De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 6 november 2019 uitspraak gedaan over een verzoek tot schorsing en ontslag van een de door de rechtbank benoemde vereffenaar.

Verzoekster verzoekt de vereffenaar op grond van artikel 4:206 lid 5 BW te schorsen en te ontslaan.

Zij stelt dat er sprake is van gewichtige redenen zoals bedoeld in voormeld artikellid om de vereffenaar te ontslaan.

Hiertoe voert zij onder andere aan dat de vereffenaar nodeloos heeft geprocedeerd waardoor haar kosten oplopen, dat de vereffenaar de erfgenamen niet heeft geïnformeerd over procedures bij de kantonrechter en dat de vereffenaar de kantonrechter onjuist heeft geïnformeerd.

Hierdoor is verzoekster in haar vertrouwen geschaad en daarom wil zij dat de vereffenaar niet meer als zodanig optreedt in de nalatenschap van erflater.

Verzoekster verzoekt ook te bepalen dat de vereffenaar de in het verzoekschrift genoemde gegevens overlegt.

De vereffenaar heeft ter terechtzitting verweer gevoerd.

Zij betwist de stellingen van verzoekster over het nodeloos procederen en het onjuist informeren van de kantonrechter.

Voorts benadrukt de vereffenaar dat zij veelvuldig navraag en onderzoek heeft gedaan naar eventuele banktegoeden in het buiteland. Niet is gebleken dat er op het moment van overlijden dergelijke banktegoeden waren.

Verzoek tot schorsing en ontslag van een de door de rechtbank benoemde vereffenaar.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank zal allereerst het schorsingsverzoek beoordelen.

Ter terechtzitting is besproken dat de woning van erflater door de vereffenaar is verkocht en wordt geleverd op 1 november 2019.

Verzoekster heeft ter terechtzitting aangegeven dat zij wenst dat die levering doorgaat.

De rechtbank heeft dit zo begrepen dat alle erfgenamen willen dat de vereffenaar haar werkzaamheden voortzet tot de overdracht van de woning.

Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om de vereffenaar te schorsen.

Het verzoek daartoe zal dan ook worden afgewezen.

De rechtbank overweegt verder het volgende.

De vereffening strekt ertoe de rechten van schuldeisers van de nalatenschap bij de afwikkeling te behartigen.

In het licht daarvan is het een taak van de vereffenaar om inzicht te krijgen in actief en passief door het opmaken van een boedelbeschrijving.

De vereffenaar dient verder de goederen van de nalatenschap te beheren en te gelde te maken voor zover dit voor de voldoening van de schulden van de nalatenschap nodig is (artikel 4:211 BW en artikel 4:215 BW).

Artikel 4:226 BW bepaalt dat indien de vereffening is voltooid en met een overschot is geëindigd, de vereffenaar de overgebleven goederen afgeeft aan de erfgenamen.

Wordt de rekening en verantwoording niet neergelegd dan geschiedt zij aan hen die recht op het overschot hebben volgens artikel 4:221 lid 3 BW.

Uit de overgelegde (concept) boedelbeschrijving van 18 juni 2018 blijkt dat er behoudens de uitvaartkosten, geen schulden zijn in de nalatenschap van erflater.

Ter terechtzitting is dit door partijen bevestigd.

Na betaling van de uitvaart en bij gebrek aan schulden, had de vereffening op dat moment kunnen eindigen.

Het is de rechtbank opgevallen dat geen van de in deze procedure betrokken professionals dit heeft gesignaleerd. De erfgenamen hebben er zelf op aangedrongen dat de vereffenaar zou voortgaan met haar werkzaamheden. Zo werd de vereffenaar meerdere malen gevraagd om onderzoek te doen naar de banktegoeden in het buitenland, een definitieve boedelbeschrijving op te maken en de woning leeg te halen en te verkopen.

Op dit moment is de situatie zo dat de woning op 1 november 2019 is geleverd, de opbrengst is ontvangen door de vereffenaar en dat daarvan de kosten die verband houden met de verkoop van de woning zijn of worden voldaan.

Er zijn dus geen nalatenschapsschulden meer te voldoen behoudens het loon van de vereffenaar.

Dat zou bij het verzochte ontslag niet anders zijn.

Onder deze omstandigheden is de taak van de vereffenaar naar het oordeel van de rechtbank geëindigd. Er is dus geen belang meer bij het verzoek tot ontslag van de vereffenaar. Het verzoek daartoe zal daarom worden afgewezen.

Het verzoek om te bepalen dat de vereffenaar bepaalde gegevens overlegt zal als niet op de wet gegrond worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over schorsing en ontslag van een de door de rechtbank benoemde vereffenaar, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.