Het Gerechtshof Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de bewijslevering en bewijswaardering van een schenking. Was sprake van een schenking des doods?

Vraag of erflater een auto voor overlijden aan zijn partner heeft geschonken dan wel sprake is van een schenking des doods (artikel 7:177 BW), waarvoor een notariële akte vereist is, welke in dit geval ontbreekt. Bewijslevering en bewijswaardering.

Schenking. Schenking des doods? Bewijslevering en bewijswaardering.

De rechter oordeelt als volgt.

Ten aanzien van de bewijswaardering stelt het hof voorop dat op grond van artikel 152 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de waardering van het bewijs aan de rechter is overgelaten, tenzij de wet anders bepaalt.

De motiveringsplicht van de rechter met betrekking tot de bewijswaardering is beperkt. Om bepaalde feiten bewezen te achten, volstaat een door de rechter verkregen redelijke mate van zekerheid omtrent die feiten.

In hoger beroep dient de rechter de vraag of het opgedragen bewijs is geleverd, zelfstandig te beantwoorden.

Vaststaat dat tussen erflater en de vrouw is overeengekomen dat zij ter gelegenheid van de aankoop van de Peugeot elk hun eigen auto zouden inruilen en dat de vrouw, na de verkoop van haar woning, nog een bedrag van € 5.000,- zou betalen aan (later) erflater.

De vrouw heeft haar auto tegen een inruilwaarde van € 1.250,- bij het garagebedrijf ingeleverd en erflater zijn auto tegen een inruilwaarde van € 1.500,-, welke bedragen in mindering zijn gebracht op de aankoopprijs van de Peugeot. Het bedrag van € 5.000,- betreft het bedrag dat de vrouw volgens de veroordeling van de kantonrechter in conventie nog aan de dochters dient te betalen.

Het hof overweegt als volgt.

Op 18 maart 2016 – de ochtend van de huwelijksdag van erflater en de vrouw – is vanaf het account van erflater een e-mailbericht naar het garagebedrijf verzonden met onder meer het verzoek de Peugeot op naam van de vrouw te stellen, hetgeen ook is geëffectueerd.

Het hof acht dit een sterke aanwijzing dat het de bedoeling van erflater was de Peugeot – die reeds besteld was voordat bekend werd dat hij aan een ernstige ziekte leed – aan de vrouw te schenken nu zijn ziekte inmiddels in een ras tempo voortschreed.

Wijziging van de tenaamstelling als gedaan, lag naar het oordeel van het hof anders niet in de rede.

Het hof neemt hierbij mede in aanmerking dat erflater na het bekend worden van zijn ziekte zijn huwelijk met de vrouw niet heeft afgezegd, maar juist vervroegd doorgang heeft laten vinden en steeds heeft aangegeven goed voor de vrouw te willen zorgen.

De dochters betwisten dat voormelde e-mail betreffende de tenaamstelling van de Peugeot door erflater zelf is gestuurd.

Het hof acht zulks niet doorslaggevend: in de verhouding van (aanstaande) echtgenoten is het gebruikelijk dat in belangrijke aangelegenheden overleg plaatsvindt en dat men op de hoogte is van elkaars handelen ter zake.

Het hof gaat ervan uit dat het bericht met medeweten en instemming van de andere (aanstaande) echtgenoot is verstuurd. Bovendien was erflater erbij toen de Peugeot werd opgehaald op 25 maart 2016 en heeft hij zich er op dat moment ook niet tegen verzet dat de auto niet op zijn naam, maar op naam van de vrouw is gesteld.

Voorts acht het hof voldoende aannemelijk geworden dat erflater en de vrouw op 25 maart 2016 samen de Peugeot bij het garagebedrijf hebben opgehaald, dat de vrouw de autosleutels in ontvangst heeft genomen en in de Peugeot heeft gereden omdat erflater daartoe vanwege het gevorderde stadium van zijn ziekte niet meer in staat was.

Daarmee is naar het oordeel van het hof de Peugeot aan de vrouw geleverd doordat aan haar het bezit van de zaak is verschaft.

Op grond van het vorenstaande in samenhang bezien, komt het hof tot de conclusie dat – overeenkomstig de afspraak tussen erflater en de vrouw – sprake is van een gift van erflater aan de vrouw van de Peugeot, voor zover de waarde daarvan de inruilwaarde van de auto van de vrouw en het door haar nog te betalen bedrag van € 5.000,- (aan erflater, thans de dochters) overschrijdt.

Aan deze gift is feitelijk uitvoering gegeven vóór het overlijden van erflater met de levering van de Peugeot aan de vrouw door het garagebedrijf op 25 maart 2016.

Derhalve is sprake van een bij leven gedane gift.

Al hetgeen de dochters omtrent de gestelde schenking ter zake des doods naar voren hebben gebracht, treft derhalve geen doel.

Voor zover in de diverse (getuigen)verklaringen wordt gesproken over wat er in de toekomst met de Peugeot zal gebeuren, volgt daaruit niet dat de vrouw de eigendom van de Peugeot zou verkrijgen onder de voorwaarde van het overlijden van erflater.

Door de omstandigheden is het zo gelopen dat de vrouw de eigendom van de Peugeot heeft verkregen als hierboven is beschreven.

Het hof acht de door de kantonrechter bepaalde dagvergoeding voor vervangend vervoer – als gevolg van de in hoger beroep bevestigde onterechte beslaglegging op de Peugeot door de dochters – alleszins redelijk en billijk en zal overeenkomstig beslissen.

Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de vrouw gewoon was een auto tot haar beschikking te hebben.

Zij dient met de schadevergoeding zo veel mogelijk te worden gebracht in de situatie waarin zij zonder de beslaglegging zou hebben verkeerd.

De dochters hebben niet dan wel onvoldoende onderbouwd dat de vrouw daarbij geen rechtens te respecteren belang heeft.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een schenking of gift in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.