De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 maart 2019 uitspraak gedaan over een vordering tot de verdeling van een erfenis. Strekt de vordering tot verdeling van de nalatenschap tot de beëindiging van het vruchtgebruik en tot de vervallenverklaring van het vruchtgebruik? Zaaksvervanging.

Bij testament heeft de erflater aan langstlevende partner toegekend het vruchtgebruik van gehele nalatenschap.

Vruchtgebruik. De vordering tot verdeling van de erfenis strekt tot de beëindiging van het vruchtgebruik. Vervallenverklaring vruchtgebruik? Zaaksvervanging.

De rechter overweegt als volgt.

Erflater heeft in zijn testament ter verzorging van zijn langstlevende partner aan haar het levenslang vruchtgebruik van zijn nalatenschap gelegateerd, waarbij aan de beide kinderen als hoofdgerechtigden het bloot eigendom van dit vermogen is nagelaten.

In het testament is bepaald dat het vruchtgebruik eindigt ingeval van a. faillissement van de vruchtgebruiker, b. onder curatelestelling van de vruchtgebruiker, c. hertrouwen van de vruchtgebruiker zonder uitsluiting van de gemeenschap van goederen of verrekenbedingen of d. wanneer zij wordt opgenomen in een bejaardentehuis of verpleeginrichting.

Vast staat dat geen van deze situaties zich voordoet.

Het vruchtgebruik is in de wet geregeld in titel 3.8 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Bij de invoering van de wettelijke regeling heeft de wetgever de mogelijkheid onder ogen gezien van vervallenverklaring van het vruchtgebruik wanneer de vruchtgebruiker tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen:

“Enige leden hebben bepleit naast de regeling van lid 1 een verder gaande sanctie mogelijk te maken, in die zin dat de vruchtgebruiker bij grof verzuim of ernstige verwaarlozing van de goederen waarop het recht gevestigd is, wordt gestraft met vervallenverklaring van zijn recht. De ondergetekende is van oordeel dat Meijers in navolging van het Ontwerp 1898 deze mogelijkheid terecht niet uit de artikelen 862 en 863 B.W. en 618 Cc. heeft overgenomen.

De praktijk heeft geleerd dat zij vrijwel geen toepassing vindt. Het burgerlijk recht onthoudt zich ook elders van civiele straffen, wanneer bescherming van de belangen die door misdragingen worden geschaad, op andere wijze voldoende verzekerd kan worden. Dit is hier het geval. Dat ontneming van het beheer de vruchtgebruiker onder omstandigheden als verlossing van de daaraan verbonden beslommeringen niet onwelgevallig kan zijn, zodat deze dreiging hem van misbruik niet zou weerhouden, acht de ondergetekende niet overtuigend. De vruchtgebruiker blijft tot vergoeding van de aangerichte schade gehouden” (zie Parl. Gesch. Boek 3 BW, MvA II, p. 675).

Mede op basis hiervan is art. 3:221 BW ingevoerd volgens welke bepaling de rechter, indien de vruchtgebruiker in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen als vruchtgebruiker, op vordering van de hoofdgerechtigde aan deze het beheer kan toekennen of het vruchtgebruik onder bewind kan stellen.

Echter, de vordering van eiser strekt niet tot het toekennen van het beheer aan eiser of het onder bewind stellen van het vruchtgebruik, maar omvat de verdeling van het resterende vermogen van de nalatenschap (de verkoopopbrengst van de woning) en komt in feite neer op het beëindigen van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot.

Nu de wet zoals gezegd geen mogelijkheid biedt voor een vervallenverklaring van het vruchtgebruik, zal de daarop gerichte vordering van eiser worden afgewezen.

Ook de door advocaat van eiser genoemde “redelijkheid en billijkheid” bieden op zichzelf geen grondslag voor vervallenverklaring van het zakelijk recht van vruchtgebruik.

Dit brengt tevens mee dat de vraag of de langstlevende echtgenoot in ernstige mate is tekortgeschoten in haar verplichtingen als vruchtgebruiker in de zin van art. 3:221 lid 1 BW in dit geding geen beantwoording behoeft.

Immers, ook indien daarvan sprake is, kan dit niet leiden tot de door eiser gevorderde verdeling en beëindiging van het vruchtgebruik.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het vruchtgebruik in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.