Van onze advocaat verdeling erfenis. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 16 april 2019 uitspraak gedaan over het onttrekken van goederen en gelden uit een nalatenschap.

Tussen partijen is niet in geschil dat de broer van de erflater op 30 december 2015, derhalve na het overlijden van erflater, een bedrag van € 8.000,- ten laste van de bankrekening van erflater naar een bankrekening op zijn eigen naam heeft overgeboekt.

Volgens de erfgenaam heeft de broer van de erflater dit bedrag onttrokken aan de nalatenschap van erflater en dient hij dit terug te storten.

Volgens de erfgenaam dient dit bedrag bij de afwikkeling van de nalatenschap van de na erflater overleden vader betrokken te worden.

De broer erkent dat, mocht het bedrag toch tot de nalatenschap van erflater behoren, hij dit bedrag zal moeten inbrengen.

Dit bedrag kan volgens de broer alsdan verrekend worden met de vordering die hij wegens door hem betaalde kosten van de begrafenis van erflater nog op de nalatenschap van erflater heeft.

Onttrekken van gelden uit de nalatenschap? Volmacht? Verrekening tijdens vereffening mogelijk?

De rechter overweegt als volgt.

Nu de erfenis van erflater namens de minderjarige beneficiair is aanvaard, is deze op de voet van artikel 4:193 lid 1 BW vereffenaar en wordt zij ter zake de vereffeningswerkzaamheden vertegenwoordigd door haar wettelijke vertegenwoordiger.

Het betreft hier de zogenaamde lichte vereffening (artikel 4:221 lid 1 BW).

De vereffenaar heeft in ieder geval tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen (Hoge Raad 19 mei 2017, HR:2017:939).

Daartoe komt hem onder meer het beheer van de nalatenschap toe.

De verplichting tot vereffening omvat ook het innen van tot de nalatenschap behorende vorderingen.

Als wettelijk vertegenwoordiger van de vereffenaar vertegenwoordigt de erfgenaam de minderjarige als vereffenaar in en buiten rechte.

Voor zover erflater aan zijn broer uitdrukkelijk of stilzwijgend volmacht zou hebben verleend over zijn bankrekening te beschikken, is deze volmacht door het overlijden van erflater geëindigd (artikel 3:72 BW).

Van zaakwaarneming kan om diezelfde reden geen sprake zijn. Bovendien werden door de overboeking door de broer de gestelde belangen van de vader behartigd en niet die van erflater.

Gelet op het vorenstaande komt de rechter tot het oordeel dat de broer niet bevoegd was het bedrag van € 8.000,- dat ten tijde van het overlijden van erflater op de bankrekening van erflater stond, na diens overlijden over te maken naar zijn eigen bankrekening.

De rechter zal de broer van erflater dan ook veroordelen het bedrag van € 8.000,- terug te betalen aan de nalatenschap.

De rechter acht het opleggen van een dwangsom daarbij niet nodig, nu de broer heeft verklaard er niet op uit te zijn geld aan de minderjarige te onthouden.

Of tot de erfenis van de na erflater overleden vader van erflater een vordering op erflater van € 8.000,- behoort, valt buiten het bestek van de onderhavige procedure en hoeft derhalve geen verdere bespreking.

Verrekening?

Voor het geval de broer het bedrag van € 8.000,- dient terug te betalen aan de vereffenaar, wenst de broer van erflater een verrekening van dat bedrag met zijn vordering op de nalatenschap van € 14.909,08 ter zake de begrafeniskosten.

Daargelaten dat de vordering van de broer ter zake van door hem betaalde begrafeniskosten geen € 14.909,08 bedraagt zal aan de hand van artikel 4:217 BW moeten worden bezien of de broer van erflater die verrekeningsbevoegdheid heeft.

Artikel 4:217 lid 1 BW bepaalt dat indien iemand zowel schuldenaar als schuldeiser van de nalatenschap is, de bepalingen van de Faillissementswet (Fw) omtrent de bevoegdheid tot verrekening van overeenkomstige toepassing zijn.

Artikel 53 Fw bepaalt dat hij die zowel schuldenaar als schuldeiser van de gefailleerde is, zijn schuld met zijn vordering op de gefailleerde kan verrekenen, indien beide zijn ontstaan vóór de faillietverklaring of voortvloeien uit handelingen, vóór de faillietverklaring met de gefailleerde verricht.

Nu zowel de schuld als de vordering van de broer jegens de nalatenschap zijn ontstaan na het overlijden van erflater en evenmin voortvloeien uit handelingen met erflater verricht vóór diens overlijden, heeft de broer niet de bevoegdheid om de schuld en de vordering te verrekenen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme, over de taken en bevoegdheden van een executeur, over het onttrekken van gelden uit een nalatenschap of over de mogelijkheden van verrekening in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.