De Rechtbank Noord-Holland heeft op 20 april 2022 uitspraak gedaan over de uitleg van een vaststellingsovereenkomst. Was sprake van een fatale termijn?

Partijen zijn broers en hebben een geschil over de verdeling van de nalatenschap van hun moeder.

Ze zijn ieder voor gelijke delen erfgenaam.

Op 5 november 2019 hebben zij een vaststellingsovereenkomst gesloten over de wijze van verdeling van de nalatenschap.

Daarin is (onder meer) bepaald dat eiser tot 1 februari 2020 de gelegenheid krijgt de tot de nalatenschap behorende woning over te nemen tegen een waarde van € 395.000 en dat hij een beroep kan doen op een financieringsvoorbehoud.

Tot op heden is de woning niet aan eiser geleverd, ondanks voortdurende onderhandelingen daarover tussen partijen.

Inmiddels is de woning € 550.000 waard.

Partijen leggen de vaststellingsovereenkomst verschillend uit: is de datum van 1 februari 2020 een fatale datum of niet?

Eiser vindt van niet en wil dat gedaagde wordt veroordeeld uitvoering te geven aan de vaststellingsovereenkomst.

Gedaagde vindt dat wel sprake is van een fatale datum, heeft de overeenkomst ontbonden en wil dat de woning wordt verkocht aan een derde, en dat de overwaarde moet worden verdeeld.

De rechtbank is van oordeel dat eiser geen nakoming meer kan eisen van de afspraak in de vaststellingsovereenkomst dat hij de woning mag overnemen voor de waarde van € 395.000, omdat de daarvoor gestelde termijn is verstreken.

Dat partijen daarover daarna verder hebben onderhandeld maakt dat niet anders.

De rechtbank stelt de wijze van verdeling in deze procedure vast en bepaalt (onder meer) dat de woning moet worden verkocht aan een derde.

Erfrecht. Overname van woning uit nalatenschap. Vaststellingsovereenkomst. Uitleg van een vaststellingsovereenkomst. Nakoming. Fatale termijn?

De rechter oordeelt als volgt.

Aan de rechtbank ligt in de kern de vraag voor of eiser het recht heeft de woning over te nemen uit de nalatenschap tegen een waarde van € 395.000.

Eiser beroept zich daarbij op de vaststellingsovereenkomst.

Gedaagde heeft verweer gevoerd tegen de vorderingen van eiser en er (onder meer) op gewezen dat in de vaststellingsovereenkomst een fatale termijn is overeengekomen (1 februari 2020) die inmiddels ruimschoots is overschreden.

De rechtbank geeft gedaagde op dit punt gelijk en is van oordeel dat eiser geen aanspraak meer kan maken op nakoming van punt 2 van de vaststellingsovereenkomst.

Dit oordeel wordt als volgt toegelicht.

Het geschil tussen partijen komt in de eerste plaats aan op de uitleg van de vaststellings-overeenkomst.

Daarbij is niet alleen de tekst van de vaststellingsovereenkomst van belang, maar onder andere ook hoe partijen de bedingen in de vaststellingsovereenkomst mochten opvatten en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

In de vaststellingsovereenkomst is het volgende bepaald:

“A [eiser] zal tot 1 februari 2020 de gelegenheid krijgen de woning over te nemen uit de boedel tegen betaling van € 395.000,- kosten koper. A [eiser] is gerechtigd een ontbindende voorwaarde in te roepen met betrekking tot een financieringsvoorbehoud, indien en voor zover hij kan aantonen dat hij ondanks de daartoe noodzakelijke inspanningen niet in staat is gebleken de hypotheek rond te krijgen”.

Eiser legt deze bepaling aldus uit, dat hij tot 1 februari 2020 een beroep kon doen op een ontbindende voorwaarde (financieringsvoorbehoud) en dat hij er bewust voor heeft gekozen om dat niet te doen.

Daarom is de termijn niet meer van belang, aldus eiser.

De rechtbank is echter van oordeel dat eiser de vaststellingsovereenkomst niet op die manier heeft mogen opvatten.

De uitleg die eiser geeft aan de vaststellingsovereenkomst vindt geen steun in de letterlijke bewoordingen van de vaststellingsovereenkomst.

Daaruit blijkt immers niet dat de termijn van 1 februari 2020 op enige wijze verband houdt met de ontbindende voorwaarde/het inroepen van het financieringsvoorbehoud.

