Van onze advocaat verdeling erfenis. De Rechtbank Noord-Holland heeft op 21 juni 2017 uitspraak gedaan over een kredietovereenkomst, hoofdelijke aansprakelijkheid en regresrecht in een nalatenschap.

Eiseres was gehuwd met betrokkene (hierna: de betrokkene). Het huwelijk is ontbonden in 1989 door inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie van de echtscheidingsbeschikking. Uit het huwelijk zijn de dochters geboren.

Vanaf 1996 tot halverwege 2005 heeft eiseres (wederom) samengewoond met betrokkene.

Op 3 of 7 augustus 1990 is er een kredietovereenkomst aangegaan met de bank. Op 20 november 1996 heeft er een kredietwijziging plaatsgevonden. Er is een kredietlimiet vastgesteld van fl 15.000,00. Eiseres en betrokkene hebben voor deze gewijzigde kredietovereenkomst getekend en zijn volgens de tekst van de overeenkomst hoofdelijk aansprakelijk.

Betrokkene is overleden op 12 maart 2009.

Op 9 juli 2015 heeft de bank aan de dochters gemaild dat na het overlijden van betrokkene de hoofdelijke aansprakelijkheid volledig is overgegaan op moeder.

Volgens het “jaaroverzicht doorlopend krediet” van de bank bedroeg op 31 december 2015 het saldo op het doorlopende krediet € 2.480,93 debet.

De advocaat van eiseres vordert, na wijziging van eis, dat de kantonrechter de dochters hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 13.270,00, te vermeerderen met de rente en aflossing tot de dag dat de gehele schuld is afbetaald en de wettelijke rente vanaf 8 november 2016.

De advocaat van eiseres legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat eiseres samen met betrokkene hoofdelijk aansprakelijk was voor de schuld. Eiseres heeft echter niet geprofiteerd van het krediet, betrokkene heeft het geld opgenomen en gebruikt. Eiseres heeft meer dan de helft van de schuld voldaan, zodat zij een regresrecht heeft op betrokkene. Nu betrokkene is overleden, heeft eiseres daarom een vordering op de nalatenschap van betrokkene. De dochters hebben de nalatenschap zuiver aanvaard, zodat eiseres de schuld op hen kan verhalen.

De dochters betwisten de vordering. Zij voeren aan – samengevat – dat de vordering onvoldoende duidelijk is. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd waarom zij dit bedrag vordert. Voorts is de vordering verjaard en is eiseres volgens de bank vanaf de datum van overlijden van betrokkene als enige hoofdelijk aansprakelijk. Ten slotte is onduidelijk waar het krediet voor is aangewend, niet is onderbouwd dat eiseres nimmer geld van het krediet heeft gehad. Daarentegen blijkt juist uit de opnameoverzichten dat eiseres na het overlijden van betrokkene nog geld heeft opgenomen van het krediet.

Nalatenschap. Kredietovereenkomst. Zuivere aanvaarding. Hoofdelijke aansprakelijkheid voor lening en regresrecht

Met de dochters is de kantonrechter van oordeel dat eiseres onvoldoende concreet althans onvoldoende duidelijk heeft gesteld op welke wijze zij tot de berekening van haar vordering is gekomen. De door eiseres gemaakte rekensom om tot haar vordering te komen is, ook na de toelichting ter zitting, niet duidelijk. Eiseres heeft geen rekensom op papier overgelegd waaruit het bedrag van haar vordering volgt. De verwijzing van eiseres naar een betalingsoverzicht is onvoldoende, zeker nu dit overzicht in november 1997 start, terwijl de kredietovereenkomst eerder is aangegaan. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat eiseres haar vordering onvoldoende onderbouwd heeft, zodat deze afgewezen dient te worden.

Daarnaast overweegt de kantonrechter dat eiseres ook onvoldoende gemotiveerd een beroep op het regresrecht heeft gedaan. Uit de email van de bank volgt immers dat vanaf het moment van overlijden slechts eiseres hoofdelijk aansprakelijk was. Eiseres heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Hieruit volgt dat er slechts tot het moment van overlijden sprake zou kunnen zijn van een regresrecht van eiseres op betrokkene.

Eiseres heeft echter tegenover de betwisting door de dochters onvoldoende onderbouwd dat betrokkene in de periode tot het overlijden van betrokkene (ook) opnames uit het krediet heeft gedaan. Het pasje van de kredietrekening stond op naam van eiseres en ook na het overlijden van betrokkene zijn er nog opnames gedaan. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat het krediet ook aan betrokkene ten goede is gekomen en dat zij meer dan de helft van het bedrag waarvoor zij beiden hoofdelijk aansprakelijk waren aan de bank heeft voldaan. Ten slotte heeft eiseres ook onvoldoende gemotiveerd betwist dat de verjaring, die vanaf 12 maart 2009 begon te lopen, niet tijdig gestuit is.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van eiseres zal afwijzen.

De proceskosten komen voor rekening van eiseres, omdat zij ongelijk krijgt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening of de verdeling van een erfenis, over zuivere of beneficiaire aanvaarding of over hoofdelijke aansprakelijkheid en regresrecht bij een lening in een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.