Van onze advocaat verdeling erfenis. De Rechtbank Noord-Holland heeft op 10 april 2019 uitspraak gedaan over een verzoek tot een rechterlijke machtiging, om na zuivere aanvaarding, alsnog beneficiair te mogen aanvaarden.
De erflaatster heeft bij testament over haar nalatenschap beschikt en daarbij de verzoekster tot executeur en enig erfgenaam benoemd.
Verzoekster heeft de nalatenschap niet beneficiair aanvaard.
Verzoekster verzoekt dat de rechter haar machtigt om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden.
Ter toelichting op het verzoek voert verzoekster het volgende aan.
De erflaatster heeft de laatste jaren voor haar overlijden de belastingaangifte inkomstenbelasting doen verzorgen door een belastingadviseur. Uit de administratie van de erflaatster blijkt dat alle belastingaangiftes tot en met 2015 zijn afgewikkeld met een definitieve aanslag. Deze belastingaanslagen gaven daarom geen aanleiding voor zorgen.
Verzoekster heeft de belastingadviseur opgedragen om ook de aangifte inkomstenbelasting 2016 te verzorgen, wat hij heeft gedaan. Verzoekster heeft een brief van De Belastingdienst ontvangen waarin werd gevraagd om nadere informatie omtrent persoonsgebonden aftrek voor specifieke zorgkosten van erflaatster. Gebleken is dat de belastingadviseur voor een bedrag van € 2.956,00 aan zorgkosten over 2016 heeft opgevoerd, zonder dat daarvoor bewijzen voorhanden zijn in de administratie van de erflaatster.
De belastingaangiftes zijn door de belastingadviseur vervalst. Verzoekster vreest dat De Belastingdienst het opgevoerde bedrag niet zal accepteren en dat zij wordt geconfronteerd met een naheffing. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat een terugvordering van verstrekte zorg- en huurtoeslag zal worden opgelegd.
Het is niet duidelijk of dit alles uit de erfenis kan worden betaald.
Rechterlijke machtiging om na zuivere aanvaarding alsnog beneficiair te mogen aanvaarden? Belastingfraude.
De rechter overweegt als volgt.
Verzoekster heeft het verzoek gedaan binnen de wettelijke termijn van drie maanden na de ontdekking van de belastingfraude.
Gelet op het voorgaande is volgens de rechter sprake van het bestaan of ontstaan van schulden die verzoekster niet kende, noch behoorde te kennen.
Het op de voet van artikel 4:194a lid 1 BW gedane verzoek om te worden gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden, wordt door de rechter daarom toegekend.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over zuivere en beneficiaire aanvaarding, over de uitleg van een testament, over het kindsdeel of over de legitieme of over informatieverstrekking in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.