Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen.

De grondslag van de vordering en de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen

Appellante heeft haar vordering gebaseerd op het standpunt dat geïntimeerde zich wederrechtelijk geld van de moeder heeft toegeëigend en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld.

Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatig handelen aan de zijde van geïntimeerde, op grond waarvan hij tot vergoeding van enig bedrag kan worden gehouden, overweegt het hof dat ingevolge artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de stel- en bewijsplicht van het vermeende onrechtmatig handelen in beginsel op appellante rust.

Echter op geïntimeerde rust de plicht om met betrekking tot de gelden waarvan vast staat dat hij daar de beschikking over heeft gehad, zijn stelling dat deze ten bate van de moeder zijn aangewend te onderbouwen.

In dit verband ziet het hof zich voor de vraag gesteld of deze plicht van geïntimeerde in feite zo ver strekt dat van hem verlangd kan worden dat hij rekening en verantwoording aflegt over de besteding van de gelden waar hij als gevolmachtigde over heeft beschikt.

Verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording? Volmacht. Zijn de overboekingen naar eigen rekeningen onrechtmatig en moeten deze worden terugbetaald?

De rechter oordeelt als volgt.

Vast staat dat geïntimeerde vanaf 1999 een volmacht had om over de bankrekening van de moeder bij ABN AMRO Bank te beschikken.

In de notariële akte van 8 oktober 2015 is als verklaring van de moeder opgenomen dat de volmacht aan geïntimeerde was verleend voor het doen van gebruikelijke betalingen, zoals het betalen van de verzekeringen, de zorgkosten, de belastingaanslagen, de abonnementen en kleine persoonlijke aankopen voor en op verzoek van de moeder.

Daarnaast was geïntimeerde volgens de moeder bevoegd om gelden van haar rekening op te nemen om een gelijke verdeling van haar vermogen onder haar kinderen te verkrijgen.

Geïntimeerde heeft ter comparitie desgevraagd bevestigd dat deze omschrijving juist is en niet ter discussie staat dan ook waarvoor geïntimeerde zijn volmacht voor kon aanwenden.

Uit de enkele volmachtsverlening vloeit op grond van de wet geen verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording voort.

Evenmin is gebleken dat geïntimeerde op grond van een rechtshandeling gehouden is tot het afleggen van rekening en verantwoording.

Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de volmacht niet in het geding is gebracht, zodat niet kan worden vastgesteld of daaraan een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording was verbonden.

Het hof dient daarom te beoordelen of het ongeschreven recht meebrengt dat op geïntimeerde een verplichting rust tot het afleggen van rekening en verantwoording als hiervoor bedoeld.

Aan het oordeel dat op grond van het ongeschreven recht een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording bestaat, kan bijdragen dat sprake is van een rechtsverhouding die verwantschap vertoont met een of meer in de wet geregelde gevallen waarin een dergelijke verplichting is neergelegd, zoals gemeenschap, opdracht of zaakwaarneming.

Voor het overige is dat oordeel sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval (Hoge Raad, 9 mei 2014, HR:2014:1089).

Omstandigheden die daarbij een rol kunnen spelen zijn onder meer:

– de redenen waarom het beheer is gevoerd;

– de verhouding die bestond tussen degene die het beheer voerde en de rechthebbende;

– hetgeen in de relatie tussen partijen of in soortgelijke gevallen gebruikelijk is of was;

– de mate waarin degene die het beheer voerde, zelfstandig kon en mocht handelen;

– de mate waarin de rechthebbende in staat is geweest de handelingen van degene die het beheer voerde te overzien en voor zijn belangen op te komen.

Het hof is van oordeel dat in deze zaak geoordeeld moet worden dat op grond van het ongeschreven recht een verplichting bestaat tot het afleggen van rekening en verantwoording door geïntimeerde aan appellante met betrekking tot de overboekingen, opnames en betalingen die door hem zijn gedaan als gevolmachtigde.

Het hof neemt bij dit oordeel in de eerste plaats in aanmerking dat de verleende volmacht onder de omstandigheden van dit geval zowel verwantschap vertoont met het in de wet geregelde geval van opdracht (artikel 7:400 BW) als het in de wet geregelde geval van zaakwaarneming (artikel 6:198 BW).

Geïntimeerde heeft ter comparitie immers naar voren gebracht dat de moeder destijds volmacht aan hem heeft verleend omdat zij regelmatig in Engeland verbleef en geïntimeerde dan de rekeningen kon betalen die in Nederland binnenkwamen.

Een andere omstandigheid die maakt dat het hof hier een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording aanneemt, is dat de moeder geïntimeerde bij leven ter verantwoording heeft geroepen omtrent de wijze waarop hij met de volmacht is omgegaan.

De moeder heeft geïntimeerde bij brieven van 19 augustus 2015 en 24 september 2015 om afgifte van de financiële administratie verzocht en om betaling van hetgeen geïntimeerde zonder recht en titel aan haar vermogen heeft onttrokken, en op 8 oktober 2015 heeft de moeder ten overstaan van een notaris onder meer verklaard dat zij door geïntimeerde niet op de hoogte werd gehouden van het gebruik van de aan hem verstrekte machtiging, dat zij geen bankafschriften ontving, dat geïntimeerde weigerde om nieuwe bankpassen aan haar af te geven en dat geïntimeerde in haar optiek een bedrag van € 156.000,- van haar bankrekeningen heeft onttrokken.

In het licht van het voorgaande bezien is het hof dan ook van oordeel dat geïntimeerde zijn verweer dat hij zijn volmacht heeft gebruikt overeenkomstig het doel waarvoor hij deze heeft gekregen zodanig dient te onderbouwen dat dit in feite neerkomt op het afleggen van rekening en verantwoording.

Voor zover geïntimeerde niet met een nauwkeurige omschrijving en onderbouwing komt van de besteding van de gelden leidt dit tot de conclusie dat de stelling van appellante, dat het geld waar geïntimeerde de beschikking over had wederrechtelijk is toegeëigend, onvoldoende is weersproken.

Voor zover bij de beoordeling van de toelichting van geïntimeerde moet worden geconcludeerd dat in geschil zijnde overboekingen, opnames en betalingen door geïntimeerde binnen zijn bevoegdheid zijn gedaan, is in beginsel geen sprake van onrechtmatigheid en behoeft terugbetaling niet plaats te vinden.

Geïntimeerde heeft onder verwijzing naar het arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 6 oktober 2015 (GHSHE:2015:3935) gesteld dat geen al te zware eisen aan de door hem af te leggen rekening en verantwoording kunnen worden gesteld, in die zin dat van hem niet verlangd kan worden dat hij voor iedere uitgave die is gedaan een factuur of bon in het geding brengt.

Het hof is met geïntimeerde van oordeel dat in familierelaties als de onderhavige enige terughoudendheid gepast is ten aanzien van de eisen die gesteld worden aan het afleggen van rekening en verantwoording, zeker als het gaat om het afleggen van die rekening en verantwoording over een periode die lang geleden is.

Die terughoudendheid vindt echter een grens bij financiële handelingen die geïntimeerde ten goede zijn gekomen.

Ten aanzien daarvan mag van geïntimeerde worden verwacht dat hij volledig rekening en verantwoording aflegt en dus, voor zover nodig, met facturen en/of betalingsbewijzen en/of bankafschriften laat zien dat door de moeder aan hem overgeboekte gelden zijn gebruikt om betalingen ten behoeve van de moeder te doen of dat de moeder opdracht heeft gegeven voor die betalingen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.