De Rechtbank Noord-Holland heeft op 1 april 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een erfgenaam, die gemachtigd was tot de administratie van erflater, verplicht was tot het afleggen van rekening en verantwoording aan de overige erfgenamen.

Eisers vorderen om gedaagde te gelasten een boedelbeschrijving op te maken.

Zij leggen aan deze vordering ten grondslag dat gedaagde gemachtigd was tot de bankrekening van erflater en ook overigens de administratie van/voor erflater verzorgde.

Het is gedaagde die over alle gegevens beschikt, zodat hij, bij gebrek aan een executeur of bewindvoerder, de aangewezen persoon is om informatie aan eisers te verschaffen.

Gedaagde heeft aangevoerd dat hij niet is gehouden om een boedelbeschrijving op te maken.

Ook heeft hij aangevoerd dat hij alle informatie omtrent de omvang van de nalatenschap waarover hij de beschikking had heeft verstrekt en dat eisers net als gedaagde : als de erfgenamen – zelf bij derden om gegevens kunnen vragen.

Is erfgenaam, die gemachtigd was tot administratie van erflater, verplicht tot afleggen van rekening en verantwoording of tot het opmaken van een boedelbeschrijving?

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank is met gedaagde van oordeel dat er in dit geval geen wettelijke basis is op grond waarvan gedaagde gehouden is een boedelbeschrijving op te stellen.

Ter comparitie is de rechtbank overigens gebleken dat het eisers niet zozeer om een boedelbeschrijving gaat als wel om informatie over de omvang en samenstelling van de nalatenschap, ter vaststelling van hun aanspraken.

De rechtbank begrijpt dit aldus, dat eisers zich beroepen op het bepaalde in artikel 4:16 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Welke informatie eisers specifiek van gedaagde wensen te verkrijgen, is evenwel onduidelijk gebleven.

Eisers hebben uitsluitend de bankafschriften van erflater als zodanig genoemd, maar vast staat dat zij daarover al beschikken, vanaf 2012 tot het moment van overlijden van erflater).

Wat hier verder van zij, hiervoor is reeds overwogen dat gedaagde niet gehouden is om een boedelbeschrijving op te maken.

Nu eisers dat vorderen, zal de vordering dan ook worden afgewezen.

Eisers vorderen verder betaling aan hen dan wel aan de nalatenschap van primair € 61.329,15 althans subsidiair € 32.000,00.

Volgens eisers staan op de bankafschriften van erflater vreemde transacties.

Gedaagde was gemachtigd tot de bankrekening van erflater.

Erflater is reeds in 1997 gediagnosticeerd met dementie en in 2008 opgenomen in een verpleeghuis.

Eisers hebben een berekening gemaakt van de vermogensvorming die erflater volgens hen had kunnen (moeten) realiseren, gelet op zijn spaarcapaciteit (inkomen minus lasten) vanaf 2005 tot zijn overlijden in 2018.

Eisers stellen op grond van deze berekening dat de nalatenschap een banksaldo van € 59.336,00 dient te omvatten.

Eisers stellen dat gedaagde zich met genoemd bedrag onrechtmatig heeft verrijkt.

Voor zover eisers betaling door gedaagde aan hen dan wel aan de nalatenschap vorderen miskennen zij dat het hier gaat om een vermeende vordering op een deelgenoot in de nalatenschap van erflater, een gemeenschap dus.

Een dergelijke vordering dient in een verdelingsprocedure te worden ingesteld en door middel van gedwongen toerekening in de verdeling te worden betrokken.

In zoverre stuit de vordering reeds hierop af.

De rechtbank overweegt – desondanks – nog het volgende.

Voor zover eisers een ander (door de rechtbank in goede justitie te bepalen) bedrag vorderen overweegt de rechtbank het volgende.

Kennelijk betogen eisers dat erflater, en vervolgens de nalatenschap, een vordering heeft op gedaagde uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking of onrechtmatig handelen en dat gedaagde moet worden veroordeeld tot betaling aan de nalatenschap van het bedrag dat daarmee is gemoeid.

Het is in beginsel aan eisers om voldoende feiten en omstandigheden naar voren te brengen en, zo nodig, te bewijzen op grond waarvan kan worden vastgesteld dat erflater, en vervolgens de nalatenschap, een vordering heeft op gedaagde uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking of onrechtmatig handelen.

Dat volgt uit artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Er zijn geen omstandigheden gesteld en/of gebleken waaruit volgt dat in dit geval op dit beginsel een uitzondering moet worden gemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat eisers hieraan, in het licht van de gemotiveerde betwisting van gedaagde, niet hebben voldaan.

Zo hebben eisers onvoldoende onderbouwd dat erflater vanaf 2005 althans 2012 niet meer in staat was zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen en te overzien en dat hij, indien hij die vermogens nog wel had gehad, een andere keuze zou hebben gemaakt.

De enkele omstandigheid dat erflater in 1997 is gediagnosticeerd met dementie is onvoldoende om aan te nemen dat erflater niet meer in staat was zijn financiële belangen te overzien.

Gedaagde heeft in dat verband, onweersproken, aangevoerd dat erflater met behulp van medicatie nog jarenlang goed functioneerde, hetgeen ook wel kan worden afgeleid uit de omstandigheid dat erflater pas in 2008 is opgenomen in een verpleeghuis en daar vervolgens nog 10 jaar heeft gewoond.

Volgens gedaagde, die intensief betrokken was bij de verzorging van erflater, kon hij tot 2017 communiceren met erflater, onder andere over de financiën, die hij met erflater besprak als erflater daar om vroeg. De rechtbank gaat hiervan dan ook uit.

Gelet op de omstandigheid dat gedaagde door erflater gevolmachtigd was om zijn financiële belangen te behartigen en uitgaven van zijn bankrekening te doen, geldt dat gesteld noch gebleken is dat erflater tijdens zijn leven zijn zoon ter verantwoording heeft geroepen omtrent de wijze waarop hij zich van zijn taak heeft gekweten.

Onder die omstandigheden hebben eisers thans evenmin het recht om gedaagde ter verantwoording te roepen.

Overigens heeft gedaagde, in het kader van deze procedure, waar mogelijk de uitgaven toegelicht.

Hierop hebben eisers in het geheel niet meer gereageerd.

Van onrechtmatig financieel beheer is aldus geen sprake.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.