De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 20 april 2022 uitspraak gedaan over de vraag of de herroeping van een schenking naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was.
Tussen de moeder en haar zoon de heer D is op 18 oktober 2014 een schenkingsovereenkomst tot stand gekomen.
De moeder is degene die geschonken heeft.
Deze schenkingsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd in een onderhandse akte d.d. 18 oktober 2014.
In deze schenkingsovereenkomst staat, voor zover van belang, het volgende:
“Hoofdstuk 2. Schenkingsovereenkomst.
De schenker en de begiftigde sluiten hierbij een overeenkomst van schenking. Ter uitvoering van deze overeenkomst schenkt schenker ten laste van haar vermogen een bedrag groot € 100.000,00 (zegge honderdduizend euro). De begiftigde verklaart hierbij deze schenking aan te nemen.
Hoofdstuk 3. Bepalingen schenkingsovereenkomst.
De schenkingsovereenkomst is aangegaan onder de volgende bepalingen:
Ontbindende voorwaarde.
De schenking wordt gedaan onder de ontbindende voorwaarde dat de schenking vervalt voor zover de begiftigde het geschonkene niet in het jaar van de schenking of de twee daaropvolgende jaren heeft aangewend voor verbetering of onderhoud van zijn eigen woning als bedoeld in artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Uitsluitingsclausule.
Het geschonkene, met inbegrip van de opbrengsten daarvan (…) zal niet vallen in enige huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap die ontstaat of is ontstaan als gevolg van een huwelijk. Een en ander zal ook niet mogen worden betrokken in enig verrekenbeding tussen echtgenoten, (…).
Als het huwelijk door het overlijden van de begiftigde eindigt, vindt een verrekening plaats alsof er geen uitsluitingsclausule is gemaakt, maar alleen als op het tijdstip van dat overlijden aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: (…)
Herroeping van de schenking.
De schenker behoudt zich het recht voor om de schenking te herroepen. Dit recht eindigt bij overlijden van de schenker en bij faillissement van de schenker.”
Aan de in de geldleenovereenkomst opgenomen voorwaarde dat het geschonkene in het jaar van de schenking of in de twee daaropvolgende jaren moet zijn aangewend voor verbetering of onderhoud van de eigen woning is voldaan.
De heer D (hierna te noemen de erflater) is overleden op 26 februari 2016. Hij was gehuwd met de echtgenote en zij hadden samen drie kinderen, voor wie de echtgenote in deze procedure als wettelijk vertegenwoordigster optreedt.
De echtgenote en de drie kinderen hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard.
De nalatenschap is vervolgens vereffend en verdeeld.
Bij aangetekende brief van 27 november 2019 heeft de moeder aan de echtgenote medegedeeld dat zij gebruik maakt van het in de schenkingsovereenkomst opgenomen herroepingsrecht en heeft zij verzocht en gesommeerd om binnen 10 dagen na die brief tot terugbetaling van het bedrag van de schenking ad € 100.000,00 over te gaan.
Voorts heeft zij, voor het geval niet tijdig wordt terugbetaald, aanspraak gemaakt op rente, incassokosten en proceskosten.
De echtgenote heeft de schenking niet terugbetaald.
Tussen partijen is niet in geschil dat de erflater van zijn moeder op 18 oktober 2014 een bedrag van € 100.000,00 geschonken heeft gekregen, onder de voorwaarde dit bedrag binnen een bepaalde termijn te besteden aan de verbetering of het onderhoud van zijn eigen woning.
Evenmin is in geschil dat de erflater binnen de gestelde termijn aan deze voorwaarde heeft voldaan.
Tussen partijen is wel in geschil of de moeder dit geschonken bedrag nog kan terugvorderen, nu erflater nadat aan hem was geschonken, maar voordat aanspraak op terugbetaling was gedaan, is overleden
Erfrecht. Schenking. Herroeping. Is de herroeping van de schenking naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
De rechter overweegt als volgt.
Allereerst kan worden vastgesteld dat beide partijen vermogend zijn en dat de moeder het geschonken bedrag niet terugvordert omdat zij het geld nodig zou hebben om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien of om schulden af te kunnen betalen.
Uit de stellingen van de echtgenote c.s. volgt ook niet dat zij en/of de kinderen niet in staat zijn om het geschonken bedrag terug te betalen. Financiële overwegingen spelen derhalve geen rol.
Niet in geschil is dat in de schenkingsovereenkomst een herroepingsrecht is opgenomen.
Een dergelijke clausule is in beginsel geldig, tenzij gebruikmaking door de moeder van die clausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
De rechtbank is van oordeel dat daarvan sprake is.
Daarbij acht de rechtbank van belang dat een schenking in beginsel eigendomsoverdracht om niet betreft.
In de schenkingsovereenkomst is een voorwaarde opgenomen waar het geld aan besteed zou moeten worden, te weten aan het verbouwen of verbeteren van de woning.
Aan deze voorwaarde is voldaan.
Dat heeft tot gevolg dat het geschonken geld “in de stenen is gaan zitten”, met andere woorden niet meer in liquide vorm beschikbaar is.
Hoewel in de schenkingsovereenkomst duidelijk staat dat de moeder gebruik kan maken van een herroepingsrecht, is in de akte niet vermeld waarom een herroepingsrecht is opgenomen, in welke situatie en hoelang na de schenking dit recht kan worden ingeroepen.
Dat betekent dat het onduidelijk is voor de ontvanger van de schenking, de erflater en na zijn overlijden de echtgenote c.s., of en wanneer er terugbetaald zou moeten worden.
Uit de verklaringen van de moeder volgt dat de reden voor het inroepen van het herroepingsrecht was gelegen in een ruzie tussen, in ieder geval, de moeder enerzijds en de echtgenote anderzijds.
De rechtbank acht het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om een bevoegdheid tot herroepen van een schenking in te roepen om een familieruzie te beslechten, met name nu conform de voorwaarden in de schenkingsovereenkomst, het geschonken bedrag al is besteed en daarom niet meer liquide aanwezig is.
De rechtbank zal de vordering van de moeder tot terugbetaling van het geschonken bedrag ad € 100.000,00 dan ook afwijzen.
Nu de gevorderde hoofdsom wordt afgewezen, zullen de nevenvorderingen (rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten) ook worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over schenkingen of giften in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.