereenkomst door eiseres wordt verstrekt.
Daarbij geldt dat de taxateur die niet als eerste is gekozen, automatisch, bij verhindering van de eerste keuze, de volgende aan te wijzen taxateur is.
De voorzieningenrechter volgt gedaagden dus niet in hun betoog dat het per se een taxateur van buiten “het dorp” moet zijn of een taxateur die geen lid is van de NVM.
Van een professioneel taxateur mag worden verwacht dat hij of zij in staat is tot een objectieve taxatie te komen, ook als hij weet dat collega’s van andere kantoren graag zouden zien dat het desbetreffende object op de vrije markt komt.
Hiervoor is wel vereist dat beide partijen zich onthouden van enig contact met de taxateur tot na het moment van verstrekken van het definitieve taxatierapport en, indien en voor zover dat contact nodig is, dit uitsluitend via de advocaten van partijen plaatsvindt.
In feite dienen partijen de in de vaststellingsovereenkomst afgesproken route dus opnieuw te bewandelen, wat er reeds toe leidt dat niet alleen het primaire, (meer) subsidiair en in alle gevallen (anders) gevorderde in conventie wordt afgewezen, maar ook de vordering in reconventie.
Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel.
Integendeel: de belangen van beide partijen vergen juist dat voortgang wordt gemaakt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.