De Rechtbank Noord-Holland heeft op 1 mei 2020 uitspraak gedaan over de vernietiging van een schenking wegens misbruik van omstandigheden.

Eisers hebben aangevoerd dat indien sprake is van schenkingen, deze hebben plaatsgevonden met misbruik van omstandigheden.

Erfrecht. Vernietiging van een schenking wegens misbruik van omstandigheden?

De rechter oordeelt als volgt.

De schenkingen zouden, zo begrijpt de rechtbank, door gedaagde moeten worden terugbetaald.

Met een beroep op artikel 7:176 BW voeren eisers aan dat het aan gedaagde is om te bewijzen dat van misbruik van omstandigheden geen sprake was.

De rechtbank stelt voorop dat uitgangspunt is dat schenkingen ingevolge artikel 4:229 BW alleen moeten worden ingebracht in de nalatenschap indien dit door de erflater is bepaald.

Dat is hier niet het geval.

Voor zover eisers betogen dat de schenkingen vernietigbaar zijn wegens misbruik van omstandigheden geldt het volgende.

Zoals hiervoor reeds is overwogen is niet komen vast te staan dat erflater voor 2017 wilsonbekwaam was of onvoldoende in staat was zijn financiële belangen te overzien.

Waarin het misbruik van omstandigheden anders zou kunnen zijn gelegen, stellen eisers niet.

Op welke schenkingen eisers het oog hebben, is evenmin duidelijk.

In dat verband valt op dat erflater – in elk geval tussen 2006 en 2013 – niet alleen schenkingen heeft gedaan aan gedaagde maar ook aan eisers.

Hierbij hecht de rechtbank eraan op te merken dat erflater bij leven zijn geld mocht besteden zoals hij wilde.

Dat hij gedaagde en zijn gezin vaker geld schonk of cadeaus gaf dan zijn andere twee kinderen stond hem dus vrij.

Dat erflater er in de laatste jaren van zijn leven voor koos in te teren op zijn vermogen en hij daarbij wellicht andere keuzes maakte dan voorheen het geval was, leidt niet tot de conclusie dat hij met die uitgaven niet instemde.

Het is ook niet ongebruikelijk dat een vader schenkingen doet aan zijn zoon (en zijn gezin), zeker wanneer – zoals in dit geval – deze zoon (en zijn gezin) veel meer zorg en tijd besteedde(n) aan zijn vader dan de andere twee kinderen.

Derhalve hebben eisers onvoldoende feiten gesteld om aan te nemen dat sprake is van misbruik van omstandigheden.

Aan toepassing van artikel 7:176 BW komt de rechtbank dus niet toe.

Slotsom is dan ook dat de vordering zal worden afgewezen.

Hetzelfde geldt voor de gevorderde verklaring voor recht dat gedaagde zijn aandeel in de nalatenschap van erflater heeft verbeurd op grond van artikel 3:194 lid 2 BW.

Uit het bovenstaande volgt immers dat niet is komen vast te staan dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld of zich onrechtvaardig heeft verrijkt, laat staan dat is komen vast te staan dat gedaagde opzettelijk tot de gemeenschap behorende goederen heeft verzwegen, zoek gemaakt of verborgen houdt.

Voor zover de gevorderde verklaring voor recht ziet op de nalatenschap van de moeder van partijen, geldt dat eisers die vordering in het geheel niet hebben toegelicht, zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over schenkingen en giften in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.