De Rechtbank Limburg heeft op 17 oktober 2019 uitspraak gedaan in kort geding over een vordering om mee te werken aan de verdeling van een nalatenschap.

De advocaat van gedaagde heeft allereerst aangevoerd dat geen sprake is van spoedeisend belang.

Met het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 oktober 2018 is een einde gekomen aan het geschil tussen partijen over de verdeling van de nalatenschap van hun vader.

De voorzieningenrechter begrijpt dat met die beslissing de volledige nalatenschap is verdeeld.

Bij de bepaling van de samenstelling en de waarde van de nalatenschap zijn ook de schulden van de nalatenschap betrokken, nu in het arrest melding wordt gemaakt van een bedrag van € 279.404,70, waarmee de waarde van de goederen moet worden verminderd.

Gelet op dit alles, bezien in samenhang met het feit dat erflater ruim zeven jaar geleden is overleden, is sprake van een spoedeisend belang.

Kort geding. Veroordeling om mee te werken aan de verdeling van een nalatenschap. Derdenrekening van notaris. Vorderingen van de executeur.

De rechter oordeelt als volgt.

Gedaagde stelt thans nog een vordering te hebben op de nalatenschap wegens door haar betaalde onderhoudskosten ten aanzien van de ouderlijke woning van partijen.

Gedaagde heeft verder nog tegen de vordering van eiser aangevoerd dat rekening moet worden gehouden met de vordering van de executeur (€ 14.310,–), betreffende diens vergoeding voor als executeur verrichte werkzaamheden, welke vordering deze op 30 september 2019 ter vaststelling aan de kantonrechter heeft voorgelegd.

Het verweer van gedaagde, dat nog rekening moet worden gehouden met de vordering van de executeur, wordt ondervangen door het aanbod van eisers, om een bedrag van € 20.000,– op de derdenrekening van de notaris te laten staan, om daaruit de aanspraken van de executeur te kunnen voldoen.

Het meerdere van het bedrag dat op de derdenrekening van de notaris staat, kan dan volgens hen worden verdeeld op basis van het voorstel van de notaris tot verdeling, dat is opgemaakt naar aanleiding van het eindarrest van het gerechtshof.

Dit verweer van gedaagde staat daarmee niet in de weg aan toewijzing van de vordering zoals hierna in het dictum vermeld.

Nu het activum van de nalatenschap thans nog slechts uit een geldbedrag bestaat, vast staat hoe dit moet worden verdeeld en voorshands niet aannemelijk is dat gedaagde nog een vordering op de nalatenschap heeft, terwijl eisers bereid zijn voor de vordering van de executeur een adequate voorziening – door middel van een reservering – te treffen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat, met inachtneming van het hierna volgende, de vordering kan worden toegewezen zoals in het dictum is vermeld.

De voorzieningenrechter legt hetgeen eisers ter zitting naar voren hebben gebracht uit als een meer subsidiaire vordering inhoudende dat de voorzieningenrechter wordt verzocht te verdelen zoals hij in goede justitie vermeent te moeten doen.

In goede justitie vermeent de voorzieningenrechter dat gedaagde als volgt moet meewerken aan de uitvoering van de verdeling van de nalatenschap van hun vader.

Van het geldbedrag dat op de derdenrekening van de notaris staat, blijft een bedrag van € 20.000,- op die derdengeldrekening staan.

Hieruit kunnen de eventuele aanspraken van de executeur worden voldaan, inclusief een eventuele proceskostenveroordeling in het kader van de vaststelling van de aan de executeur toekomende beloning.

Het meerdere wordt tussen partijen verdeeld overeenkomstig en naar rato van het voorstel van de notaris.

Bij dit alles is ook rekening gehouden met het feit dat gedaagde ter zitting heeft aangeboden om uit het bij de notaris geparkeerde geld € 80.000,– uit te keren aan eiser en € 100.000,- aan overige eiser.

Partijen wensen dus allen om zo veel als mogelijk is uit de gemeenschap te geraken.

In die zin begrepen ligt de gewijzigde vordering voor toewijzing gereed, als na te melden in het dictum.

De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde om binnen zeven dagen na heden mee te werken aan de verdeling van de geldsom die op de derdenrekening staat van de notaris, in die zin dat van dat bedrag een bedrag van € 20.000,- wordt gereserveerd en op de derdenrekening blijft staan, en dat het meerdere onder partijen wordt verdeeld overeenkomstig en naar rato van hetgeen de notaris heeft bepaald, bij gebreke waarvan een medewerker van het kantoor wordt benoemd om in naam van gedaagde daartoe de nodige rechtshandelingen te verrichten;

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een veroordeling om mee te werken aan de verdeling van een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.