De omstandigheid dat in de vaststellingsovereenkomst onder punt 5 is bepaald dat eiser “op enig moment” een taxatie mag laten verrichten voor een financieringsaanvraag, rechtvaardigt die conclusie evenmin.

De uitleg van eiser is bovendien niet te rijmen met de door gedaagde geschetste gang van zaken voorafgaand aan de vaststellingsovereenkomst.

Die voorgeschiedenis hield in dat gedaagde steeds bij eiser aandrong op afwikkeling van de nalatenschap en aan eiser bij herhaling termijnen stelde om de woning over te nemen.

Eiser heeft dat niet betwist.

Gelet daarop, mocht eiser niet verwachten dat gedaagde hem ná 1 februari 2020 nog in de gelegenheid zou stellen de woning over te nemen.

De rechtbank is daarom van oordeel dat de vaststellingsovereenkomst aldus moet worden uitgelegd, dat eiser tot 1 februari 2020 de gelegenheid had om de woning over te nemen tegen een waarde van € 395.000.

Vast staat dat de woning op 1 februari 2020 niet was overgedragen aan eiser.

Uit de aan de rechtbank overgelegde stukken wordt duidelijk dat eiser na 5 november 2019 (de vaststellingsovereenkomst) geen contact met gedaagde heeft opgenomen, tot een e-mail over financiële informatie op 22 januari 2020 en de e-mail van notaris X op 31 januari 2020.

In laatstgenoemde e-mail is slechts medegedeeld dat eiser het aandeel van gedaagde in de woning wenst over te nemen en een bedrag van € 170.273,20 op de derdengeldenrekening van de notaris heeft gestort, maar dat was toen nog niet in werking gezet met gedaagde.

Een conceptakte is bijvoorbeeld pas op 11 maart 2020 aan gedaagde toegestuurd.

Dat eiser in de periode voorafgaand aan 1 februari 2020 geen (of in ieder onvoldoende) initiatief heeft genomen om samen met gedaagde te komen tot een levering van het aandeel van gedaagde in de woning aan eiser, komt voor eigen rekening en risico van eiser.

Eiser heeft tijdens de mondelinge behandeling nog aangevoerd dat de termijn van
1 februari 2020 (iets minder dan drie maanden na de vaststellingsovereenkomst van
5 november 2019) van meet af aan te kort was, omdat het ten minste drie maanden kost om inzage te verkrijgen in de bankrekeningafschriften waarop eiser recht had.

De rechtbank geeft eiser ook op dit punt geen gelijk.

Vooropgesteld wordt dat eiser de termijn van 1 februari 2020 zelf is overeengekomen en dus toen kennelijk haalbaar achtte.

Eiser heeft niet toegelicht in welk opzicht dat is gewijzigd.

Voorafgaand aan 1 februari 2020 heeft eiser bovendien niet bij gedaagde gevraagd om verlenging van de termijn.

Daarbij komt dat gedaagde er op heeft gewezen dat uit de overgelegde stukken blijkt dat eiser kennelijk pas na het verstrijken van de termijn van 1 februari 2020 is begonnen met het opvragen van de bankrekeningafschriften bij de banken.

De volmachten die eiser nodig had om bankrekeningafschriften op te vragen bij de banken, heeft eiser immers pas in april en mei 2020 bij gedaagde opgevraagd, terwijl de afspraken daarover al in de vaststellingsovereenkomst (van 5 november 2019) waren gemaakt.

Bij die stand van zaken kan eiser niet aan gedaagde tegenwerpen dat hij de bankrekeningafschriften nog niet had ontvangen van de banken voorafgaand aan 1 februari 2020.

Eiser heeft zijn betoog verder onderbouwd door erop te wijzen dat hij pas in juli 2020 de bankrekeningafschriften heeft ontvangen van de banken.

Anders dan eiser veronderstelt, kan daaruit niet worden afgeleid dat het altijd minstens drie maanden duurt om inzage te verkrijgen in bankrekeningafschriften.

Dit geldt temeer omdat niet duidelijk is wanneer eiser de afschriften daadwerkelijk heeft opgevraagd.

Uit het voorgaande volgt dat de termijn van 1 februari 2020 ongebruikt is verstreken en dat gedaagde op dit punt geen verwijt valt te maken.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over onroerend goederen in een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.