Van onze advocaat verdeling erfenis. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft onlangs kort uiteengezet wat er dient te gebeuren bij de verdeling van een erfenis waarbij meerdere erfgenamen zijn betrokken maar waarbij maar één van de erfgenamen in hoger beroep gaat.

De nog onverdeelde nalatenschap is volgens artikel 3:189 BW aan te merken als een bijzondere gemeenschap. Uit artikel 3:185 lid 1 BW kan worden afgeleid dat tot een verdeling van de gemeenschap kan worden overgegaan indien daarover overeenstemming bestaat tussen de deelgenoten en zij wier medewerking vereist is. Is die overeenstemming er niet dan kan de rechter op vordering van de meest gerede partij de wijze van verdeling gelasten dan wel zelf de verdeling vaststellen. Ieder der deelgenoten kan op grond van artikel 3:194 BW vorderen dat een verdeling aanvangt met een boedelbeschrijving.

Wat moet er dan gebeuren indien in eerste aanleg meer dan één gedaagde in de procedure betrokken is geweest en er slechts één van hen hoger beroep instelt?

Exceptio plurium litis consortium

Indien in eerste instantie meer dan één eiser of gedaagde in de procedure is betrokken geweest en slechts één van hen hoger beroep instelt, rijst de vraag hoe daarmee moet worden omgegaan. Deze problematiek wordt beheerst door de zogenaamde exceptio plurium litis consortium. De exceptio houdt het verweer in dat een bepaalde eis moet worden afgewezen omdat bepaalde derden niet als partijen in het geding zijn betrokken.

Een beroep op de exceptio plurium litis consortium slaagt indien de rechter tot het oordeel komt dat sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. In vaste rechtspraak van de Hoge Raad wordt uitgedrukt dat van een processueel ondeelbare rechtsverhouding sprake is, indien een rechtsverhouding in geschil is waarbij het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing ten aanzien van alle bij die rechtsverhouding betrokkenen in dezelfde zin luidt. Dit mag slechts worden aangenomen indien aard en inhoud van de rechtsverhouding daartoe nopen. Dat brengt mee dat de vraag of van zodanige ondeelbaarheid kan worden gesproken, zich niet altijd leent voor beantwoording in algemene zin.

Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep kan de exceptio plurium litis consortium worden ingeroepen. In hoger beroep kan dit ook nog met betrekking tot de procedure in eerste aanleg. Indien in hoger beroep de exceptio plurium litis consortium wordt ingeroepen en het hof tot het oordeel komt dat dit verweer opgaat (er is dus sprake van een processueel ondeelbare rechtsverhouding), is het gevolg dat de niet-ontvankelijkheid van de appellant wordt uitgesproken. Indien appellant in hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard als gevolg van een geslaagd beroep op de exceptio plurium litis consortium, dan kan appellant deze fout in beginsel nog herstellen door alsnog alle partijen te dagvaarden. In de praktijk zal echter de appeltermijn van drie maanden dan reeds verstreken zijn. Dat heeft tot gevolg dat het vonnis in eerste aanleg kracht van gewijsde heeft gekregen.

Heeft u vragen over de verdeling van een erfenis, een de boedelbeschrijving of over het procederen in erfrechtzaken, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfrecht op 020-3980150.