De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 10 juni 2020 uitspraak gedaan over een vordering tot de verdeling van een gemeenschap die alleen een appartementsrecht omvatte.

Eiseres vordert dat de rechtbank bepaalt dat de gemeenschap die tussen eiseres en gedaagde bestaat, wordt verdeeld en dat er verrekening plaatsvindt, zodanig dat gedaagde het aandeel van eiseres in het hiervoor bedoelde appartementsrecht overneemt tegen vergoeding van de helft van de waarde daarvan, dan wel dat het appartementsrecht wordt verkocht als gedaagde niet bereid of in staat is het over te nemen.

Verdeling van een nalatenschap. Vordering tot verdeling van een gemeenschap die alleen een appartementsrecht omvat. Waardebepaling. Uitleg van een testament.

De rechter oordeelt als volgt.

Niet in geschil is dat, op het moment van overlijden van erflater, de nalatenschap van zijn vader nog onverdeeld was wat betreft het bedoelde appartementsrecht.

Tot zijn overlijden was de broer deelgenoot in die gemeenschap, samen met zijn broer.

Na het overlijden van de broer viel op grond van zijn testament zijn aandeel in de gemeenschap toe aan eiseres als zijn enig erfgenaam, zodat zij sinds dat moment samen met gedaagde deelgenoot is in de gemeenschap die (alleen nog) het appartementsrecht omvat.

Anders dan gedaagde stelt, staat het testament van zijn vader daar niet aan in de weg.

Artikel 4:46, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat bij de uitlegging van een uiterste wilsbeschikking dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

De stelling van gedaagde dat zijn vader kennelijk de verhoudingen tussen zijn erfgenamen zo wenste te regelen dat eiseres nooit deelgenoot kon worden in de nalatenschap wordt noch door de tekst van het testament, noch door de overige door gedaagde aangedragen omstandigheden voldoende ondersteund.

In artikel 5 van dat testament, naar welk artikel gedaagde in dit verband met name verwijst, is weliswaar bepaald dat de broer na het overlijden van zijn vader slechts een voorwaardelijk recht krijgt op het hem toekomende deel van de nalatenschap, maar dat artikel bepaalt ook dat het voorwaardelijk karakter van dat recht komt te vervallen als de bezwaarde één of meer afstammelingen nalaat.

Omdat de broer bij zijn overlijden een afstammeling naliet, te weten dochter, is daarmee het voorwaardelijk karakter van het recht van de broer komen te vervallen.

Uit het voorgaande volgt dat eiseres, als erfgenaam, na het overlijden deelgenoot is geworden in de gemeenschap die het hiervoor bedoelde appartementsrecht omvat.

Op grond van artikel 3:178, eerste lid, van het BW is zij dan ook bevoegd verdeling van dat recht te vorderen.

Het verweer van gedaagde tegen de vordering van eiseres slaagt niet, zodat die vordering in zoverre zal worden toegewezen.

Uit het voorgaande volgt ook dat de vordering van gedaagde strekkende tot afgifte van een verklaring voor recht dat het testament van erflater moet worden gewijzigd en dat eiseres geen deelgenoot is op beide punten moet worden afgewezen.

Overigens is het naar geldend recht niet mogelijk om na het overlijden van de erflater diens testament te laten wijzigen in de door gedaagde bedoelde zin.

Uit de conclusie van antwoord leidt de rechtbank af dat – nu vaststaat dat eiseres als deelgenoot moet worden aangemerkt – gedaagde zich er in beginsel niet tegen verzet dat het appartementsrecht aan hem wordt toegedeeld en hij aan eiseres de overwaarde vergoedt.

Wel verschillen partijen van mening over de waarde van het appartementsrecht waarvan bij de verdeling moet worden uitgegaan.

De rechtbank zal daarom een deskundige benoemen ter bepaling van de waarde waartegen het appartementsrecht in de verdeling wordt betrokken.

De rechtbank ziet op voorhand geen aanleiding uit te gaan van de WOZ-waarde per 1 januari 2017, zoals voorgestaan door gedaagde.

Eiseres verzet zich immers tegen de door gedaagde gewenste waardering per 1 januari 2017, zodat het uitgangspunt moet zijn dat de waardering zo veel als mogelijk plaatsvindt tegen de datum van de verdeling, in dit geval dus de datum van het vonnis waarbij die verdeling tot stand komt (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 22 september 2000, HR:2000:AA7205).

Verder heeft gedaagde zijn stelling dat de WOZ-waarde overeenkomt met de onderhandse verkoopwaarde van het appartementsrecht niet onderbouwd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de verdeling van onroerend goed of over de uitleg van een testament, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.