De Rechtbank Noord-Holland heeft op 13 april 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een geldlening was terugbetaald en over de dwingende bewijskracht van een onderhandse akte.

Partijen zijn de enig erfgenamen van mevrouw A (hierna: erflaatster).

Erflaatster is gehuwd geweest. Zij hadden twee zoons.

Eiseres voert aan dat bij de bepaling van haar erfdeel rekening moet worden gehouden met een vordering die de nalatenschap heeft op gedaagde uit hoofde van een geldlening die erflaatster aan gedaagde heeft verstrekt in 1983 ter hoogte van fl. 132.000,- (hierna: de geldlening van 1983).

Gedaagde stelt dat hij de geldlening van 1983 heeft terugbetaald en beroept zich daarbij op een door erflaatster ondertekende akte van 30 augustus 2015 (hierna: de akte van 2015).

In die akte is – voor zover hier van belang – het volgende vermeld:

blijkens de akte de dato 11 november 1983, verleden voor mr. B, destijds notaris te A, was schuldenaar (gedaagde), per 20 november 1982 schuldig aan schuldeiser (de erflaatster) een bedrag groot eenhonderd twee en dertig duizend gulden (Fl. 132.000,00);

verklaren als volgt:

1. schuldenaar heeft aan schuldeiser het gemelde bedrag van de geldlening geheel voldaan;

2. schuldeiser verleent bij deze kwijting voor de betaling van het gehele bedrag van voormelde geldlening.”

Eiseres betwist dat uit de akte van 2015 blijkt dat gedaagde de geldlening daadwerkelijk heeft terugbetaald.

Bovendien stemt de in deze akte vastgelegde verklaring volgens eiseres niet overeen met de werkelijkheid.

Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Berekening van erfdeel. Geldlening. Onderhandse akte. Is de lening al terugbetaald? Bewijs. Dwingende bewijskracht van onderhandse akte.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat de akte van 2015 niet kan worden aangemerkt als notariële akte.

Weliswaar is blijkens het briefpapier een notariskantoor betrokken bij de totstandkoming hiervan,

maar de akte bevat geen door de notaris gedane waarnemingen of verrichtingen (vgl. artikel 156 lid 2 Rv).

Er is dus sprake van een onderhandse akte.

Ook aan onderhandse akten komt evenwel dwingende bewijskracht toe ten aanzien van de verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen.

De dwingende bewijskracht geldt tussen partijen, waaronder ook wordt ook verstaan de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel, zoals eiseres (artikel 157 lid 2 Rv).

Het voorgaande betekent dat de rechtbank in beginsel de inhoud van de verklaring in de akte van 2015 voor waar zal aannemen en er dus vanuit gaat dat “schuldenaar” (zijnde gedaagde) de geldlening van 1983 vóór 2015 “heeft voldaan”.

Anders dan eiseres veronderstelt, blijkt uit de akte dus niet alleen dat de geldlening is voldaan, maar ook dat de geldlening is voldaan door gedaagde (in plaats van een kwijtschelding door erflaatster, zoals eiseres verdedigt).

Op grond van artikel 151 Rv staat tegen het dwingend bewijs tegenbewijs open, dat door alle middelen mag worden geleverd.

Het tegenbewijs kan ook betrekking hebben op de stelling dat de in de akte opgenomen verklaring niet overeenstemt met de werkelijkheid (Hoge Raad, 13 mei 2016, HR:2016:848).

Eiseres stelt dat als gedaagde inderdaad de geldlening heeft terugbetaald, het voor hem eenvoudig zou moeten zijn om dat aan te tonen.

Volgens eiseres heeft gedaagde niet duidelijk gemaakt met welke middelen hij de lening heeft afgelost, omdat gedaagde:

-zijn woning in 1992 met verlies heeft verkocht;

-in augustus 1980 deels met eigen middelen een woning heeft gekocht;

-in mei 2002 deels met eigen middelen een woning heeft gekocht;

-geen of slechts beperkte inkomsten had;

-over de vraag hoe hij de lening heeft afgelost steeds wisselend verklaringen heeft afgelegd.

Met deze stellingname miskent eiseres echter dat – gelet op de dwingende bewijskracht van de akte van 2015 – zij zelf aan zet is en het niet aan gedaagde is om te bewijzen dat (en hoe) de geldlening is voldaan.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres onvoldoende concrete stellingen heeft ingenomen om het door de akte van 2015 geleverde bewijs te ontzenuwen.

Aan het leveren van tegenbewijs wordt daarom niet toegekomen.

Eiseres stelt verder dat de handtekening van erflaatster op verschillende documenten, waaronder de akte van 2015, steeds wisselend lijkt te zijn.

Zij heeft dit standpunt echter niet verder geconcretiseerd en niet toegelicht of zij (een) handtekening(en) betwist, en zo ja, welke.

Ook heeft zij aan dit standpunt geen gevolgtrekkingen verbonden en bijvoorbeeld niet aangevoerd dat de akte van 2015 buiten beschouwing moet blijven omdat zij de handtekening van erflaatster niet erkend.

Aan een handtekeningonderzoek op grond van artikel 159 lid 2 Rv wordt daarom niet toegekomen.

Ter zitting heeft eiseres voorts het standpunt ingenomen dat erflaatster niet wist wat zij ondertekende, althans dat zij door gedaagde onder druk is gezet om de akte van 2015 te ondertekenen.

Ook heeft eiseres ter zitting betoogd dat misbruik is gemaakt van omstandigheden en/of dat erflaatster “misschien is bedreigd”.

Deze stellingen van eiseres zijn echter in een dusdanig laat stadium van de procedure ingenomen en dermate vaag en niet-onderbouwd, dat de rechtbank daaraan verder voorbij gaat.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat voldoende is komen vast te staan dat de geldlening aan gedaagde uit 1983 door hem is voldaan en dus bij de berekening van de omvang van de nalatenschap verder buiten beschouwing kan blijven.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over bewijs in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.