De Rechtbank Rotterdam heeft op 17 juni 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een rechtsvordering tegen een deelgenoot in de nalatenschap kon worden ingesteld.

Erfrecht. Een rechtsvordering instellen of een verzoek doen door een deelgenoot in een nalatenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

Artikel 3:171, eerste volzin, BW bevat de regel dat, tenzij een regeling anders bepaalt, iedere deelgenoot bevoegd is tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoekschriften ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap.

Deze regel ziet in beginsel slechts op vorderingen en verzoeken ten behoeve van de gemeenschap tegen derden en niet op vorderingen en verzoeken ten behoeve van de gemeenschap tegen een deelgenoot.

Deze laatste vorderingen en verzoeken moeten immers op de voet van de artikelen 3:184 en 3:185 BW in de verdeling van de gemeenschap worden betrokken.

Een uitzondering hierop is gerechtvaardigd als een vordering of een verzoek ten behoeve van de gemeenschap tegen een deelgenoot zich niet ervoor leent in de verdeling van de gemeenschap te worden betrokken.

Gesteld noch gebleken is dat een dergelijke uitzondering zich hier voordoet (HR:2018:535).

Dit betekent dat eiser in zijn vorderingen onder niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het procederen in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.