Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 28 april 2020 uitspraak gedaan over de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht van een notaris.

De oud-notaris heeft geweigerd om antwoord te geven op door de advocaat gestelde vragen.

Zeker nadat de erfgenamen van de partner de zus hadden gedagvaard, had de zus een concreet belang bij beantwoording van de vragen, omdat zij de antwoorden kon gebruiken bij haar verweer tegen de vorderingen van de erfgenamen van de partner.

De oud-notaris had het belang bij geheimhouding moeten laten wijken voor het belang van de zus en het belang van klaagster als bewindvoerder.

Klacht tegen een oud-notaris. Klachtplicht. Vervaltermijn.

De rechter oordeelt als volgt.

De wettelijke regeling van de vervaltermijn van het klachtrecht in notariële tuchtzaken, vervat in artikel 99 Wna, is met ingang van 1 mei 2016 gewijzigd.

De nieuwe regeling is van toepassing op klachten die op of na 1 mei 2016 zijn ingediend en dus ook op de onderhavige klacht.

Ingevolge artikel 99 lid 21 Wna wordt een klager in een klacht niet-ontvankelijk verklaard indien de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de (kandidaat) notaris waarop de klacht betrekking heeft.

Verder bepaalt dit wetsartikel dat de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijft indien de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas nadien bekend zijn geworden.

In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.

Klacht tegen een oud-notaris. Geheimhoudingsplicht. Toetsing. Reikwijdte.

De rechter overweegt als volgt.

Het is vaste rechtspraak van het hof dat in zijn algemeenheid de geheimhoudingsplicht van een notaris zich niet uitstrekt tot de wijze waarop een notaris te werk gaat.

Voor een notaris is het zeer wel mogelijk om de gang van zaken die geleid heeft tot het tot stand komen van een akte (in dit geval een akte van volmacht en een akte wijziging huwelijkse voorwaarden) en de wijze waarop hij zich een oordeel heeft gevormd over de wilsbekwaamheid van een cliënt uiteen te zetten, zonder zijn geheimhoudingsplicht te schenden (zie hof Amsterdam 24 augustus 2006, GHAMS:2007:AZ8646 en hof Amsterdam 3 januari 2017, GHAMS:2017:8).

Deze regel geldt niet alleen voor de notaris jegens wie een tuchtklacht is ingediend, maar ook voor de notaris aan wie zoals hier door iemand die daarbij een redelijk belang heeft vragen worden gesteld over de gang van zaken rond het tot stand komen van een akte.

Zou dit anders zijn, dan zou een persoon die het bedoelde redelijke belang heeft gedwongen zijn een klacht in te dienen om de notaris tot spreken te bewegen.

Het is aan de notaris om zich als hij dat nodig acht te beroepen op zijn geheimhoudingsplicht en zo dat nodig en mogelijk is uit te leggen dat zijn geheimhoudingsplicht hem belet de gestelde vragen te beantwoorden.

Blijkens de overgelegde correspondentie tussen de advocaat en de oud-notaris heeft de oud-notaris alleen in zijn e-mailbericht van 9 maart 2015 enkele mededelingen gedaan over de gang van zaken die heeft geleid tot het tot stand komen van de akte volmacht en de akte wijziging huwelijkse voorwaarden.

Toen de advocaat aan de oud-notaris kenbaar maakte dat de door hem verstrekte informatie naar de mening van de bewindvoerders niet volledig was en hij de oud-notaris nadere vragen stelde heeft de oud-notaris kenbaar gemaakt dat hij zich niet vrij achtte om verdere vragen te beantwoorden.

Bij latere e-mails heeft de oud-notaris dit standpunt gehandhaafd, zonder enige uitleg daaromtrent.

Het hof acht dit handelen onzorgvuldig en tuchtrechtelijk verwijtbaar.

Het zijn hier de bewindvoerders van de zus die namens haar en ter behartiging van haar belangen vragen hebben gesteld aan de oud-notaris over de totstandkoming van een akte van huwelijkse voorwaarden en een akte van volmacht waarin de zus partij was en waarover een geschil was ontstaan.

Het is de vraag of en in hoeverre de notaris zich gelet op deze ratio jegens de vertegenwoordigers van de zus, zijn eigen cliënte, zou kunnen beroepen op geheimhouding.

De ratio van de geheimhoudingsplicht is immers de vertrouwensrelatie tussen een notaris en zijn cliënt die het mogelijk moet maken dat de cliënt zich vrij voelt om jegens de notaris openheid van zaken te geven zonder de vrees dat deze daarvan aan anderen mededeling doet.

Onder de geheimhoudingsplicht valt alleen wat de notaris als zodanig is toevertrouwd en waarvan de cliënte erop mocht vertrouwen dat het verborgen blijft voor anderen.

De vragen die hem zijn gesteld betroffen grotendeels de gang van zaken rond de totstandkoming van de akte van huwelijkse voorwaarden en de akte van volmacht.

De oud-notaris had, gelet op het voorgaande, uitleg moeten geven over de gang van zaken rondom het opstellen en passeren van voornoemde akten, meer in het bijzonder over hoe zijn beoordeling van de wilsbekwaamheid van de zus heeft plaatsgevonden.

Indien de oud-notaris meende dat bepaalde zaken tóch onder zijn geheimhoudingsplicht vielen, had hij daarover in zijn e-mailbericht(en) uitleg moeten geven aan de advocaat.

Dit klachtonderdeel is, anders dan de kamer heeft geoordeeld, dan ook gegrond.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de geheimhoudingsplicht van een arts of notaris, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.