De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over een incidentele vordering tot het verkrijgen van een voorschot uit een nog te verdelen nalatenschap.

Eiser en gedaagde zijn broer en zus van elkaar en enig erfgenamen in de nalatenschappen van hun ouders.

Eiser vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van een voorlopige voorziening, gedaagde veroordeelt om de betrokken notaris binnen 48 uur na betekening van dit vonnis toestemming te geven een bedrag van € 80.000,00, althans € 50.000,00, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, bij wijze van voorschot, aan ieder van partijen te voldoen uit de in depot gestelde netto verkoopopbrengst van de in de nalatenschappen van ouders gevallen woning, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat gedaagde daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 10.000,00.

Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat de omvang van het in depot gestorte bedrag toelaat dat aan hem en gedaagde het gewenste voorschot op hun erfdeel wordt betaald.

Volgens eiser staat vast dat aan ieder van partijen ten minste een bedrag van € 80.000,00 toekomt.

Eiser stelt het voorschot nodig te hebben om de advocaatkosten verband houdende met deze procedure te kunnen voldoen.

Van zijn laatste spaargeld zou hij recentelijk de aanslag erfbelasting hebben voldaan.

Partijen hebben (nog) geen overeenstemming bereikt over de verdeling.

Volgens eiser heeft hij meermaals tevergeefs getracht om tot een afwikkeling te komen.

Hij stelt dat van hem niet meer verwacht kan worden dat hij nog langer op de definitieve afwikkeling van de nalatenschap wacht.

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Voorlopige voorziening. Incidentele vordering tot het verkrijgen van een voorschot uit een nog te verdelen nalatenschap. Belang. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Eiser heeft de incidentele vordering ingesteld als (het treffen van) een voorlopige voorziening.

Op grond van artikel 223 Rv kan tijdens een aanhangig geding iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding.

Deze vordering moet samenhangen met de hoofdvordering.

Voorts moet degene die de vordering instelt, hier eiser, voldoende belang hebben bij de voorlopige voorziening, in die zin dat niet van hem gevergd kan worden dat hij de afloop van de hoofdzaak afwacht.

Tussen partijen is niet in geschil dat de gevorderde voorlopige voorziening samenhangt met de vordering in de hoofdzaak, waarin eiser heeft gevorderd op grond van artikel 3:185 BW de verdeling van de onverdeelde nalatenschappen van de ouders van partijen vast te stellen en gedaagde te veroordelen om de betrokken notaris toestemming te geven om het bedrag van € 206.510,41, verminderd met een eventueel reeds aan eiser uitbetaald voorschot, aan eiser te voldoen uit de in depot gestelde netto verkoopopbrengst van de woning, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Het uitkeren van een voorschot heeft tot gevolg dat ten laste van de nalatenschap een uitkering wordt gedaan aan de betreffende erfgenaam waardoor vooruit wordt gelopen op de verdeling van de nalatenschap.

Er is geen rechtsregel die zich daar tegen verzet.

Gedaagde stelt dat eiser met de aan de vordering ten grondslag gelegde stelling niet voldoende heeft onderbouwd dat er omstandigheden zijn die de uitkering van een voorschot rechtvaardigen.

Zij betwist dat er aan de zijde van eiser sprake is van financiële problemen.

De rechtbank volgt gedaagde in haar verweer, in die zin dat eiser met zijn stellingen niet voldoende heeft onderbouwd dat van hem niet gevergd kan worden dat hij de uitkomst van de hoofdzaak afwacht.

De omstandigheid dat partijen op grond van hun erfdeel ieder een substantiële aanspraak zullen hebben op het in depot gestorte bedrag, zegt op zichzelf niets over de noodzaak van een voorschot.

Omdat eiser geen enkel inzicht heeft gegeven in zijn inkomens- en vermogenspositie kan niet worden aangenomen dat zijn financiële situatie maakt dat er reeds een uitkering zou moeten plaatsvinden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.